Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

AUT. — AZY.

A ntouiatic (ótgmtttik), —al, a. zeifbewegrend,

werktuigelijk.

Automaton {ótamgtgn), s. zelfbewegend werktuig.

Autonomy (ótongmi), §. zelfregeering. Autopgy (ótjpsi), s. zien met eigen oogen,

lijkschouwing.

Autuiiui (ót'm), b. herfst; — al, (ótumn'l), a.

herfstachtig.

Auxilia ry (ógztljgri), a. helpend, s. helper; — bonk«, hulpboeken, b. v. cn»li-honk. book f«r purchanen, book lor aaien, etc.; an — verh, een hulpwerkwoord; — ries, s. hulptroepen.

Avail (areil), s. baat, nut; of—, van nut; of little —, van weinig nut; without nutteloos; to little —, doelloos, nutteloos, tot weinig nut; —, v. a. & n. baten; — one'* ■elf of, zich ten nutte maken; — able, a. geldig, dienstig; — nbility {aveitebtliti); — ablene»», s. dienstigheid, geldigheid. Avalanclie (avslanè), s. sneeuwval. Avant-guar<l (avai\gdd), s. voorhoede. Avarice (trvarif), ». gierigheid.

Avarlclou» {cevariSa*), a.; — ly, ad. gierig;

—nes*, s. gierigheid.

Avast (arast), int. hou ! stop 1 Avamit (avönt), int. voort!

Ave Mary (elf/ mêri), s. Ave-Maria.

A ven ge (avendz), v. a. wreken, straffen (of, on, upon); —ment, s. wraakneming; —r, s. wreker, straffer.

Avenue (arvsvjü), s. toegang, laan.

Avep (avü), v. a. verzekeren; —ment, s. verzekering.

Average (trV9Tid£), s. middelbare berekening, leendienst, averij: particular —, averij particulier; gen era I —, averij grosse; free »l' Trom)—, gegarandeerd voor schade; ves»el» iin«Ier —, gehavende schepen ; upon an —, gemiddeld; — prlce, middelprijs.

Avern e («rA»), a.; —ely, ad. afkeerig; — eneu.s. afkeerigheid; —ion.s. afkeer, haat. Avert (evAt), v. a. (from) afwenden, af keerig

maken, v. n. zich afwenden.

Aviary (etvjgri), s. vogelkooi.

Avidity (aviditi), s. begeerigheid, gretigheid. Avocatlon ((SVakeiê'n), s. afroeping, bezigheid.

Avoid [avoid), v. a. vermijden, verlaten, vernietigen, v. n. weggaan, vacant worden; — able, a. vermydelyk;—ance, s. vermijding ; —les», a. onvermijdelijk.

Avouch [avautS), v. a. verzekeren, aanvoeren, rechtvaardigen; —able,a. beweegbaar, —er, s. getuige, bewijs.

Avow (9vau), v. a. bekennen, erkennen; — able, a. erkenbaar; —al, s. bekentenis; — edly, ad. onbewimpeld: —ry. 8. verdediging pleitschrift.

AvuUlon [9V»!£'n), s. afrukking.

Arnncular (»rnnjcjül»); my — relntlon —

my uncle, m\jn oom.

Await (9icett), s. hinderlaag; —, v. a. verwachten.

.4wake (jK-eli); [an oke. a»akpil% T. a

wekken v. n. ontwaken: —. a. wakker: to » *»Mj de pinken zijn," „uitge¬

slapen ; to — from the «lead, uit den dood verryzen; — ning book*, traktaatjes, '■waru (atcóad), s. vonnis, uitspraak ;—, v. a toewijzen, v. n. beslissen, uitspraak doen ;'to make an —, een arbitrale uitspraak doen; to abide by the — of the umpire, zich aan de uitspraak van den scheidsrechter houden; lllghcet —: grand diploma of nniiour, hoogste onderscheiding, groot eerediploma.

AZ'**eJ9W*9)» a- bewust, bedacht, omzichtig (of).

Awav (atcei), nd. wee; —, Int. voort!- to make — witli one«elf.zich van kant maken; pull —., roei ferm !; to make onewelf—, zich uit de voeten maken; fire —!, vooruit maar! vuur! zeg maar op!; — with you' pak je weg.

A we \ó), s. ontzag, eerbiedige vrees; to keep in —, er onder houden, met ontzag of vrees vervuld houden; to »tnnd in — of, ontzag hebben voor; —«truck. a. met ontzag vervu ld; —, v. a. ontzag inboezemen (into). i fj1' a*; — ly» ad. ontzagwekkend,

buitengewoon; -nes», a. ontzaglijkheid. Awhile (9nat/), ad. eene poos.

Awkward. (d/fiMrf), a.; -ly, ad. lomp, onHandig; —ness, s. lompheid, onhandigheid. Awl (of), s. els.

Awn (om), "• baard (van Tras of koren). Awning (ónii\), s. dekzeil, scherm (voor win-

kels, op booten).

Awry (arat), nd. scheef, verkeerd.

Axe (aks), s. byl; to have an — to grind, een appeltje te schillen hebben; to bury

e, , • den strydbijl begraven; croas ,

steekbeitel; battle—, strijdbijl. 'Vri" 8- axioma ; -«tic, —atical

[aki mmtik), a. oiiweêrsprekelijk. Axl» (tvksin), s. as.

Axle (tfks'l), s.; —tree, s. wagenas. Jy ad. .Ia; —green. s. maagdenpalm. tyah, inlandschc bediende of min (Voorlndie> Aye (at), ad. voor altijd, ja, vóór; The nreHidcnt coimt» the —* and the noe« of the voter», de voorzitter telt de stemmen vóór en tegen.

Azimnth («rzim»th), n. azimuth, topbooy.

Aiot e (1.-ON0. »• stikstof: — ie lizotilc). a.

stikstofachtig.

Azure (eiza), (arza), a. hemelblauw; —, 9. uitspansel; —, v. a. blauw kleuren.

Azyuie» (fvz'mz), s. feest der ongehevclde (ongezuurde) brooden.

Sluiten