Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

CUT. — DAM.

Caft laae (katte»), n. hertsvanger; —Ier, s. I messenmaker; — lery, s. messenmakerij.

Cnt let {kntlit), s. karbonade, cfttelet.

Cut ter {kot»), 8. snijder, vechtersbaas, zakkenroller, snijtand, kotter; revenuewachtschip tegen smokkelarij; —ting, a. snijdend, bijtend, s. uitknipsel, afzetsel, loot, overloop (op spoorwegen); to play «cutter»," „alle vogels vliegen" spelen.

Cuttle (kvt'tl), vuilbek; — fl»h, inktvisch.

Cutty-plpe (kotipaip), neuswarmertie.

Cycl e (talk'l), a. kring, tijdkring-, .Metonlc — ( = — of the moon), guldengetal (tijd perk van 19 jaren); — of the aun, zonnecirkel (23 jaren); — of indictlon, indictiegetal (15 j.; vroeger onder de pausen);—oid. s. radlijn-, —opaedia {miklopidj»), —opcde. s. encyclopedie; — opeai», —opic, a. cyclopisch, reusachtig, ontzaglijk; to cvcle, fietsen, op een velocipède rijden; cycliat, wielrijder, fietser; cycling. wielrijden, fietsen.

Cyclone (taikloun), cycloon, hevige orkaan.

C'ygnet (êign&t), s. jonge zwaan.

Cylind er [tilind»),cylinder; — rlc — rical

(HUndriVl), a. cylindervormig.

Cy mar (taim»), s. samaar, sjaal, lichte doek.

Cymbal (timbl), 8. cimbaal, bekken; —lat, —player, cimbaalspeler.

Cynic (#iMi7r), s. cynisch wijsgeer; —, a.

ad. cynisch, hondsch ; —alne»», s. hondschheid; —lam, s. menschenverachting, cynisme.

CyitoKure (fitnaéü*), s. noordster, Kleine Deer, leidster, baken, hooldaantrekkingspunt.

Cypress {*atpr»i), s. cipres.

Cyprus tsatpr»*), s. krip, wijn van Cyprus.

Cyat (*ist)% s. etterzak, zakgezwel; —Ie. a. in een' zak bevat; — ic worm, lintworm; — ocelr, s. waterbreuk; — otomy [sütotsmi), s. opening van zakgezwellen.

C'zar [[t]zd), s. Czaar, keizer van Rusland; —ina, (zarin*), s. Czarin, keizerin van Rusland; —owitz, (zarstcits), s. oudste zoon van den Czaar, grootvorst van Rusland.

C zee li (tiek), de Sklaven uit Moraviö en lioheme.

D.

» (dt), 4de letter; D — 800 (Rom. getal) P = 5000; D.l) = Divinitati» Doctor, doctor

in de godgeleerdheid; H.C.Ii = Ooetor ot Civil V.aw, Meester in de Rechten ; I..I-.D = Doctor of Lawa, Meester in de Rechten ; M.D -» Medlcinae Doctor, doctor inde geneeskunde; D.Ut(t) = I.itterarum Doctor, doctor in de letteren ; D.Ij.O — Dead Vletter «fflee, bureau voor onbestelbare brieven; II.V «=Deo %'olente, zoo God het wil; D = denarius, penny; Deb. = debcntiire, obligatie; l>iv. = dividend; D a t. = penny weight (24 grains).

Dab (dab), s. brokje, tikje, spat, klets, heilbot, bedreven gast; he'» a regular — at figuren, hij is een kraan in het rekenen ; —chick, waterhoen; a dirty —, een smerige kerel; fat —, vet stuk vleesch, lekkere beet; —, v. a. streelen, zacht afwisschen, v. n. met den hengel visschen.

Dabble (darb'l), v. a. bestrijken, besmeren, bemorsen; v. n. plassen, morsen, broddelen; —p, s. broddelaar, knoeier.

Dabwter (iletbst»), s. kenner, ervarene.

Dace {dei»), s. witvisch, halfoog.

Dactyle (dtvkt'l), 8. dactylus (—uu); dactylology (dcektilotedzi), de kunst der vindertaal.

Dad {dad), Daddy, a. pa, paatje; -longleg», een groote, langbeenige mug.

Daddle (dtrd'l), s. hand, voet; —, v. n. waggelen, langzaam gaan.

Dade (deid), s. vlak gedeelte eener zuil, teerling.

Daedal (dM7), —lan, a. kronkelend, geschakeerd, kunstig.

DafTodil Ulirfadil), s. narcisbloem.

Daft (daft)% a. dwaas, dom, mal.

Dag 'tfcptf), s. dolk, zakpistool, reep, strook; —gor, s. dolk, kruisje (t); —ger'a drawing, vechtpartij ; to be at — ger» drawn, op uiterst vijandigen voet staan; to look —gera at one, iemand woedend aankijken.

Daggle (dtru'l), v. a. beslijken, door het slijk sleepen, v. n. plassen, door dik en dun loopen; —tall, a. beslijkt, 8. morsebel.

Dagguerreotype [dagerotaip), s. daguerreotype (photographie op uepolyst metaal).

Dahlia (deilj*), s. dahlia.

Daily (detli), a. dagelijkscli;—, ad. dagelijks.

Daint lly, (deintili), ad. —y, a. lekker, keurig, sierlijk, gemaakt; a — apenlier, een aangenaam spreker; —bita, zoetigheden; — Ineaa, b. lekkerheid, keurigheid, gemaaktheid ; —y, s. lekkernij.

Dairy (de»ri), 8. melkerij,boerderij; —maid, melkmeid.

Dai» ied (detzid), a. vol madeliefjes; — y, s. madeliefje; —cutter, dravend paard.

Dale (deil), s. dal; —ainan, dalbewoner.

Dall iance (dtrlism), s. gedartel, getalm: —Ier, s. stoeier, talmer, losbol; —y, v. a. uitstellen, v. n. dartelen, dralen.

Dalton fout (dmltanizm), kleurenblindheid (naar John Dalton + 1844);—ltkn{daltounj'n), kleurenblinde.

Dam {dam), s. dam, moêr; —, v. a. bedijken, tegenhouden,stuiten,: up)afdamtnen,beperken.

Damage (dtrmidz), s. schade, nadeel, schadevergoeding, prijs, bedrag; free of—, vrij van zeeschade; — by aea, zeeschade; to recover — a, averij vergoed krijgen; —. v.

0

Sluiten