Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te worden, als het ook hem gegeven werd, den Engel te aanschouwen, welke Cecilia zeide, dat haar beschermde. Hiertoe deed hij zich door Paus Urbanus doopen, en bracht ook zijnen broeder Tiburtius tot het Christendom. Beiden werden als Christenen gegrepen, voor den rechter Almachius gebracht, en onderstonden moedig de martelingen hun bereid. Dan werd ook Cecilia voor den rechter gebracht, naar hare eigen badplaats gevoerd, en daarin opgesloten, om levend te verbranden. Als gedurende een dag en nacht het vuur haar niet gedeerd had, zond men een beul om haar te onthoofden. Tot driemaal beproefde deze zulks, doch daar dit telkens mislukte, liet hij haar half levend liggen. Na drie dagen vloog Cecilia, met den palm van maagdelijkheid en van het martelaarschap gesierd, ten hemel. De heilige Cecilia werd en wordt steeds gevierd als Patrones der Zangers. Zulks is hieraan ontleend, dat, terwijl bij haar huwelijk orgel- en snarenspel, wufte wereldsche muziek weerklonk, zij, de aan God gewijde Maagd, daaraan geen deel nam, maar in haar hart tot God zong : « Blijve mijn hart onbesmet, en « dat ik niet beschaamd worde in mijn ver« trouwen op U. Heer! »

Sluiten