is toegevoegd aan uw favorieten.

De vogels van Guyana (Suriname, Cayenne en Demerara)

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

SEIURUS.

SEIURUS, SW.

S. naevius, Bodd. = Fauvette tachetée de la Louisiane, Buff. — Henicocichla noveboracensis, Cab. in Schomb. Reis.

Bov.d. over het algemeen donker olijf bruin ; vleugels donkerbruin met min of meer donker olijfbruine randen evenals de staartp.; basis der kruinvederen geelachtig; eene min of meer geelachtig witte of witachtige lijn boven de oogen ; lora zwartachtig, eene lijn door de oogen vormende ; vederen onder de oogen witachtig met donkere tippen ; kaken geelachtig wit, van de keel gescheiden door eene lijn van zwartachtige vederen ; keel witachtig met zwartachtige stippen ; overige ond.d. dof geelachtig, ongevlekt aan den buik en dekv. ond. d. st., doch overigens zwart gevlekt en gestreept; zijden olijfbruin getint; snavel bruin, basis v. d. ondersnavel lichter; pooten geelachtig bruin; iris bruin. 9 Ongeveer hetzelfde, maar minder duidelijk gestreept aan de ond.d. Jong. Bov.d. bruinachtig zwart met geelachtige dwarsstrepen ; tippen der vl.dekv. geelachtig ; ond.d. onduidelijker gestreept L. 15, vl. 7.5, st. 5.3. Geogr. dist. Zont. N.-Amerika. Wint. Centr.- en N.-ZuidAmerika. Lok. dist. Het binnenland.

Ook de Waterkweelers, eng. Water-thrushes, fr. Fauvettes tachetées, hebben slanke snavels. Evenals de voorgaande 2 species behooren ze tot de trekvogels, hoewel er reeds exemplaren gedurende den zomer in Demerara verzameld werden.

W. worden doorgaans langs waterkanten aangetroffen, hoewel ze gedurende hun zuidwaartschen trek ook droge, opene pleinen aandoen. In het binnenland van Demerara vond Schomburgk ze eenzaam op den grond rondspringende. Hun voedsel bestaat uit insecten. Hun zang klinkt volgens Chapman nog al wild.

S. n. broedt in N.-Amerika gedurende de maand Juni. Het uit worteltjes, mos, bladeren enz. samengestelde nest, wordt langs waterkanten, vooral met mos begroeide oevers of tusschen de wortels van omgevallen boomen gebouwd. De 4 tot 6 eieren zijn ovaal, heel licht glanzend wit of licht roomkleurig, gevlekt en gestipt, vooral om het stompe end der schaal, met roodbruin, kaneelbruin en lilagrijs. M. afin. 19 X '6 m.M.