Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

CON. — CON.

—ntion, §. bevestiging; —atlve, —atory,

a. bevestigend; — edneaa, §. bevestigdheid; —ing, *• —Infcly. ad* bevestigend, bekrachtigend ; « — e«l diaeawe, een ingewortelde ziekte; a —ed druiikard, een verstokte dronkaard. , . .

Condaca ble (konftskab'l), a. verbeurd te verklaren; —te, a. verbeurdverklaard; —te (konjtukeit), v. a. verbeurd verklaren; — tion (Jconfltketi'n), s. verbeurdverklaring; —tor, s. verbeurdverklaarder; —tory lkanfUkatari), a. verbeurdverklarend.

Confiture {kontitj»), 8. suikergebak.

Confix (k'nftks), v. a. bevestigen; —are, s.

(het) vastmaken.

C'oi»fin grant (ISnflelnrant), a. brandend; —gration (konflegretS'n), *. algemeene brand; —tion, s. samensmelting, ouderééngieting, harmonie.

Conflict (konflilct), s. botsing, twist, strijd. Conflict (kanflikt), v. n. strijden, kampen; —

ive. a. tot strijd leidend.

Confliien ce (konjlnans), s. samenvloeiing, samenvloed, toeloop ; —t, a. samenvloeiend. Conflu* {konflvfk), s. zie Confluence. Conform (k'nfóm), v. a. gelijkvormig maken, | regelen, inrichten, v. n. (to) zich gedragen naar; to — oneself to tl»e cuatouiM «nd •nanners, zich schikken naar de zeden en gewoonten: —nble, —«te, a. gelijkvormig; —ably, ad. overeenkomstig, volgens; (to), —ation (konjómeti'n), s. gelijkvormigmaking, vorming, inrichting, gelijkvormigheid; —Ut. s. lidmaat der Engelsche Kerk;— ity, b. gelijkvormigheid, overeenkomstigheid. Confound (kanfaund), v. a. ondereen mengen, verwarren, vernielen, verbazen, beschamen; — tliat fellow! de duivel hale dien VPnt!; —ed, a. —edly, ad. verward, beschaamd, verbaasd, vermengd, verfoeieiyk, verwenscht, duivelsch, ellendig; —ednes», s. verslagenheid, verwarring; —er, s. onrustzaaier, vernieler.

Confratemity (konfretAniti), «.broederschap. Confront (k'vfront), v. n. tegenoverstellen, vergelijken; (with), —ation, s. tegenoverstelling, vergelijking.

Confus e (kanfjAz), v. a. verwarren, verlegen maken; —edly, ad. verward; —edness, s. verwardheid; —Ion (katifjAz'n), s. verwarring, veriegenheid, verderf; it was —Ion worie confonnded, zoo niogeiyk nog grootere wanorde.

Confut nble (kavfjAtab'I), a. wederlegbaar; —ation {kanfjüteti'n), b. wederlegging; —e, v. a. wederleggen; —er, s.wederlegger. Congee (kondzi), s. buiging, groet, afscheid;

—, v. n. afscheid nemen.

Congeal [kandzil), v. a. doen bevriezen, deen stremmen, v. n. bevriezen, stollen; —able, a. bevriesbaar; —ment, s. bevriezing, bevrozen klomp.

Congelatlon (kondialeti'n), ». bevriezing;

point of —, vriespunt.

Congenerie (kond£anerik), a. gelijkslachtig. Congenl al (kandzinjal), a. gelijkaardig, ver¬

want; —ality, — alne«a,8. gelijkaardigheid, verwantschap; —ons, n. gelijksoortig. Congenital (kand£enital), a. gelijkgeboortig,

van denzelfden oorsprong, aangeboren. Conger (koi\ga), s. zeeaal.

Congerie» (kandziriaz), s. hoop, stapel. Congent (kandzest). v. a. samenhoopen; —Ion, b. ophooping, opstijging, congestie; —ive, a. ophoopend.

Conglacia te {kangliréiai), v. n. bevriezen, tot ijs worden; —tion, s. ijswordiug, bevriezing.

Couglob ate (konplotibat),*.. bolrond, gebald; —ate, v. a. ballen, samenpakken; —ation (kon /labeti'n), s. balling, bolroudwording; —ulate. v. n. bolrond worden.

Congloinera te (kanglomareit), a. opgerold, samengepakt, s. zandsteen; —te, v. a. tot een kluwen vormen; —tion (kanglomareii'n),B. samenwikkeling, opeenrolling.

Conglutin ant (kang/Atinaut), a. lijmend, hechtend, b. wondmiddel; —ate, a. verbonden; —ate, v. a. & n. samenlijmen, samenkleven; —ation (kanglütineii'n), s. aan eenhechting, heeling, samenkleving; — atlve, a. verbindend.

Congratula te (kangrtrtjüliet), v. a. gelukwenschen (upon); —tion, s. gelukwensching; —tor, s. gelukwenscher; —tory, a. gelukweuschend.

Congrega te (kongrigeit), a. saamgepakt, vergaderd;—te, v. a. vergaderen, verzamelen, v. n. bijeenkomen.

Congregation (kongrifleii'n), s. vergadering, kerkgenootschap; —al, a. eene vergadering betreffend, openbaar, onaf hankelyk ; —alUt, s. lid eener onafhankelijke kerk.

CongreM \koi\gres), s. botsing, aanval, vergadering, congres; —lonal, (kangresional),

a. een congres betreffend; a —lonal election, een verkiezing voor het congres; — ive, a. samenkomend, aanvallend.

Congru ence (koi\gruans)-, — ency (kangrAanri), s. overeenstemming, gepastheid; —ent, —ous, a. strookend, geschikt, passend; — Ity (kangrAiti), s. overeenstemming, geschiktheid, gepastheid,

Conlc (Aronifr); —al, a. kegelvormig; — al■ten, b. kegelvormigheid; — a, s. leer der kegelsnede; —«ection, kegelsnede.

Conif eron* (kantfaras), a. kegelvormige vruchten dragend ; — om», a. kegelvormig. Conjectur able (kandzekSurab'l), a. vermoed baar; —al, a.; —ally, ad. vermoedelijk; —e, s. vermoeden; —e, v. a. & n. vermoeden, gissen; —er, 8. vermoeder.

Conjoln (kandzoin), v. a. vereenigen, paren, v. n. zich verbinden; —t, a.; —tly, ad. vereenigd, saamverbonden.

Conjuga I (kondzugal), a.; —lly, ad. echtelijk; —te, v. a. vereenigen, in den eoht verbinden, vervoegen; —tion (kondzugeti'n),

b. vereeniging, vervoeging.

Conjunct (kandznnjct),a.; —ly,ad. vereenigd, saamverbonden; —ion, s. verbinding,samenstand, voegwoord; —Ive, a.; — ively, ad.

5

Sluiten