Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DWA. — EAS.

vrij van dienst zjjn; to enter upon one's «—les, zijne werkzaamlieden aanvaarden.

Dwarf {dtcÓ9f), dwergachtig ; —tree. dwergboom;—, s. dwerg; — ish, —y, u. dwergachtig ; —Inblies*, b. dwergachtigheid.

Dweil (dwel), v. n. wonen, vertoeven; (upon) stilstaan bij; —er, s. woner; —ing, s. woning ; —iiig-house, woonhuis ; —ing-piace. woonplaats.

Dwlndle (dicind'l), v. a. doen kwijnen (verminderen) ; v. n. inkrimpen, afnemen, ontaarden (Into), (away) verdwijnen.

Dye (dai), s. verf; a villaiu of «leep (of the blackest) —, een schurk van de ergste soort; —house (—ssslll), ververij; —•tuil*, kleurstof; —, v. a. verven, kleuren ; —r, s. verver; —ing, s. verving.

Dylng (dath{), part. stervend; —, s. (het) sterven.

Dyke (daik), s. d\jk ; the man ou tlie —

alwayt hurls well, de beste stuurlui staan aau wal.

Dynamic (daintrmik), —al, a. de leer der krachten betreffend; —s, s. leer der beweegkrachten.

Dynamometer (dainsmomat*), Dynoiueter

s. krachtmeter.

Dynasty (dinasti), s. vorstenstam; regeerend stamhuis.

Dysentery (dU9ntori), s. buikloop, roode loop.

Dyspepsy (dispepfi), s. slechte spijsvertering. Dysphony (dimfani), s. spraakgebrek. Dyspuoea (diipni9), asthma.

E.

E (t), vijfde letter; E*flat, et?, e-mol (es); K. ©., Eastern Central, (postdistrict In Londen) ; E-E„ errorw excepted, behoudens vergissingen; e-g, exempli gratia, b. v.; E. I. O, Kast India Couipany, O. I. Compagnie; E. by S. Eait by South. Oost ten Zuiden; Esq. (esquire), (opadressen ), WelEdelgeb. Heer; Exc,Fxcellency. Excellentie ; et aeq. — et sequentia, en de volgende.

Each (Ui)t pr. elk. ieder; —other, elkander.

Eager [ig»), a. gretig, begeerig (after, of); verlangend (for, to) t vurig,onstuimig; scherp; —ly, ad. vurig; scherp; —nest, s. vurig verlangen, gretigheid, scherpheid.

Eagle, [iff'l), 8. arend; — eyed, — sighted. scherp van gezicht; —speed, adelaarsvlucht; —stone, arendsteen; —t, s. Jonge arend.

Eagre (iga), s. springvloed.

Ear (w), s. oor; gehoor, aar; qulck —, fijn gehoor; over head and — s, tot over de ooren; to have the prlnce's —, bij den vorst in gunst staan ; a box on the —, een oorveeg; to turn a deaf — to,geen ooren hebben voor ; to glve — to, luisteren naar; to fall by the —s, in twist geraken; to •et by the — s, opsteken tot een twist; to pull about the —s, boven het hoofd doen instorten ; to hare an — for music, een muzikaal gehoor hebben ; to have a flea In one's —, in de klem zitten; to plny by —, op ' t gehoor spelen ; llttle pitcher* have long —s, kleine potjes hebben ook ooren; It went In at oue — and went out aft auofther, het ging het eene oor in, het andere uit;—ache,oorpijn;—drops.oorbellen; —lap, oorlel; —mark, oormerk (by schapen); —plek, oorlepeltje; —piercing, oorkwetsend ; —ring, oorring; — aliot, bereik van het gehoor; —trumpet, oorhorentje; —wax, oorsmeer ; —wig, oorworm; oorblazer ; —witness, oorgetuige.

Kar (fel, v. u. aren schieten.

Earl (Al), s. graat'; —dom, s. graafschap; —marshal, graaf-maarschalk (belast met het opzicht over militaire plechtigheden).

Earl Iness (ülinat), s. vroegheid; —y. a. & ad. vroeg, vroegtydig ; —y to bed and —y to rlae makes a man healthy, wealthy and wise, de morgenstond heeft goud in den mond — The —y bird cntclies the worm.

Earn (vn), v. a. verdienen, verwerven; —er, s. verdiener, verwerver; — ing, — ings, s. verdiensten, loon, opbrengi-t.

Earnest (ónist), a. — ly, ad. ernstig, ijveripr, gretig; —, 8. ernst, onderpand, handgeld; in good —, in vollen ernst; —moitey, handgeld, godspenning; —ness, s. ernst, yver.

Earth (pth), s. aarde; —bag, aard zak; — bank, aarden wal;—board,ploepplank; — born, van de aarde geboren, aardsch, gering; —bound, grondvast; — fiaw, amiantsteen; —nut, aardnoot; —qmike, aardbeving ; —worm, aardworm; —work,grondbewerking.

Earth (oth), v. a. met aarde overdekken; v. n. onder de aarde kruipen; —en, a. aarden; —ware, aardewerk; —Iness, s. aardachtigheid ; —liness,s. aardschgezindheid; —ling, s. sterveling; —ly, a. aardsch; —miitded, aardschgezind; —y, a. aardachtig, aardsch, zinnelijk, grof.

Ease (tz), 8. rust, gemak, ongedwongenheid; at —, gemakkelijk; to stand at —, „in rust staan" ; at lieart's —, naar hartelust; —, v. a. geruststellen, lenigen, verlichten (from, of), vieren; — her! halve kracht! (op stoombooten); he was —d of £ HO, h\j werd opgelicht voor£80; to — a cable, a rope, een kabel, een touw vieren; —lens,a. rusteloos; —ment, s. verlichting, leniging.

Easel (iz'l), s. schildersezel.

Easi ly (izili), ad. gemakkelijk; — nes», s.

Sluiten