Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In den Paasclitijd.

Alleluja, alleluja, y. Be- Alleluja, alleluja. fr. Zaatus, quem elegisti, et lig, dien Gij verkoren en assumpsisti; inhabitabit aangenomen hebt: in uwe in atriis tuis. Alleluja, voorhoven zal hij wonen. f. Dispérsit, dedit pau- Alleluja, y. Hij strooit uit, péribus, justitia ejus ma- geeft den armen; zijne net in saeculum saeculi. gerechtigheid blijft in de Alleluja. eeuwen der eeuwen. Al¬

leluja.

Buiten den Paaschtijd.

Graduale

Venite, filii, audite me : Komt, kinderen, luistert timórem Dómini docébo naar mij : ik zal u de vreevos. v. Accédite ad eum ze des Heeren leeren. et illuminamini : et facies fr. Gaat tot hem en gij vestrae non confundéntur. zult verlicht worden : en uw aangezicht zal niet beschaamd worden.

Alleluja, alleluja, v. Qui Alleluja, alleluja, f. Dat timent Dóminum sperent zij, die den Heer vreezen in eo; adjütor et proté-op Hem hopen ; Hij is hun ctor eórum est. Alleluja. Helper en Beschermer.

Alleluja.

Na Septuagesima laat men Alleluja met f. Qui timent weg en men zegt in de plaats dezen

Tractus

Nolite diligere mundum, | Wilt de wereld niet beneque ea quoe in mundo'minnen, noch hetgeen in sunt: Si quis diligit mun-!de wereld is. Indien ie-

Sluiten