Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

CRO. — CRU.

Croquet (krouJcei), {kronkel), liet croquetspel, w.w. croquetten.

Crore {kró»), £ 1.000.000.

Crosier (krouza), s. bisschopsstaf.

Crosiet (kroslit), s. kruisje, haarband.

Cros» {krot), s. kruis, droefheid, lijden; — and pile, kruis en inunt; to creep to the —, zich onderwerpen; — nccomoÜHtioii. wisselruiterij; oh the —. (slang), oueerlyk; — aisie, zijvleugel (eener kruiskerk); —armed, met gekruiste armen, werkeloos; —bar. dwarshout, kruis (van een venster), zwieping;

— har-shot, stangkogel; —beam, dwarsbalk; —bill. kruisbek (vogel); tegenklacht; —I>i te, s. valstrik, bedrog; v. a. bedriegen; —bow. kruisboog; —how-iiiau, kruisboogschutter; —breed, gekruist ras; —bun, kruiskoek ; —caper, dwarssprong ; —cut, dwars doorsneden ; —cut-saw, trekzaag ; —day. ongeluksdag; —exniuiniitioii. onderzoek door de tegenparty te hooren; onderzoek door strikvragen;—exaiiiiiie.de tegenparty in verhoor nemen; door strikvragen onderzoeken; —eye, scheeloog;—llow, in tegenovergestelde richting vloeien;—fortune, tegenspoed; wederwaardigheid; — ^rained. tegen den draad,stuursch; —Jack, bree-fok ; —Jack-yard, bagijne-ra ; — lane, kruislaan, dwarssteeg; —legged, met de beenen kruiselings ; —llne, kruislijn; —marriage.—mate li .gemengd huwelijk; — patcli, een lichtgeraakt, prikkelbaar mensch;— patli, kruisweg; —pawln. grenen senten; —piece, dwarsstuk; —piece of the bitto, betingballc; —piece of a cleat, balkje in een kruishout; —piece of the liead, balkje in 't galjoen; —piliar, stut; —purpone, misverstand; niet pa«send antwoord ; tegenstrijdig plan; streep door de rekening; —purposes. vraag- en antwoordspel; —qurstion, zie —exauilne; —road, kruisweg, viersprong; —row. a-b-boek ; —seizing, kruisbindsel; —sta tl', graadboog; —tree. dwarszaling; —trees, kruishouten ; —turns. slagen van eene kruising; -way. kruisweg; —wind, tegenwind ; —wise, kruiswjjze ; —wart, kruiswortel; —or pile, kruis of munt.; to take up one's —, zijn kruis dragen ; kniglit grand —, ridder grootkruis.

Cross, (kros), a. kruiselingsch, sehuinseh, dwars, averechtsch, tegenstrijdig, eigenzinnig, stuursch ; —purposes, tegenstrijdige plannen ; to look —, ongehumeurd, boos kijken; — questions and crookeil answers, „vragen-en antwoorden"-spel; as — as two sticks, zoo nijdig als een spin; —, v.a. kruisen; met een kruis merken, doorhalen, dwars oversteken, dwarsboomen, belemmeren; to

— swords, duelleeren; to — one's arms, de handen ia den schoot leggen ; to — one's palus, een fooi, drinkgeld geven; to — one's «elf, het teeken des Kruises maken ; —, v. n. dwars over liggen, overdwars liggen; oversteken (over); strijdig zijn met (with); prp. dwars over, dwars door; -ing, s. dwarspad, overloop, tegenstand; — ing-

sweeper. straatveger; — ly, ad. kruiswijze, dwars, gemeljjk; — ness. s. overdwarslieid, verkeerdheid, stuurschheid, norschheid.

Crotch (krot»), s. haak, gaffel; — es,s. ruimbanden ; mikken (voor draaibassen); schepters.

Crotcliet (hrotiat), s. teksthaakje; parenthesis, schraag, schoor, kwartnoot, nuk, gril, list, vingering (van eene sloep); —y, a. wispelturig, grilziek.

Croucli) (krant*,) v. n. laasr bukken, kruipen (to, voor); (under) geduldig verdragen.

Croup (krüp), s. kruis (van een paard); romp (van een' vogel), keelziekte.

Croupade (krupetd) s. luchtsprong (van een paard).

Crout (krant), s. zuurkool.

Crow (krou), s. kraai, gekraai, breekijzer; as the — files, in rechte lijn ; to have a — to pluck with one, met iemand een appeltje te schillen hebben; to pluck (pull) a —, over kleinigheden het zich druk maken; —bar, breekijzer; —flower, wilde ramenas; —foot» voetangel, ranonkel; —'s feet, kringen om de oogen (door ouderdom of verdriet); — keeper, vogelverschrikker; —quill, kraaienveder ; —toe, hyacinth; —'s-bill, trektang ; v. n. kraaien, snoeven.

Crowd (krand), s. gedrang, menigte ; —, ▼. a. volproppen, opvullen ; to <— sails, alle zeilen bijzetten; —, v. n. wemelen, dringen, (on) volgen op; (in) indringen; —er, s. speelman, vioolkrasser.

Crown (krann), s. kroon (ook het geldstuk, waard 5 shillings «= ƒ3), kruin;—, ▼. a. kronen, bekronen, dam halen; —glass, kroonglas ; —imperial, —tliistle. keizerskroon (bloem); —land. — deiuesne, kroonland} —post, hoofdzuil; —posters, groote aanplakbiljetten ; —scab, schurft aan de hoeven van een paard ; —wheel, kroonrad; —work, kroonwerk; —er, s. bekroner, voleinder.

Crucl al (kriké'l), a. kruiswijze; at the—al moment, «p het kritieke oogenblik; —«te, v. a. kwellen, pijnigen.

Crucible (krAs'bl), s. smeltkroes.

Cruci ferous (krusif»res); —gerous, a. kruisdragend.

Crucif ier (lcriksifai9), s. kruisiger; —lx, s. kruisbeeld; —Ixlon, s. kruisiging; —orui, a. kruisvormig; —y, v. a. kruisigen.

Crud e (krüd), a.; —«ly. ad. rauw, onrijp, wrang, onverduwd, onbekookt; —eisess. s. rauwheid, onrijpheid, onverdmvdheid, onbekooktheid ; -Ity, «. rauwheid, onrijpheid, onverduwbnarheid.

Cruel (krikal), a.; —ly, ad. wreed ; —ness, —ty, s. wreedheid, onmenschelykheid.

Cruet (krAat),s. olie- (azijn-)Ueschje; —stand, olie- en azijnstelletje.

Crisise (krüz), s. kruistocht ; —, v. n. kruisen (ter zee); —r, s. kruiser.

Cruller (krot»), s. flensje (gebak); the crisp and cruuibllng —, het brooze, kruimelige gebak.

Cruuib (krvm), s. kruim, kruimel; —, v. a. & n. kruimelen, brokkelen; — ly, a. kruimig,

Sluiten