Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

CON. CON.

enz.; — ed, a. samengetrokken, bekort • —edly, ad. door samentrekking; — edness, s. bekortlieid, bekrompenheid, samentrekking; —ibllity, s. samentrekbaarheid; —ible, a. sanientrekbaar; —lle, a. samentrekkend; —iou, s. samentrekking, bekorting; —or, s. aannemer, contractant; the —i«« portie», de contracteerenden; tlie —iug ■

price, de leverantie-prM». i

('ontradance. (kontrtddns), s. contredans. |

C'ontradict (kontradtkt), v. a. tegenspreken; j —er, s. tegenspreker; — ion, s. tegenspraak, tegenstrijdigheid ; —iou», a. tegenstrijdig, strydig, dwarsdryvend; — iou»- j ness, s. tegenstrijdigheid, zucht tot tegen- I spraak; — ive, a. tegenstrydend, wedersprekend; —orlly, ad. — ory, a. tegenstrijdig, aandruischend; —ary, s. tegenspraak; tegenstelling.

Contradistinct (kontr9distin,kt), a. tegengesteld, onderscheiden ; —iou, s. tegenstelling ; —ive, a. tegengesteld.

Contratlistiiiguisli, [lcontr9distii\ffwie), v.a. door tegenstelling onderscheiden.

Contrar ie» [Icontrariz), «.tegenstrijdigheden; —iety {kantrjratïti), s. tegenstrijdigheid; onbestaanbaarheid ; —Hy. ad. strydig ; — ine»», s. strijdigheid, tegenstand; — wise, ad. iutegendeel, omgekeerd, tegenovergesteld; —y, a. tegenovergesteld, strydig; —y. s. tegendeel; on the —y, integendeel; to advice to the —y, het tegendeel aanraden; instruction» to the —y, tegengestelde bevelen.

Contrast {kontrast), b. tegenstelling. Contrast {kontrast), v. a. tegenover elkander

stellen; v. n. afsteken bij (with).

Contra vallation (kor tv9va Iets'n), 8. tegen-

verscliansing.

Contravene (kontravin), v. a. weêrstreven ;

belemmeren, overtreden; —r, 8. overtreder. Contravention (kontrsveni'n), s. weêrstreving, overtreding; The oflicer acted in —of (in strijd niet) orders recelved. Contraversiou (kontravüïn), s. omkeering. verkeering.

Contribut ary (fontribjutari), a. belastingschuldig, bijdragend ; —e, v. a. & n. hydragen, medewerken (to), helpen ; —ion, s. bijdrage, belasting, brandschatting; —ion society, onderlinge verzekeringsmaa'schappij ; to levy — ions, belastiugen hell'en; —ive, —ory, a. bijdragend, medewerkend; —or,s. bijdrager, bevorderaar.

Contrit e (kantra it) a.; —ely, ad. berouwvol, gebroken van hart, boetvaardig; — ene»», s. boetvaardigheid; —Ion (ksntvii'n), s. droelheid; berouw.

Contriv able (kgntratfbl), a. bedenkbaar; doenlijk ; —ance, 8. uitvinding, aanslag; to be full of all sort» of —ance (listen); au Ingeuiou» —ance, een vernuftig middel, samenstel, vinding; —e, v. uitdenken, beramen, ten uitvoer brengen ; v, n. een plan beramen; —er, ». uitdenker, beramer, ontwerper.

«;ontroi (K9nrroui), s. legenresisusr, toezien*, bedwang, gezag; —, v. a. onder toezicht houden, beteugelen, vergelijken, —lable, a. aan toezicht onderworpen ; —Ier, s. opziener, toezichthouder; —lership, controleur, controleur, controleurschap; —inent, s. beperking, dwani?, opzicht.

Controveraial [kontrivós'l), a. betwist wordend.

Controver »y [kontravvsi), s. twist, geschil, redetwist, geloofsstrijd; —t, v. a. betwisten; —tible, a. betwistbaar; — tist, s. redetwister, twistschryver.

Contuuiaciou» (kontjumetS'*), a.; —Ily, ad.

weèrspannig; —ness. s. weêrspannigheid. Contuinacy (kontjuM9ii), s. weerspannigheid, niet-verschijning, verstek; to be fiued for —, wegens opzettelijk verzet beboet worden.

Contuuiellou» (ksntjumilj»s), a.; — ly, ad.

i smadelijk, hoonend, schandelijk; —ness, s. I beleediging, schandelijkheid.

Contumely (k»ntjikmli), s. smaad, hoon,

| verwyt.

Coutus e (k,ntjüz), v. a. kneuzen; —iou, s. kneuzing.

, Couundruui {kstinndram), s. raadsel, pots,

strikvraag.

Convale» eense (konivles'ns), s. beterschap, ! herstel; —cent, a. beterend, herstellend; — —cent, s. herstellende zieke.

Conven able (tonvin'bl), a. overeenkomend, strookend, voegzaam; —e, v. a. samenroepen, v. n. bijeenkomen, passen, gelegen komen; —ience, —lency, s. gemak, geschiktheid; write at your earliest —ience. schrijf zoo spoedig mogelijk ; —ient. a.; —iently, ad. geschikt, gemakkelijk, passend, voegzaam, gelegen; aiu I —leut to you?, kom ik u gelegen ?

Convent (konv9nt), s. klooster; —iele I (k'nventik'l), s. heimelijke (godsdienstige) bijeenkomst.

Convention (lc9nveni'n), s. vergadering, overeenkomst, verdrag; —al, —«ey, a. overeengekomen, bedongen.

Conventiele (tonventitfl), geheime bijeenkomst, kloostervergadering.

Conventual (k9nventjU9l), a. kloosterlijk;

—, s. kloosterling.

Converge, (kaxvüdz), v. n. in één punt samen-

loopen; —ut, a. samenloopend.

Convers able (k9nrAnib'l), a.; —ably, ad. gezellig; —ableness, s. gezelligheid;—ant, a. omgang hebbend (iu), bedreven, ervaren in (witli), bekend met; — atlon. s. verkeer, gesprek ; to Joiu in a —ation, aan eeu gesprek deelnemen; to enter into—ation, een gesprek aanknoopen; criiniiial —ation, overspel, misdadige omgang; —ative, a. gezellig; —e, a. omgekeerd; —e. s. onderhoud, verkeer, tegendeel; —e (k9nvó*), v. n. verkeeren, spreken (with), zich onderhouden (about, on); —ely, ad. omgekeerd, wederkeerig; —ion, s. omkeer, bekeering, conversie ; —Ive, a. gezellig, spraakzaam.

Sluiten