Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

3. Ad anxios Apóstolos Zij tijgen voort, waar

de Elf vergaren,

Currunt statim dum nün- En melden hun het blij tiae, bericht,

Illae micantis óbvia Dat de Engel Gods

kwam openbaren,

Christi tenent vestigia. Het woord, tot heel den kring gericht.

4. Galilaeae ad alta món- En 't Jongrental snelt tium bergwaarts henen,

Se cónferunt Apóstoli; Den Zaligmaker in't gemoet,

Jesüque, voti cómpotes, Die, van de Onsterflijkheid omschenen,

Alme beantur lümine. Door hen daar juichend wordt begroet.

5. Ut sis perénne mén- o Moog öok ons, bij 't tibus Pascha-vieren,

Paschale, Jesu, gaudi- De Apostelvreugde zijn um, bereid,

A morte dira criminum En namaals 't zegeloof versieren,

Vitae renatos libera. Bij 't jublen in Gods heerlijkheid.

6. Deo Patri sit glória, Eer zij den Vader, hoog

verheven,

Et Filio, qui a mórtuis Den Zoon zij eeuwig hulde en lof,

Surréxit, ac Paraclito, Den Geest zij roem en

prijs gegeven, In sempitérna ssecula. Op aarde en in het heAmen. I meihof.

Sluiten