Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DACNIS.

473

D. plumbea, Lath. = D. bicolor, Vieill.

Bov.d. licht blauwachtig grijs ; vleugels en staartp. bruin met grijze randen ; ond.d. licht okergeel; flanken, zijden enz. donkerder; dekv. ond. d. vl. wit; snavel hoornkleurig; pooten roodachtig. ^ Bov.d. licht olijfgroen; vleugels en staart zwartachtig met bruine randen; ond.d. geelachtig; zijden donkerder. L. 11.3, vl. 6.3, st. 4.3. Geogr. dist. Van af Z.-O. Brazilië tot Venezuela en Trinidad. Lok. dist. Vooral de lagere streken.

Blauwgrijze Suikervogels, eng. Blue-gray Sugar-birds, in Suriname verzameld, hebben geelachtig bruine snavels, gele pooten en donker blauwgrijze bovendeelen. Men zou ze wellicht D. p. guianensis nov. subsp., kunnen noemen.

Vooral in de mangrove bosschen langs de zeekust en oevers der rivieren en kreken worden B. S. nog al talrijk aangetroffen, doorgaans eenzaam of bij paren. Hun voedsel bestaat uit bessen en insecten. Hun zang zou niet onaangenaam klinken. Over hunne voortteling is mij niets bekend.

Subfam. der CCEREBIN./Ë.

EIGENLIJKE HONIGKRUIPERS.

Genera.

A. Snavel krachtiger en eenigszins gekromd.

. . . CHLOROPHANES, REICHB.

B. Snavel dunner en meer gekromd.

„Snavel verlengd en sterk gekromd.

CCEREBA, VIEILL.

„Snavel korter en eenigszins gekromd.

CERTHIOLA, SUND.

Sluiten