Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Nee earpsit penetralia. Hij breekt door 's harten slot niet heen.

4. Caedüntur gladiis mo- Als lamren vallen zij re bidéntium: door 't moordzwaard op

den grond,

Non murraur résonat, Geen morrend woord non quaerimónia; weerklinkt, geen klacht

sterft in hun mond;

Sed corde impavido Maar't onverschrokken mens bene cónscia hart, zijn heilige zaak be¬

wust,

Consérvat patiéntiam. Draagt alles lijdzaam en gerust.

5. Quse vox, quae póte- Wat taal of stemme rit lingua retéxere maalt den prijs der heerlijkheid,

Quse tu Martyribus mü- Die Gij in milde gunst nera prEeparas ? uw Martelaars bereidt ?

Rubri nam flüido san- Nog stroomt het purguine, fülgidis prend bloed, als reeds de

zegekrans

Cingunt témpora lau- Hun slapen siert met reis. eeuwgen glans.

6. Te, summa o Déitas U smeeken wij, o God, ünaque, póscimus die één in wezen zijt.

Ut culpas abigas, nóxia Dat Ge onze schuld versübtrahas, geeft, en ons van kwaad

bevrijdt;

Des pacem famulis, ut Geef aan uw dienaars tibi glóriam vrede, opdat zij in één

koor

Annórum in sériem ca- U loven eeuw aan eeunant. wen door.

Amen. Amen.

Sluiten