Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BASILEUTERUS.

BASILEUTERUS, CAB.

B. roraimae, Sharpe.

B0v.d. over het algemeen olijf geel, donkerder aan de dekv. bov. d. st. ; vleugels bruin met olijfgele randen aan de slagp. en een gedeelte der vl.dekv.; buitenrand v. d. eerste slagpen grijsachtig wit; staartp. bruin, doch licht olijfgroen aan de buitenvlag; bovenkop oranjebruin, de achternek helder olijfgroen met een breeden, zwarten band, die aan den voorkop begint langs de kruin ; hieronder eene tweede, licht olijfgele wenkbrauwlijn ; lora en oogranden licht geel met eene zwarte vlek voor de oogen ; vederen onder de oogen en oorvederen donker olijfkleurig met geelachtig groene schachtlijnen ; kaken en ond.d. helder geel; zijden olijfgeel. 9 Ongeveer hetzelfde, doch de bovenkop lichter van tint en de olijfgele wenkbrauwlijn onduidelijker. L. 13.5, vl. 6.8, st. 6.2. Geogr. dist. Eng. Guiana.

Evenals de volgende species onderscheiden de RoraimaHoutkweelers, eng. Roraima Wood-warblers, zich door breede, platte, van talrijke borstelharen omgevene snavels. Tot nu toe zijn ze slechts bekend uit de hooge bergstreken van Demerara.

B. mesoleucus, Scl.

^ Bov.d. olijfgroen, helderder aan de stuit en dekv. bov. tl. st.; vleugels zwartachtig bruin met olijfgroene randen en eenig roodbruin aan een gedeelte der vl.dekv.; staartp. olijfkleurig, helderder aan de zoomen, lichter aan de lippen; bovenkop leigrijs ; eene duidelijke, geelbruine wenkbrauwlijn van af de neusgaten tot voorbij de oorvederen; kopzijden min of meer zwartachtig en geelachtig bruin, keel en ond.d. wit, de hals min of meer geel getint; zijden geelbruin ; dekv. ond. d. st. wit met eene licht geelbruine tint; dekv. ond. d. vl. licht olijfbruin. L. 13*5» vl. 6, st. 5.3. Geogr. dist. Eng. Guiana.

„Ook de Witbuik Houtkweeler, eng. White-bellied Woodwarbler, wordt nooit in de kuststreken, maar slechts in het hooge binnenland aangetroffen.

B. bivittatus, d'Orb.

Ad. Bov.d. donker oiijfgeel, iets helderder aan de stuit en dekv. bov. d. st.; vleugels olijfgeel getint; zoomen der eerste slagp. helder olijfgeel; staartp. grijsachtig zwartbruin met olijfgele randen; bovenkop licht oranjebruin met een olijfkleurige waas over de vederen, die eene gele basis hebben ; een breede, zwarte band van af de snavelbasis langs de kruin tot aan den achternek ; wenkbrauwlijn olijf-

Sluiten