Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EUCOMETIS.

borstzijden met kleine geelachtige kwastjes versierd zijn. Hun vel is uiterst teer en evenaart in dit opzicht bijna dat der Trogons.

Het voedsel van den G. T. bestaat zoowel uit vruchtjes als insecten. Hun zang klinkt onbeduidend. Jonge mannetjes in het gevlekte overgangs-vederkleed gelijken op jonge mannetjes der voorgaande soort, maar zijn natuurlijk groen en zwart, niet bruin en zwart, gevlekt. De Indianen noemen ze eveneens Weso en Piepiesie.

EUCOMETIS, SCL.

E. penicillata, Spix.

Ad. Bov.d. geelachtig olijfkleurig evenals de zoomen der zwartachtige vleugels ; staartp. lichtbruin met geelachtig olijfkleurige zoomen ; kop grijs met eene kuif van lange, witte, grijsgetipte vederen ; ond.d. helder bruinachtig geel; keel grijsachtig wit; dekv. ond. d. vl. geelachtig; snavel bruinachtig, ondersnavel lichter witachtig; pooten grijsbruin. L. 18.5, vl. 9.5, st. 9. Geogr. dist. Suriname, Cayenne, het dalgebied der Amazone, W.-Ecuador en O.-Peru. Lok. dist. Het binnenland.

rDe Witkuif Tanager, eng. White-crested Tanager, fr. Tanga: u a huppe blanc, staat zoowat tusschen de geslachten Pyranga en Tachyphonus. Beide seksen komen evenwel met elkander overeen en hebben witte kuiven, alsmede nog al duidelijke borstelharen bij den snavelwortel.

W. T. worden niet in de lagere kuststreken aangetroffen en schijnen ook in het binnenland zeldzaam.

NEMOSIA, VIEILL.

N. pileata. Bodd. = Tangara a coiffc noirc de Cayenne.

(ƒ Bov.d. blauwgrijs ; knevelvlekken wit; kop van boven en een band langs elk der nekzijden zwart; binncnvlag der slagp. en der staartp. zwartachtig ; ond.d. wit; borstzijden soms eenigszins gevlekt; snavel zwart; pooten geel; iris geel. 5 Bov.d. blauwgrijs; lora en ond.d. wit; borst okergeel getint; snavel bruin-

Sluiten