Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Onze Gewone Hegzangers of Winterkoninkjes, eng. Common Wrens, fr. Roitelets bruns, zouden behooren tot de subsoort T. rn. clarns, Bcrl. ct Hart., gekenmerkt door eene min of meer lichtere tint dan de typische subspecies. Evenals bij de volgende soort is de snavel eenigszins recht en dun, terwijl de pooten er nog al krachtig uitzien. Het vederkleed daarentegen is hoogst eenvoudig, grootendeels bruin met min of meer donkere dwarsstrepen.

In de kolonie staan G. H. algemeen bekend als ljo-tjofowroe (naar den zang) of Gado-fowroe, d. w. z. God-vogel, omdat het bijgeloof wil, dat deze vogeltjes speciaal door God beschermd worden. Zelfs de ondeugendste schooljongen zal zich dan ook wachten een Gado-fowroe te dooden, omdat er

dan zeker onheil volgt, dat soms den vorm aanneemt van een pak slaag.

Dat het bijgeloof hier ontstaan is, geloof ik niet, tenminste onze Indianen weten er niets van; alleen zeggen zij, dat het lichaam enz. van den Gado-fowroe gebruikt wordt bij de bekoringen, teneinde

een ontaarden vader te noodzaken voor zijn kind te zorgen. In Europa echter bestond er zeer veel bijgeloof omtrent het Winterkoninkje, dat tot hetzelfde geslacht als onze G. H. behoort. Eene oude fabel luidt, dat het Winterkoninkje, Koning der vogels werd, omdat het zich bij een wedstrijd om het koningschap verborg tusschen de vederen van den Arend en, nadat deze vogel door uitputting niet hooger kon vliegen, te voorschijn kwam en nog verder de lucht in steeg. Vroeger bestond er in Engeland een gebruik van „het Winterkoninkje begraven'. Tot zelfs in de oudheid werd aan het vogeltje door de Druïden hooge eer bewezen. Nu nog bijna overal worden Winterkoninkjes beschermd. Een engelsch gezegde luidt dan ook: „lhe Robin and the Wren being God's cock and hen".

G. H. worden door de Arowakken Loewansoekololo en door de Caraïben Skoelalapie genoemd. Men treft ze talrijk aan, doorgaans bij paren, vooral in en nabij bewoonde plaatsen, ja

Kop van Troglodyies musculus.

Sluiten