Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

malen in gevangen staat als kamervogels aangekweekt, hoewel hun zang onbeduidend klinkt, en ze ook spoedig sterven.

C. f. broedt vooral gedurende het kleine droge seizoen. Het komvormige nest van ongeveer 8 tot 10 c.M. in doorsnede, wordt nog al compact samengesteld uit droog gras, sprietjes en worteltjes, doorweven met bladeren en fungi, het geheel stevig bijeengehouden door spinrag en vastgehecht op een horizontalen tak, omstreeks 5 tot 25 meters van den grond af. De 2, zelden 3, eieren komen veel overeen met die van C. cayana, doch zien er over het algemeen grijzer uit. AI. afm. 21 X 15 m.M.

I)e exemplaren varieeren. Gewoonlijk vindt men in een nest, een ei van het legsel donkerder om het stompe end gevlekt dan het andere exemplaar.

Beide seksen broeden. I)e jongen zien er doffer uit dan de ouden, met wie ze in troepjes samenleven, tot ook voor hen de tijd van voortteling aanbreekt.

N.B. Zoowel de eieren der E. B. T. als die der andere soorten zijn meermalen niet met zekerheid te onderscheiden van sommige eieren der Grasvinken.

C. nigricincta, Bp.

$ Kop en nek lilablauw; kopzijden groenachtig; bovenrug zwart; onderrug helder blauw ; vleugels en staartp. zwart met smalle groene randen ; grootere vl.dckv. groen, kleinere vl.dekv. helder blauw als de rug; keel lilablauw met een licht groenachtigen glans ; borst zwart; middenbuik wit; zijden helder blauw ; dekv. ond. d. vl. zwart; snavel en pooten zwartachtig. Q Ongeveer hetzelfde, maar eenigszins doller van tint. L. 12, vl. 6.8, st. 4.8. Geogr. dist. Bolivia, Peru, O. Ecuador, Columbia, Venezuela, de Guiana's, de boven-Amazone en Rio Negro. Lok. dist. Het binnenland.

De Blauwstuit Bloem-Tanager, eng. Blue-rumped Calliste, fr. Calliste a croupion bleu, wordt slechts zelden in de kuststreken aangetroffen en schijnt ook in het binnenland nog al zeldzaam. De soort is kenbaar aan den lilablauwen kop en nek.

C. cyaneicollis, Lafr. et d'Orb.

Ad. Kop en nek glanzend blauw ; lora zwart evenals de bovenrug, vleugels en staartp. ; stuit en randen der slagp. en der rectrices glanzend groen ; vl.dekv. met

Sluiten