Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BEA. — BEG.

den aftocht blazen, zich terugtrekken • to — time, de mast slaan; that -i the Duteh

dat is kolossaal, verbazend!; to — tlie' devirn tattoo. met de vingers trommelen; vo oe —en, geslagen worden (ook in 'tspoh; —. v. n. slaan, kloppen, woeden; (aboutl heen en weer slaan, slingeren, peinzen; (ui> agaiunt) het hoofd bieden aan; (ui» <m<| down) heen en weer waggelen; (un for) aanwerven; (upon) werken op, voortdurend spreken van; —er, s. klopper, stamper; — ■■»*» s. getrommel, geklop; to eet (uivei n "• klop kr(jgen (Beven); n

—en path, een begaan pad; —en irohl geslagen goud; a w.nth.r -ei. nnJlor n!e."..nM^"e,'Len wi,,d geteisterd zeeman. Deatlflc (buttfik); -Ml. a.; -ally, ad. zalig.

makend; -atlon. s. zaligmaking.

Beatl fy (Uartilai). v. a. zalig spreken • — tnde. s. gelukzaligheid, zaligspreking

k*r^g,(fatac,itig.P1'°nker' "" —

Bf«rUite°U* a- —teonnly, ad.; —

a*» tifully, ad. fraai, schoon; — tlfuliienn, a. schoonheid; —tify v. a. verfraaien versieren; —ty, s. schoonheid; ty-npot, schoonheidsvlekje, moesje

£fbe\er' k»*toren hoed, vizier, ïïüüüi - < )' 8* vÜgeneter (vogel),

brengen ^ am^ v' a* st'Uen, tot bedaren

Beennne (bikóz), conj. omdat, dewijl - — «f

wegens, om. J '

Bechance (bitsans), v. n. gebeuren, overkomen.

Berharm (bitiam), v. a. betooveren. voorinnemen.

®fc||, (bek), 8. knik, wenk; —, v. a. & n

knikken, wenken.

Heckon (bek'71), s. knik, wenk; v a &n

knikken, wenken.

Becloud (bik/oud), v. a. omwolken, benevelen. Beeom e (bikum), v. a. goedstaan, passen, betamen v. n. worden; -lnff, a. -ely, ad.

tame?^k1ie'i(l.VOe?Zaam' «■ »-

"7' s; Jed. bedding, laag; to make

f,,e —«.het bed opmaken; early to

fo pi*e« nialce n man healtliy,' « * >ni1 wl?e' de morgenstond heeft goud in den mond; an you mnke yo.ir —, «o you munt lie in it, wie wind zaait. »ï!ii i™ °"fste"ï #° keep one'n —, het

v™ tafpie,,; 4Vvrrced rpw,M - «»"> board,

van tafel en bed gescheiden ; to he hrought «ir#i ' , e,n; —cliambep, slaapkamer; rin dekens; -ding, s. beddegoed i,»!i i« ' mate. bedgenoot; —haniriitcn, bedgordünen; bed.lift«,beddekwasten; bedlakens en sloopen; —pont, bedde-

omlnut'io f?® tw,,,k,l»R «r« —pont, in een

ommezientje; — prenner, luilak ; —riü, —

lV.lt"' bed.,e»er|p; -room, slaapkamer; —•itle, sponde; — stead, bedstede; —«werver, echtbreker; — tick, beddelük; —time, tyd om naar bed te gaan.

5','ljiï' !pggpn, planten,

tig", ^), V. a. besprenken, bevoel,-

Bedaggle (bidirg'l), v. a. bemorsen.

Iledanh (bidtré), v. a. bespatten.

Beclaub [bidób), v. a. besmeren.

Hedazzle (bidtez'l), v. a. verblinden. Medeck (bidek), v. a. opschikken.

"• ^odshuis, armhuis. Ue«lew Ibidjü), v. a. bedauwen.

i ? ibWmtt), v. a. versieren; —, a. versierd. '

Beill,,, (bidlm), v. a. verduisteren.

Bedlsen {bidtz'n), v. a. opschikken.

Uedlaiu (betlfm), s. krankzinnigen-gesticht-

J'e, n. krankzinnige.

Be« raggle (MdrorpV), v. a. bemodderen. Be<lrei.ch (6irt,•««#), v. a. doornat maken. Bedrop (bldrop), v. a. bedruppelen.

Be. nek (bulnk), v. a. onderdompelen. Beuling ((tndnn, , v. a. besmetten.

Beduat (bidnit). V. a. bestuiven.

Bedwarf (bidiraf), v. a. knotten.

•treffi'. rechtuit, recht-

streeks; to have a — in one'n hnmif-t

den Wdllbepfc h?°fd 2Ün j ~ kr:u,sJ'e van vrJen!

«ié v® h«»ner m zyn werk helpen ; —eater, bgenspecht; -flower. standelkruid -Blue. maagdenwas; -l.lve, bijenkorf; üïtl kortste (naaste) weg; —mastel-, bijenfokker; — »•»«*, bijenwas.

Cf). ». beukeboom; —gall, galnoot • —e,,« a. van beukenhout.

|ftn hff-P;. I' rundv»eesch ; -nteak, runder«' -f; k lrea Lr' s- Afwacht, bewaker. Beer (frw) r, bier; — home, bierhuis; «mail —. dun bier; atrong _. zwaar bier; t» ralk amall —, wauwelen, to tliink amall hebben* Ta" iem,nd een eeri"ï''n dunk

Beet (bit), s. biet, beetwortel ; —rare, de gesu°kerbeetW°rteli ~ro"t ,uear. beetwortel-

Beetle (bit't), s. tor, kever, beukhamer* — v. n overhangen j —browx-d, norsch'- — lieatled, lomp, bot.

Beeve» (bhv), s. rundvee.

v II 'i*™11' v- a- overkomen, wedervarenv. n. gebeuren. *

Beflt (biftt). v. n. passen, betamen, uernani(bifoum), v.a. met schuim bedekken. Befool (Infitl), v. a. bedotten.

Berore (6ï/da), ad. te voren, vroeger, prn Z0T- e.e1r, -1»"1"1- »<!• van te voren, voo?! uit; —time, ad. voorheen.

Befonl (bi/nul), v. a. bevuilen.

Berrlend (W/eend), v. a. begunstigen.

fl«en'?* v- »• ■"« ver.

Beg [beo) v. a. verzoeken, vragen, (fop, om, «f, van) —, V. n. bedelen; to — tlie qnra' vno' waar aannemen, wat nog bewezen moet worden; -ging friara. bedelmonni•i ,1""' >""• ik heb de eer ' ° — le«ve, verlof vragen, de vrijheid nemen, etc.

Sluiten