Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

COM. — COM.

Avondmaal; -Ion-cup, Avondmaalsbeker; —lon-table, Avondmaalstafel; —ism, s.gemeenscliap van eigendom; —int, s. communist ; —ity, s. maatschappij, vereeniging, (liet) volk, gemeenschap.

Co in in ii ta bil ity {kamjutaHliti), s. vatbaar* heid om veranderd te worden.

Co mm ut «Ulo [lcoinjiklali'l), a. verwisselbaar; —ation, s. verwisseling, verandering; — ntive. a. verwisseling betrettend; —e, v. a. verwisselen, veranderen; to —e a «eutence «f deatli iuto lifeloug imprisonment, een doodvonnis veranderen in levenslange govangenisstraf; — tual (kamjütiual), a. wederzydsch.

Compact (kompakt), a.; —ly, ad. dicht, vast, saamgedrongen; —, s. verdrag, beding.

Compact (kampttkt), v. a. nauw verbinden, samenvoegen, v. n. zich nauw verbinden; — edness, —ness, 8. dichtheid, vastheid; — ure, s. bouw, samenstel, weefsel.

Compaitioii (katnpasnj'n), s. metgezel, mak* ker, kerel, kapluik, schot bjj de bajuitstrap, lantaarn ; —la<l<lfi*, kampanjeladder; boon —« vroolyke kwant ; —able. a.; —ably,ad. gezellig; — able ness, s. gezelligheid; — «hip, s. vereeniging, kameraadschap.

Company (knmpaui), s. gezelschap, genoot* schap, maatschappij, vennootschap, gilde, compagnie, troep; two is —.three is none, twee is ge/.ellig, drie niet; lie ncver |?oes into —, hU iriuit nooit op visite; lire insnrance—, Hrandwaarborgmaatschappij; public — (««Joint-stock —}, naamlooze vennootschap; to bear —, to keep —, gezelschap houden; —, v. a. vergezellen, v. n. omgang hebben (with): he keeps — witli our servant-girl, liy verkeert met ons dienst* meisje.

Compara ble 'komparab'l), a. vergelijkbaar, (to); —bly, ad. vergelijkenderwijze.

Comparative (kamptrrativ). a. vergelijkend, , s. vergrootende trap; —ly, ad. in vergelijking.

Compare (kampêa), s. vergelijken (to, wlth), |by, met); —, v. n. (with) wedijveren ; can he — wlth Mi Ito* or Shakespeare?

kan hij een vergelijking doorstaan met M. of S?

Comparison (kampivris'n), s. vergelijking,

verhouding, gelijkenis.

Compart (kampei t), v. a. afdeelen, verdeelen; —iuient,— ment. s. afdeeling, vak ; —ition, (kompd'ië'n), s. afdeeling, afperking.

Compass (kompa*), s. omtrek, kring, omvang, ruimte, bereik, bereik; kompas; to keep withln —, binnen de palen houden (blijven), corrected —, rechtwijzend kompts; dipping —, miswijzend kompas ; —box, kompasdoos ; —card, kompasroos; —needle, kompasnaald; -mw, fijne zaag; —stuif, l/oeghout; —timher, kromhout; —es, s. passer; a pair of — es, een passer.

Compass (kompa»), v. a. omvatten, insluiten; beoogen ; erlangen, bereiken.

Compassion (kamparS'n), s. medelijden ; —

ate, a. —ately, ad. medelijdend; —ate, t. n. beklagen, deernis hebben met.

Compatibllity (kampatibiliti), s. bestaan* baarheid, vereenigbaarheid.

Compatible (kainpfft'bl),w. bestaanbaar, stroo- • kend ; —ness, s. bestaanbaarheid, vereenigbaarheid ; —, ad. gepast.

Compatriot (kampettriat), s. landgenoot; —, a. van hetzelfde land.

Compeer (kampia), s. makker, evenknie; —, v. a. evenaren.

Com pel (kampei), v. a. noodzaken, afdwingen, onderwerpen; —lable, a. dwingbaar; — lation, s. wyze van aanspreken; —Ier, s. dwinger.

Com pend, (kompand), s. kort begrip.

Coinpeiidl ous (kampendjati), a. ously,

ad. beknopt, bekort; —ousness, s. beknoptheid ; —um, s. kort begrip.

Compeiis ate (kampemeit), (ookt kompanseit), v. a. vergoeden, vergelden ; —atlon, s. vergoeding ; vergelding ; — atlve, — atory, a. vergoedend.

Compete (k*mpit)t r. n. mededingen; wedijveren (wlth).

Co in pet ence (kompitens), — ency, s. genoegzaamheid, bevoegdheid, toereikend inkomen; —ent, a.; —ently, ad. voegzaam, gepast, toereikend, bevoegd; —ition, s. mededinging (with—for); rille — Itlons, schietwedstrijden.

Competi tor (kampetita), s. mededinger; — tress, —tri*, mededingster.

Compilation, (kompileié(n) s. verzameling, samenflansing.

Compile (kampatl), v. n. verzamelen; —r,s. verzamelaar; opsteller.

Complacen ce (kamplelfan*), — cy, o, voldoening, genoegen, inschikkelijkheid, heuschheid ; —t, a. with —t pride, met l»'hagelijke trots; —tly, ad. aangenaam, vriendelijk, inschikkelijk.

Complain (lcampleln), v. a. betreuren; v. n. (of) klagen over;—able, a. beklagenswaard; —ant, s. eischer, eischeres; —er, s. klager, klaagster.

Complaint (kemplelnt), s, klacht, beklag,

kwaal; ongesteldheid.

Complaisan ce (kampletzant), s. gedienstigheid, beleefdheid, heuschheid, —t, a. — tly, ad. gedienstig,voorkomend, beleefd; — tnes«, s. wellevendheid, gedienstigheid, beleefdheid.

Complement (kompliment), s. aanvulling, vol getal, volkomendheid, voorraad; —al, a. aanvullend.

Complete (kamplit), a. —ly, ad. volledig, volkomen ; —, v. a. volledig-, volkomen maken; —ness, s. volkomenheid, volledigheid.

Co nip Ie tion (kamplië'n),B. voltooiing; volmaking; —tive, a. aanvullend; —tory, a. vervullend.

Completory (kampletari), s. laatste gebed

(van een kerkdienst), avonddienst (in lt. K. kerken).

Complex (kompïeka), a. —ly, ad. samengesteld, ingewikkeld ; —, s. samengesteldheid.

Sluiten