is toegevoegd aan uw favorieten.

De vogels van Guyana (Suriname, Cayenne en Demerara)

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hoewel men enkele soorten zich ook wel met bessen heeft zien voeden.

Bij het zitten op boomen, geven Z. de voorkeur aan dunne twijgjes, die ze met hare kleine, korte teenen kunnen omklemmen, maar enkele soorten zijn ook in staat als Gierzwaluwen, zich tegen loodrechte muren aan te klampen. Alle leven overigens, vooral gedurende het broedseizoen, bij paren, doch nestelen soms in kleine koloniën bij elkander. De grootste Z. evenaart in grootte een Myiozctetes cayennensis, terwijl de kleinste species met de Grasvinken overeenkomen.

De zang of liever het gekwinkeleer der Z. klinkt zacht, maar niet onaangenaam, en wordt zoowel onder het vliegen als zittende gehoord. Alle hebben eene min of meer vechtlustige natuur en domineeren over andere vogels, zelfs de grootste, die ze mijlen ver vervolgen. Vooral bij regenachtig weder doen Z. zich het levendigst voor en vliegen dan pijlsnel in groote en kleine cirkels al gierende door de lucht. In de kolonie staan ze bekend als Zwaluw of Zwaluwpiet en bij de Indianen als Samalia of Sololia.

De noordelijke Z.-soorten behooren tot de regelmatige trekvogels, die zich op bepaalde plaatsen, bv. moerassen, boomen, verlaten woningen enz. tot groote vluchten, dikwijls van verscheidene soorten vereenigen, teneinde de warmere streken op te zoeken. En zóó krachtig is dit instinct, dat er gevallen bekend zijn, waarbij Z. hare jongen lieten verhongeren, teneinde zich bij hare vertrekkende kameraden te voegen. Ook haar instinct om regelmatig elk jaar naar dezelfde nestplaats terug te keeren, is wonderbaar. Zoowel de trek naar en van het Noorden zou uitsluitend bij dag geschieden.

Van onze soorten worden vier tot de trekvogels gerekend. Maar hun komen en gaan geschiedt verre van regelmatig, en het is de vraag of ze wel jaarlijks gedurende de wintermaanden hier voorkomen. Toch heeft bij enkele onzer inheemsche soorten, na den broedtijd, eene vereeniging van individuën plaats in het touwwerk van schepen, dakgoten van woonhuizen, de naakte takken van woudreuzen enz. De reden hiervan moet denkelijk gezocht worden in een overgeërfd instinct, nog zoo