Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den gewerkt. Zij is gelijk aan een koopvaardijschip : uit verre landen brengt zij haar brood aan. En des nachts staat zij op, en geeft aan hare huisgenooten hunne dagtaak en eetwaren aan hare dienstmaagden. Zij denkt op een akker en koopt dien : van de opbrengst harer handen plant zij een wijngaard. Zij schort met kracht hare lendenen op, en maakt haren arm sterk. Zij beproeft en ziet dat hare handelwijze voordeelig is ; hare lamp wordt 's nachts niet uitgedoofd. Zij slaat de hand aan flinke zaken en hare vingeren omvatten de spoel. Hare hand opent zij voor den behoeftige en strekt ze uit tot den arme. Geene vrees heeft zij voor haar huis vanwege de koude der sneeuw, want al hare huisgenooten hebben dubbele kleeren aan. Zij maakt zich kunstig dekwerk, hare kleeding is fijn lijnwaad en purper. Haar man is in aanzien bij de poorten (om recht te spreken) als hij daar zit met de raadsheeren des lands. Zij vervaardigt fijn linnen en verkoopt het, en levert gordels aan de(n) Chananeeër (kooplieden). Sterkte en schoonheid is hare kleeding en zij zal lachen op den jongsten dag. Zij opent haren mond voor de wijsheid en de wet der goedaardigheid is op hare tong. Zij geeft acht op de paden van haar huisgezin en eet haar brood niet in ledigheid. Hare kinderen staan op en prijzen

Sluiten