Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

MNIOTlLTIDiE.

cpiscopus, en verwant zoowel aan de Tanagridcc als aan de Cocrebidcc. De snavel varieert van af dun, hooger dan breed bij de basis, tot plat, breed, met talrijke borstelharen als een typische tiran-snavel, b.v. Myiobius, doch de endkerf ontbreekt in den regel. De snavel is ongeveer even lang of korter dan de kop. De vleugels zijn over het algemeen middelbaar ontwikkeld evenals de staartpennen en pooten. De tarsus komt overeen met dien der Zangvogels. Aan den vleugel ontbreekt de tiende slagpen. De tong is normaal, niet gespleten als bij de Honigkruipers. Het vederkleed varieert, maar ziet er bij vele species zeer fraai uit, bij anderen weer hoogst eenvoudig. De wijfjes en jongen zijn doorgaans doffer van tint.

Over het algemeen leven H. gedurende den broedtijd bij paren, meestal in boomen ot in het struikgewas, doch zelden op den grond. Hun voedsel bestaat grootendeels uit insecten, en dit maakt, dat, zoodra de winter invalt, alle noordelijke species zich onmiddellijk uit de koudere streken terugtrekken. De meeste overwinteren in Centr. Amerika, andere weer tot over de Amazone. Alle trekken in troepjes of vluchten, doorgaans van verscheidene soorten, die des nachts hoog in de lucht vliegen, maar bij dag stil van boom tot boom trekken. Gedurende den nachtelijken tocht, vooral bij stormachtig weder, behooren ze tot de talrijkste slachtoffers, die tegen vuurtorens enz. aanvliegen.

\ oor zoover bekend, bouwen H. hunne nestjes doorgaans in boomen, en leggen in den regel gevlekte eieren.

Onze H. komen, op ééne uitzondering na, slechts in het binnenland voor, en wel in de hoogere bergstreken. Over hunne levenswijze enz. is dan ook betrekkelijk weinig bekend.

Genera.

A. Snavel smaller; snavelwortel met korte, onduidelijke of geene borstelharen, a. Snavel verlengd, kegelvormig en recht.

. . . PARULA, BP.

b Snavel varieerend, maar altijd min of meer gebogen.

Snavel slank, de basishoogte minder dan half der ruimte tusschen neusgaten en snaveltip.

Sluiten