Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

phase vetus términat. [maal des Heeren een einVetustatem nóvitas, de.

Umbram fugat véritas, Zoo vliedt voor de Noetem lux eliminat. waarheid de schaduw daarheen,

De nacht voor den dag, en het oude voor 't nieuwe.

, Ouodin ccena Chri- Wat Christus volbracht stusgessit, i" den nacht vóór zijn

Faciéndum hoe expres- dood, ond£r

S1 In sui memóriam. de Jongren gezeten,

Docti sacris institiitis, Dat doen we op zij Panem, vinum in salti- woord ter gedachtn ti steeds na,

Consecramus hóstiam. En heiligen 't brood en den wijn tot een otler.

6 Dogma datur christi- Dat het brood wordt tot 6 Vleesch en de wijn wordt

&niS| # ni j

Quod in Carnem transit tot Bloed,

„is Is 't geloofspunt, door

Et vinum in Sanguinem. Christus zijn volgers gegeven,

Quod non capis, quod En vat ook t verstand non vides of het zintuig dit niet,

Animós'a firmat fides, 't Geloof toch houdt Prseter rerum órdinem. vast, wat hier boven natuur gaat.

7. Sub divérsis specié- Daar huist iets voorbug treflijks hier onder den

Sienis tantum, et non schijn rehu° Der beide gedaanten,—

Sluiten