Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

CHA. - CHE.

diameter, [lcarrakt»), b. karakter, naam, aard; letter, schrijfwijze, kenteeken, getuigenis; she enme fop a —, zij kwam om een getuigschrift, om getuigen; in (out of)—,gepast, ongepast; —, v. a. beschrijven, inprenten. Cliaracteristlc (karaklartn/ik), h. kenteeken; —» —al, a. kenmerkend, eigenaardig; —aliip»*. s. kenmerkende eigenschap, eigenaardigheid.

Character Ize (katraktaraiz), v. a. kenmerken; — less, a. karakterloos.

Charade (jSarnd), s. charade.

Cliard (tidd), s. lang-, spits blad; —• of artichokes, artisjokstoelen; — s of beet, jonge beetplanten.

Charge (téddz), s. last, lading, opdracht, ambt, aanklacht, aanval, overdrijving, zorg, pleegkind; a flrst —, een eerste hypotheek; — s, s. onkosten; notnrial —s, uotarieele onkosten; to lay to ouc's —, iemand ten laste leggen: —, v. a. laden, beladen, belasten, beschuldigen van (with), bevelen, inprenten, in rekening brengen; to — too mach, te veel rekenen, laten betalen; —, v. n. aanvallen (upon); —able, a. —ably, ad. kostbaar, bezwaarlijk, verantwoordelijk; —r, s. lader, laadbus, eischer, groote schotel, strijdros.

Chari ly (tëêrili), a. behoedzaam; —ness,

s. behoedzaamheid.

Chariot (té eer jat), s. wagen; —, v. a. rijden, vervoeren; —race, wagen wedren; —eer, s. voerman.

Chsirit able [tétrritab'l), a. —ably, ad. liefdadig, mild, goedhartig; — ahleuess, a. liefdadigheid ; mededeelzaamheid; —y, s. liefde (christelijke), liefdadigheid, aalmoes; to beg —y, om aalmoezen vragen; —y begin» at liuiite, het hemd is nader dan de rok; — Nchool, armenschool; in —, om Gods wil, kosteloos.

Charlatan (éalatan), s. kwakzalver; —Ical, a. kwakzalverachtig; —ry, s. kwakzalverij. Cliarles's-waiu (t*<ilziz-weiri), s. Groote Beer,

Wagen (sterrenbeeld).

Cliarlock (tja/ak), s. wilde mosterd.

Charm (tèdni), s. toovermiddel, betoovering, bekoorlijkheid; —, v. a. & n. betooveren, bekoren; —er, s. betooveraar; —rul, a. betooverend; —ingly, ad. bekoorlijk; — ingness, s. bekoorlijkheid.

{hamel (tsun'l), a. lijken-, doodsbeenderen

bevattend; —house, beenderhuis.

Chart (tidt), h. kaart, zeekaart, tabel. Charter (tsata), s. oorkonde, handvest, vrijdom; —, v. a. by charter instellen, bevoorrechten, bevrachten; to — a vessel. een schip bevrachten; — ed Bank, Geprivilegieerde bank; —ed Company, Naamlooze vennootschap; —land, vrijgoed; —party, c harte partij; —r, s. bevrachter. Chnry,(^èW;>a.7.nrgvuldig,behoedzaam,zuinig. Chase (tsei#), s. jacht, vervolging, wildbaan, dracht (van geschut), vormraam; —, v. a. jagen, vervolden, najagen; —gun, boegstuk; —r, s. vervolger, najager.

Chasm (kitz'm), s. kloof, afgrond.

1 haate (téeitt), a.; —ly, ad. kuisch, eerbaar; —ness, s. kuischheid, zuiverheid; —tree, s. kuischboom.

Chasten (tëtttn'n), r. a. kastijden, vernederen.

Chastise (tiastatz), r. a. kastijden, tuchtigen; —ment, s. kastijding; —r, s. kastHdor/

Chastlty (té&gtiti), s. kuischheid.

Chat [timt), s. gesnap, gekeuvel, katje faan boomen); —,v. n. snappen, keuvelen; («wayi keuvelend doorbrengen.

Chattel (tsmt'l), s. have en goed (» goods ni»«l —s), roerend goed.

Chatter (tfasta), s. gesnap, gekakel; —, v. n. snappen, kakelen, klappertanden (with cold); —box, snapper, snapster; —er,s.praatvaar; —ing, s. gesnap, gekakel.

Chatty (témti), a. praatgraag.

Chatwood {tgntwud), s. brandhout.

Clieap (tsip), a.; —ly, ad. goedkoop; dog—, schandekoop (= as — as dirt); a — Joke, een flauwe aardigheid; a — tripper,iemand, die op een koopje reist; to foei—, zich ellendig, nietswaardig gevoelen; to retider oue's self —, zich verachtelijk maken ; to make oneself —, zich te dikwijls vertoonen; —en. v. a. dingen, bieden; to—en the postage, briefport verlagen; —ener,s. dineer, bieder; —ness, s. goedkoopheid.

Cheat (tSxt), s. bedrog, schelmerij; —, v. a. bedriegen; —, —er, s. bedrieger; —Ingly, ad. bedrieglijk.

Check (téefc), s. stuiting, beteugeling, beletsel, tegenspoed, nederlaag, verwijting, geruit bont, contraboek, assignatie, schaak; to glre a — to, in bedwang houden; to hand in one's ~~1■Mfiff»)» sterven; —, v. a. stuiten, beteugelen, berispen, collationneeren, v. n. stilstaan; a —book, een kassiersboek ; —mate, schaakmat; —roll, staatslijst, lijst der holambten; —less, a. zonder contróle; —er, s. beteugelaar, bedwinger.

Cliecker (téeka), s. geruit werk; —board, dam- of schaakbord; — s, s. dam- of schaakspel; v. a. schakeeren, geruit maken; —ed, a. boni, geschakeerd; -work, ingelegd werk.

Cheek {têik), s. wang, kaak, brutaliteit; —» of a door, deurposten; witli the coolest — iniagiiiable, met de grootste koelbloedigheid, (leukheid); — by Jnle, (<rjn\vl), onder vier oogen, dicht naast elkaar; —boue, kakebeen; —hoop, ijzeren band om den hommer; — tooth, baktand, maaltand; — varuish,^ blanketsel; —y, brutaal.

Cheer [téia), s. onthaal, opgeruimdheid; toejuiching, begroeting; to give three — s for our hostess, driemaal „hoera !" roepen voor onze gastvrouw ; to be of good —, opgeruimd zijn; what —? hoe gaat het? —, v. a. verheugen, vroolijk maken, toejuichen, begroeten, v. n. vroolijk worden, juichen; (up; moed scheppen; —er, 8. opvroolijker;—l'ul, —fully, ad. blijmoedig, vroolijk ; —l'ulness, s. blijmoedigheid; —less, a. neerMachtig; —ily, ad. —y, a. vroolijk, opgeruimd.

4

Sluiten