Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

H. g. broedt vooral gedurende het kleine, droge seizoen. Het eivormige, ongeveer 26 c.M. in lengte metende, uit droog gras los samengestelde nest, wordt niet ver van den grond in struiken gebouwd. De nestingang bevindt zich bovenaan ter zijde. Tevens zijn er dikwijls op denzelfden struik of in den omtrek een of meer spot-nesten, d. z. nesten, die nimmer gebruikt worden, doch die er meermalen beter uitzien dan het eigenlijke nest. De 3 tot 5 eieren zijn ovaal, eenigszins glanzend witachtig rood, doch doorgaans geheel overdekt met roodbruine of bruinachtig steenroode en enkele donkere vlekken. M. a/m. 24.5 X '8 m.M.

Beide seksen zouden broeden.

H. gularis, Scl.

Ad. Bov.d. roodachtig bruin met witte strepen, waaraan min of meer zwarte randen ; dekv. bov. d. st. geelbruin met smalle, witte en zwartachtig bruine dwarslijnen, duidelijker aan de buiten-vederen ; vl.dekv. bruin met breede, zwartachtig bruine dwarsstrepen en witte vlekjes ; slagp. bruin met licht roodachtig bruine en zwarte dwarsstrepen aan de buitenvlag, min of meer witachtig aan den rand der eerste slagpennen ; binnenslagp. zwartachtig bruin gevlekt, al de overige ongevlekt bruin aan de binnenvlag; middenstaartp. licht grijsbruin met een witachtigen tip, min of meer dwarsgestreept of gevlekt met een weinig bruin; overige staartp. zwartachtig grijsbruin met breede, grijsachtig witte enden, en met min of meer zwartachtige en witte dwarsstrepen; bovenk op-vederen roodbruin met lichtere tippen; eene breede, geelachtige wenkbrauwlijn van af den snavel tot aan de nekzijden; lora donker; oorvederen witachtig; kaken wit, doch door eene donkere lijn van de witte keel en hals gescheiden; overige ond.d. geelachtig, middenbuik geelachtig wit en ongevlekt, maar de borstzijden zwart gevlekt, overgaande in dwarsstrepen aan de flanken, die ook van min of meer witte dwarsstrepen voorzien zijn; dekv. ond. d. st. met enkele zwarte vlekjes j dekv. ond. d. vl. bruin getint wit; slagp. van onder dofbruin met witachtige vlekken. L. 17.5, vl. 7, st. 8, tars. 2.3, culm. 2. Geogr. dist. Centr. en W. Mexico; Guiana ?

„De Witkaak Savannezanger, eng. White-cheecked Wren, zou slechts in de binnenlanden aangetroffen worden. In levenswijze enz. verschilt hij niet veel van de voorgaande soort.

H. minor, Cab.

Ad. Bov.d. roodbruin; vleugels donkerbruin met roodbruin aan de buitenvlag der slagp., alsmede min of meer donkere dwarsbanden, de eerste slagp. er geel-

Sluiten