Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aan, dat U de H. Kerk bij de plechtige opdracht dezer kaars, door de nijverheid der bijen vervaardigd, door de handen harer dienaren aanbiedt. Maar nu kennen wij den lot dezer (vuur)kolom, die het glinsterend vuur ter eere Gods ontsteekt.

De Paaschkaars wordt aangestoken.

(Het vuur) dat, ofschoon in deelen gedeeld, toch door licht mede te deelen niet vermindert. Want het (vuur) wordt gevoed door het smeltende was, dat de moederlijke bij tot bestanddeel van dezen kostbaren fakkel heeft voortgebracht.

De Godslamp wordt aangestoken.

O waarlijk zalige nacht, die de Egyptenaren heeft uitgeplunderd, de Hebreeuwen heeft verrijkt! Nacht» waarin het hemelsche met het aardsche, het goddelijke met het menschelijke vereenigd wordt. Wij bidden dus U, o Heer, dat deze kaars, ter eere van uwen Naam gewijd om de duisternis van dezen nacht te verdrijven, onophoudelijk voortdure en haar licht in zoeten geur aangenomen, met het daglicht ineensmelte. De morgenster vinde haar branden. Die morgenster, bedoel ik, die nooit ondergaat. Die namelijk, welke opgestaan uit de dooden, helder over het menschelijk geslacht heeft

Sluiten