Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— «•! wee zal ons beschoren zijn; v. n. «itvallen, (to) overkomen, (of) worden. Betlnie (bitatm), Uetime», ad. bytnds. Betoken (bUouK'u), v. a. beduiden, voorspellen.

Betray (bitret), v. a. verraden; -er, s. ver-

rader; — «I. g. verklappen van iets.

Betrini {bt/rtm,, v. a. optooien.

Betroth [bi(routh), v. a. verloven.

Better (ftetej,a. & ad. beter, meer; to think ,° "« zich bedenken, van gevoelen verfop —• r"*- «op*e. bet ga, hoe het wil; fo cliange for the —, in zijn voordeel veranderen; - tl.an a year, langer dan een jaar; «» inuch the—, des te beter«»y — half. myue wederhelft; —, s. betere' meerderheid; to get the _ of o.»e, de overhand over iemand krijgen; —», s. meerderen; v. a. verbeteren, overtreffen; — oiie * «elf, zich by een' koop bevoordeelen; — most, ad. allerbest.

Better (bvtd), s. wedder.

Betti (beti), s. breekyzer.

Bet ween (biiuin), prj». tusschen; — onrselves you and uie, onder ons; It'n betwixt zo°' zo°- 5 there*» inany a •lip betwlxt (between) the cup and me lip, men moet geen „hei" ! roepen, voor men over de brug is.

Betwlxt (bitKtkit), prp. zie Between. Bevel (bev'l a. scheel', schuin; —, s. hoekmeter.

Beverage (bev»rid£), s. drank.

Bevy, (bevi), s. vlucht, troep, kransje; a — or partridges, een vlucht patrijzen; a — or schoolgids, een troep schoolmeisjes. Bewall (bitcell), v. a. betreuren.

Beware (biwê»), v. n. (of, zich in acht nemen voor, passen op, — of pick-pockets! waclit u voor zakkenrollers.

"u?n»n'<'CP v* a* verwarren, verbijs-

Bewitch (biicttë). v. a. betooveren • —ery -ment, s. betoovering; -ing, a. -ingly,

ad. betooverend. 3 j

Beyond (bijotidj, ad. ginds, prp. boven, over, i buiten VOO,Mi; - Alp., aan do over- i j«de(der Alpen; — belief, ongeloofelijk ; I

- M'y power, dat gaat myue krachten te boven ; to go —, bedriegen.

Dezel (bez'l). 6. kas van een' ring.

JSE?" (bi^gjüleitdd), -lar [bia-ng. I

JU19), a. tweehoekig. w j

BJïïi^f*99^ f' ovei'helling, neiging, vooroor- I deel; to put one out of one's iemand van syn stuk brengen; —, v. a. doen over- I bellen, bevooroordeeld maken; —«ed. a bevooroordeeld. !

mhJSfr 8- ■}?}•«•/ —• v- a- slurpen, drinken; —aclou». (baibefiss), a. aan den drank ver- I slaafd ; —ber, s. drinkebroer.

."o!.i«J6,')i.k,iUbeli -,cnl- «• bybelscll; — »«elety. bubelgenootschai).

B bllograph trfbiblioanfi). s. boekenkenkunde blbll0ffrar,l'>sch; -y, s. boeken-

"• b»«khandelaar. Ulbllotheca (ini/HoMMre),». boekverzamelingeene boekerij behoorend: — rv (fnoltothjlon), s. bibliothecaris. ïï!ï rt s. bybelkenner.

Uibulnu. (Mbjüli,), s. sponsachtig, opslorpend, dronken.

."fh'blauwo of groene kleur, li. LP lbaa'piM)t a. tweehoofdig.

' krakeel k">l,ele"' weifeien; —lug,

Uicori.ou. tbaiiótnta). a. tweehoornig. Blcycl e (batsik'l), tweewieler, rijwiel, velo; it7i wiplrUJen: -l»t. wielrijder.

»IU [bul), v. a. bevelen, gelasten, noodigen, bieden; farewell. afscheid nemen; to— «»od speed, „God behoede u" loewensclien; to — lair, veel goeds beloven ; to — welcoine, welkom heeten . to — deliance to, tarten, trotseeren; -der, s. bieder; the nigliest —der, de meestbiedende; —dinir s. bevel, bod. ®

Bjddy g. kuiken, kip; (Ierscli) dienstmeisje. Uide (baul), v. a. verdragen, afwachten; — y°up •lM»e. wacht je tyd af; v. n. wonen, i uiyven. '

Billens (batd'vs), s. gaffel kruid.

Uidental (baidenVl), a. tweetandig.

j*Jf* (bi<lei, H. hit, waschkom.

Biding (batdii\), s. verbiyr.

ISiennial (buienjgl), a. tweejarig.

Bier [bt»), s. lykbaar.

; " «-«ngf (bittinz), s. biest.

: ;5!j.nplo,«* {baijerjat), a. tweevoudig. S,r (tofargs),atweemaal vruchtdragend. Slï (baijoutd), a. tweevoudig | Biform (baijüam)- -ed, a. dubbelvormig; i —8« dubbelvormigheid.

-•«. a. tweetandig, gallelvormig. b'

Big Ibiff), ti. dik, groot, zwaar ; (of, u itli zwanyer; the great <lay, — wltl. tl.c late ol latn and of Rome, de groote dag waarop het lot van Cato en van Home zal beslist worden; to look —, zich trotsch aanstelle"; to talk —, bluffen, snoeven; bellied, — boilied, a. zwaarlijvig; —ueas, ». dikte, grootte.

■liga... l.t [UgimM), s. man die twee vrouwen n. e?; ,T}'' s" '"eewijverij, dubbel huwelijk.

l an S' kinael'mutsje. flltreer-koffle-

JJIght (bait), s. bocht, kreek.

Itigot (btgst), a. schijnheilige, dweeper; —ecl, a. schijnheilig, bevooroordeeld* —ry s schynheiligheid, dweepery. '

Bike (haik), fiets, v. fietsen.

Bilateral (baila:t9r9l), a. twee zyden hebbend.

ï hïP|?i; ,8, heidebes» braambezie.

■»!»£ B- kl>ng, korte degen.

IlileTL^I's gai'.S' voetboeieD(voor matrozen). Uiige (bil'dz], s. kielwijdte; the - water liet Waterin het ruim; -, v. n. lek stooten.

U-c^ineS' ni"0'"' U' ~

BET. - BIL.

Sluiten