Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

O. zijn zeer kleine vogels, die algemeen over geheel Europa en X.-Amerika aangetroffen worden, vooral langs waterkanten. Overigens verschilt hare levenswijze niet van die der andere Zwaluwen.

C. r. broedt gedurende den zomer in X.-Amerika. Het nest bestaat uit een hol, door de vogeltjes zelve gegraven in loodrechte, zandachtige oevers van stroomen enz. De diepte der gaten bedraagt omstreeks 60 tot 120 c.M. Aan het uiteinde zijn ze eenigszins vergroot, en daar, op eenige twijgjes, grashalmen, vederen enz. liggen de 4 tot 6, zelden 7, ten naastenbij glanslooze, zuiver witte eieren. M. afm 18 X I2-5 m.M.

De exemplaren varieeren nog al in afmeting.

Beide seksen zouden broeden. In N.-Amerika nestelen de O. in zulke groote menigte bij elkander, dat de zandoevers, geperforeerd met de nestholen op groote bijenkorven gelijken.

De O. verlaten de koudere streken ongeveer begin October om tegen einde April terug te keeren. In de Guiana's komen ze slechts voor als trekvogels gedurende de laatste maanden van het jaar. En dan nog slechts zeldzaam en onregelmatig.

Subfam. der PSALIDOPROCN1N/E.

RUW VLEUGELZWALUWEN.

Spccics.

STELGIDOPTERYX, BAIRD.

S. ruficollis, Vieill.

Bov.d. bruin, kop donkerder, stuit lichter; vl.dekv. zwartachtig bruin niet min of meer lichter bruine randen j slagp. zwartachtig, die v. d. 2^en rang iets bruiner, de binnenste met min of meer witte enden ; dekv. bov. d. st. zwartachtig bruin evenals de staartp., die tevens lichter zijn aan de basis v. d. binnenvlag;

Sluiten