Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Buidelspreeuwen; hij is minder fluitend of samengesteld uit eene nabootsing van andere vogelgeluiden, maar bestaat uit eene reeks waternoten van hetzelfde gehalte als wij bij den gewonen kanarie, Serinus canaria, bewonderen. In den regel zingt alleen het mannetje. Hij geraakt daardoor meermalen verhit en in extase, hetgeen naar mijne meening de reden is, waarom de vinksoorten over de geheele wereld tegelijk zoo talrijk zijn en in eigenschappen enz. zoo ineenvloeien.

Wat voortteling aangaat, verschillen onze V. onderling niet veel van die der Oude Wereld. De meeste bouwen opene, komvormige nesten in boompjes en struiken of op den grond. Sommige soorten leven in bigamie, andere strikt bij paren. De eieren zijn gevlekt of ongevlekt. Bij onze species broedt alleen het wijfje, uitgezonderd exemplaren, die in vederkleed bijna met de mannetjes overeenkomen, die tevens schuwer zijn en daardoor minder talrijk schijnen.

V. komen zoowel voor in het binnenland als in de lagere intermangrove terreinen, waar de vluchten soms zeer groot kunnen zijn, vooral in opene velden, weiden of rijstgronden. Alle staan bekend als Aleisie-fowroe, d. w. z. Rijstvogels, omdat vele hun bestaan uit onze rijstvelden trekken. In Demerara heeten ze eveneens Rice-birds, doch bij onze Indianen Kalawse, of de kleinere soorten ook wel Sierewoe. Met den naam „vink" worden in Suriname alleen sommige fraai gekleurde soorten Suikervogels en Tanagers bestempeld, die onder het vliegen, een geluid als „piet-piet" of „pieng-pieng" voortbrengen.

De jongen dragen het volkomene vederkleed binnen een of twee jaren.

Subfamilicn.

A. Neusholten van achter verlengd tot voorbij de vooriijn der oogholten; snavel krachtiger en meer gezwollen; achtergedeelte v. d. onderkaak sterk ontwikkeld. ...

.... COCCOTHRAUSTIN/E.

B. Neusholten van achter niet verlengd tot voorbij de vooriijn der oogholten; snavel minder krachtig en gezwollen; achtergedeelte v. d. onderhaalt minder ontwikkeld.

Sluiten