Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

CISSOPIS.

„De Langstaart Ekster-Tanager, eng. Long-tailed MagpieTanager, fr. Tangara pie a queue longue, komt, wat kleur aangaat, wel wat overeen met den europeeschen Ekster. De snavel is kort en krachtig met een duidelijken endhoek aan den bovensnavel. De pooten zijn groot. De staart is langer dan de vleugel; de uiterste rectrices zijn veel korter dan de middelste.

L. E. T. worden niet langs de kust, maar wel in het binnenland aangetroffen. Men ziet ze doorgaans in troepjes, die van den eenen naar den anderen boom vliegen, soms ook wel op den grond afdalen. Hunne schuwheid is uiterst groot, zoodat men ze slechts bij toeval bemachtigt. Hun voedsel bestaat uit vruchten en bloesems. Bij de Indianen staat de L. E. T. bekend als Iebiebieroe, denkelijk naar den zang, die ongeveer klinkt als „psietoe .. . psietoe .. . psietoe". De Warrau's noemen hem ook wel Kwahoroem.

C. 1. zou een nest van twijgen, gras enz. in boomen bouwen. De 2 eieren zijn roodachtig bruin, doch overdekt met roodbruine, inéénvloeiende vlekken. Afm. 30 X 20 m.M. (Xehrkorn).

SCHISTOCHLAMYS, REICHB.

S. atra, Gm. = Tangara a cravatte noire dc Cayenne, Daub. = Saltator atcr, Cab. in Schomb. Reis.

Ad. Grijs; vleugels en staart zwartachtig met grijze randen; ond.d. lichter van lint; middenbuik en delcv. ond. d. vl. witachtig; voorgedeelte van den kop, kopzijden en keel tot middenborst zwart; snavel loodgrijs, doch het uiteinde zwartachtig; pooten zwartachtig; iris bruin. Jong. Grijsachtig olijfgroen, ond.d. lichter van tint; vleugels en staart bruin met olijfgroene randen. L. 17, vl. 8, st. 8. Utogr. dist. Z.-Amerika van af Trinidad, Venezuela en Columbia tot Bolivia en /.-Brazilië. Lok. dist. Meer het binnenland.

„De Zwartkeel Grijze Tanager, eng. Black faced Gray Tanager, fr. Tangara gris a cravatte noire, komt wel eenigszins overeen met de typische Tanagrce. De snavel is middelbaar dik en van eene kleine, maar duidelijke endkerf voorzien; de vleugels zijn

30

Sluiten