Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Eerste Voorspelling uit het Boek der Schepping.

Hoofdstuk I en II.

In den beginne heeft God hemel en aarde geschapen. De aarde was nu woest en ledig, en er was duisternis over den afgrond : en de Geest Gods zweefde over de wateren. En God zeide : Dat het licht worde. En het werd licht. En God zag. dat het licht goed was : en Hij scheidde het licht van de duisternis. En Hij noemde het licht: dag, en de duisternis : nacht. En het werd avond en morgen : één dag. Ook zeide God: Dat er een uitspansel zij tusschen de wateren : en dat het de wateren van elkander scheide. En God maakte het uitspansel en scheidde de wateren, die onder het uitspansel waren van deze, die hoven het uitspansel waren. En het geschiedde zoo. En God noemde het uitspansel : hemel. En het werd avond en morgen : de tweede dag. Dan zeide God : Dat de wateren, die onder den hemel zijn, zich in ééne plaats verzamelen: en dat het drooge zichtbaar worde. En het geschiedde aldus. En God noemde het drooge : aarde, en de gezamenlijke wateren inoemde Hij): zeeën. En God zag, dat het goed was. Toen zeide Hij : Dat de aarde groen en zaaddragend gewas voortbrenge : en fruitboomen, die vruchten dra,gen naar hunnen aard. die hun eigen zaad in

Sluiten