Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vl.dekv. olijfgeel; midden- en grootere vl.dekv., duimpje en dekv. der eerste donkerbruin met witachtig bruine randen; slagp. donkerbruin met witachtig bruine randen en olijfgeel nabij de basis; staartp. donkerbruin met witachtig bruine randen; bovenkop en achternek licht olijfgeel met eene grijze tint en zwartachtig bruine strepen; lora en vederen om de oogen lichtgeel met eene goudgele streep; oorvederen bruin met eene olijfgele tint; kaken, keel en overige ond.d. helder geel; borst, hals cn zijden min of meer grijsachtig getint; snavel bruinachtig, ondersnavel grauw; pooten bruinachtig; iris bruin. 9 Bov.d. bruiner dan bij het mannetje; rug met minder geel; onderrug en stuit groenachtig met eene grijze tint; vl.dekv. en slagp. bruinachtig; ond.d. lichter van tint. L. 13, vl. 7.5» st. 5.3, culm. I, tars. 1.5. Geogr. dist. Z. Brazilië, Argentinie, Bolivia, Chili, Peru, Ecuador, Columbia, Venezuela en de Guiana's tot Guatemala. Lok. dist. Vooral de lagere streken.

Van den Geelbuik Graskanarie, eng. Yellow-bellied Grasscanary bestaan drie subsoorten, waarvan twee in de Guiana's zouden voorkomen. De eerste S. a. minor, door Schomburgk beschreven als S. minor, komt overeen met de bovengaande beschrijving, maar is kleiner, en heeft tevens helderder gele onderdeelen. De vleugellengte bedraagt 6.3 c.M.. S. a. Intci■ventris daarentegen wordt gekenmerkt door eene witte vlek aan de uiterste staartpennen, alsmede ongeveer 7 c.M. lange vleugels.

G. G. zijn even ongewoon als de voorgaande species, van wie ze in levenswijze niet verschillen. De 2 of 3 eieren worden beschreven als wit met een krans van roestbruine vlekjes om het stompe end der schaal. Afm. 18 X 13 m.M. (Nehrkorn).

Subfam. der EMBERIZIN^E.

GORSACHTIGEN.

„De Gorsachtige Vinken onderscheiden zich van de twee voorgaande onderfamiliën door eene opening tusschen den geslotene onder- en bovensnavel. De afscheiding in genera is uiterst moeielijk, in vele gevallen zelfs onmogelijk, zoozeer vloeien de eigenschappen der verschillende soorten ineen. Inderdaad, als men het wel beschouwt, bestaat er van de Vinken maar één enkel geslacht, Fringilla, met species zoowel

Sluiten