Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

CORVIDiE.

st. 16.5, tars. 5, culm. 3.5. Gcogr. dist. Venezuela en de Guiana's. Lok. dist. Vooral het binnenland.

„De Witnek Kraai, eng. White-necked of Guiana Jay, fr. Corneille a nuque blanche, onderscheidt zich, evenals de volgende soort, door borstelige, naar voren gekeerde, zwarte pluimen aan den voorkop en bij de oogen. De snavel nabij de neusgaten is tevens hooger dan breed. De staart ziet er rond uit, de rectrices trapsgewijze gerangschikt.

W. Iv. komen meer in de wouden van het binnenland voor, dan wel in de lagere intermangrove terreinen. Doorgaans ziet men ze bij troepjes van zelden meer dan 12 tot 20 individuen, met luid geschreeuw van den eenen naar den anderen woudreus vliegen. Hun voedsel bestaat uit insecten en vruchten. Bij de Indianen staan ze bekend als Iebiebieroe, of bij de Warrau's ook wel als Palletoete, maar worden slechts zelden door jagers bemachtigd.

Aangaande de voortteling van C. c. is mij niets bekend, alleen dat verwante species uit Brazilië gevlekte eieren leggen, met een blauwachtigen of gelen ondergrond. De nesten van takjes worden in boomen gebouwd (Zie verder Cassidix).

C. violacea, Du Bus. = C. hyacmthinus, Cab. in Schonib. Reis.

Ad. Voorkop tot middenkop, kopzijden, nekzijden, kin en keel zwart; vleugels en staarlp. donkerblauw, min of meer violetachtig ; rug donkerder; achtcrkop, nek en ond.d. witachtig of grauw-wit met eene opmerkelijk blauwe tint; snavel en pooten zwart; iris donkeibruin. L. 35, vl. 18, st. 15, tars. 3.5, culm. 3.7. Geogr. dist. Het noorden van Z.-Amerika. Lok. dist. Meer het binnenland.

„De Hyacinth-Kraai, eng. Hyacinthine Jay, fr. Corneillehyacinthe, is nog fraaier gekleurd dan de voorgaande soort, maar verschilt overigens niet in levenswijze. Zij is evenwel nog zeldzamer en schuwer, maar staat bij de Indianen e\ eneens als Iebiebieroe bekend.

Sluiten