Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DIS. - DIS.

Dlscerp (diz&p), v. a. in stukken scheuren; breken ; — tiblc, a. breekbaar, scheidbaar; —tion, b. vaneenscheuring,

Discharge, (distéódz), s. lossing, ontlasting-, afvuring, salvo, losgeld, vrijspreking, kwijting, uitstrooming; port of —«losplaats; — for miscondiict, rood paspoort, wegzending uit den militairen dienst; —, v. a. lossen, ontlasten, ontheffen (froni); afschieten, vrijstellen, afdanken, vervullen, kwijten; v. n. zich ontlasten, ontploffen ; fo —volleys, salvo's afvuren ; to — n broadside.een volle laag geven ; he — <1 his «luties well, hij kweet zich goed van zijn plichten; he was —tl front his duties, hij werd van zijn plichten ontheven; —r, s. losser, vrysteller, betaler.

Disciple (clisatp'l), s. leerling (van Christus); —, v. a. onderrichten ; — sliip, s. leerlingschap.

Disciplin «ble (<ditiplinab'l),a. leerzaam, gezeglijk: —ableness. s. leerzaamheid, gezeglijkheid; —ant, s. tuchtiger (monnik van eene strenge orde); —arian, —ary, a. tot eene (roede tucht behoorend ; — arian, 6. voorstander van goede tucht; —e, s. tucht, krijgstucht; kastijding; v. a. onderwazen; opvoeden; onder tucht houden.

Disclaiui (diskletm), v. a. ontkennen, herroepen; to — all riglits to the rrown, verklaren, dat men hoegenaamd geen aanspraak maakt op de kroon; to — any kindred witli a person, alle verwantschap met iemand loochenen; —er, s. ontkenner, herroeper.

Disclos e (disklouz), v. a. onthullen, ontdekken, openbaren, v. n. zich openen, ontluiken ; —er, s. ontdekker, onthuller; —ure, s. onthulling, ontdekking.

Discolour idiskola), v.a. doen verkleuren; — ation, s. verkleuring.

l>iscomflt (disknmfit); —ure, s. nederlaag; —, v. a. verslaan.

Discomfort (disknmfat), s. mistroostigheid, leed; —, v. a. bedroeven.

Discomutend ld intomend), v. a. berispen, misprijzen; — able, a. laakbaar; — ation,s. berisping, laking; —er, s. m is pr ijzer.

Discoinmod e (diskomoud), v. a. lastig vallen, belet doen; —ious, a. lastig, hinderlijk; — iousness, —Ity, (diskamoditi), s. overlast, hinderlijkheid.

Discniiimon (diskom'li), v. a. van gemeenterechten berooven.

Disconipos e (disk'mpouz), v. a. verontrusten, ergeren; to be —cd at things, geheel ontdaan zijn van ; —ure (dis-

Ic'mpouza), s. verwarring, ontsteltenis.

Discoucert (diskansót), v. a. uit het veld slaan, verijdelen.

Discoiiformity (diskJmfóamiti), s. ongelijkvormigheid.

Discongrnlty (diskangrikiti), s. onbestaanbaarheid, aandruisching.

Disconnect (diskanekt), v. a. scheiden.

Discousolate (diskonsaleit), a.; — ly, ad.

[ mistroostig, troosteloos; —ness, s. troosteloosheid.

Uiwconteut (diskantent); —ed, a. —edly, ad. misnoegd, ontevreden; —, —ment, s. misnoegen; —edness, s. misnoegdheid; —, v. a. misnoegd (ontevreden) maken.

Dlscontl nuance (diskantinjuans); —nua> tion, s. ophouding, afbreking; —nue, v. a. staken, v. n. ophouden; — nuer, s. staker, afbreker; —uulty (diskontinjikiti), s. afbreking.

Discord (diskó»d)% n. tweedracht, wangeluid; —, v. n. niet overeenstemmen (with).

Discordan ce (disköadans); — cy, s. oneenigbeid, wanklank; —t, a. —tly, ad. oneenig,

wanluidend.

Discount (diskaunt), (als w.w.) (diskaunt), s. korting, disconto; (e. g. 1 °/0 — for cash); —houscs, disconto banken; —broker,wisselmakelaar; —, v. a. korten, disconteeren; —enance, s. koele bejegening; v. a. ontmoedigen, uit het veld slaan, misbill\jken; —eimncer, s. ontmoediger.

Discourage (diskuridé), v. a. ontmoedigen, afschrikken; —ment. s. ontmoediging; evil examples are —s to vlrtue, slechte voorbeelden ondermijnen de deugd;—r, s. ontmoediger.

Discourse (diskós), s. gesprek, redevoering, verhandeling; —, v. a. bespreken, verhandelen, v. n. redekavelen; —r, s. spreker, redenaar.

Discour teous (diskótias), a.; — teously, ad. onbeleefd ; —tcsy, s. onbeleefdheid.

Discous (diskas), a. breed, schijfvormig.

Discover (diskova), v. a. ontdekken, openbaren; —able, a. ontdekbaar, zichtbaar; — er, s. ontdekker, verkenner; —y, a. ontdekking, openbaarmaking; (to make a — y).

Discredit (diskredit), s. oneer, kwade reuk; without any — to, zonder eenige blaarn voor; it will be to his —, het zal hem tot schande strekken; —, v. a. in minachting brengen, mistrouwen; it Is generally—ed, men gelooft er algemeen niet aan; —able, a. onteerend.

Discrcet (diskrif), a. — ly, ad. verstandig, oordeelkundig; —ness, behoedzaamheid.

Discrcpance (diskrepans), s. verschil, tegenstrijdigheid; —t, a. (froui), verschilleud, tegenstrijdig, inconsequent.

Dlscret e (diskrit), a. afgescheiden; —Ive,a. afzonderend.

Discretiou (diskrei'n), s. bescheidenheid, voorzichtigheid, goedvinden; — Is the bet* ter part of valour, beter een levende hond dan een doode leeuw; to use one's own—.naar eigen goedvinden handelen; to surrender at —, zich op genade of ongen:ide overgeven ; It Is at your —, het is geheel tot uw dienst; years of —, jaren des onderscheids; the years of no —, de vlegeljaren; —al, —ary, a. onbepaald.

Disrriiiiln able (diskriminab'l), a. onderscheidbaar; —ate, a. —ately, ad. onderscheiden, duidelijk; —ate, v. a. scheiden, onderscheiden; —ation (diskrimineii'n), s.

Sluiten