Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EVE. — EXC.

jry teori'' a" led<M'' 6,ki —1body, -oor, iedereen; — «Iny, alledaagsch; — now and then. telkens, gedurig; — other U»y, om den Anderen da?; —wliore, overal; — bit

as bad (good, excellent etc.) ns

in ieder opzicht even enz. •

Evict [ivikt), v. n. gerechtelijk uit het bezit stellen, overtuigen; —Ion, s. gerechtelijke ontzetting (uit een bezit), bewijs, overtuiging.

Evidence (evident), s. getuigenis, bewiii. klaarblijkelijkheid; to givc —ce,getuigenis nlleggen; to meur tlie —ces. de getuigen den eed afnemen; to be ndmitted as —ce. rechtsgeldig zUn; to put in —Ce, to be ii» —ce, to keep in — eet he turnen Hing « —ce, hij noemde de medeplichtigen; —, v. a. bewijzen, aantoonen; —t a. —tly, ad. blijkbaar, klaar; —tial, a. 'bewijzend.

Evl1 a* kwaad> boos. slecht, verkeerd-

—(ill) got. — (ill) spent, kwalijk verkregen goea gedut niet, zoo gewonnen, zoo geronnen«h® — eye, het booze oog; tlie — oue! de BOOM; —, s. kwaad, boosheid, onheil, ziekte; the klng's —, krop (klier), gezwel; — he to lilm that - thliik». (=, l,»„„| •oit qul mal y iiense). Fchande voor dengene, die er kwaad van denkt; — aflVctetl slecht gezind, ongenegen; — «loer. kwaaddoener; —eyed, afgunstig, boosaardig uitziend; — favored, misdeeld, mismaakt- — favoredness, mismaaktheid; —minded boosaardig, snood; -speaking, lastering? —wisliing, kwaadwenschend ; — tvorkcr kwaaddoener; — nes*, s. slechtheid.

twi e v- a- bewezen, aantoonen;

—ible, a. bewijsbaar; —ive, a. b wijzend, aantoonend.

EvUcerate (icisgreit), v.a. van het ingewand ontdoen.

Evita ble (ena. TermUdelijk; —te v. a. vermijden ; —tion, s. vermijding. '

Evocation (ev9keté'n), s. oproeping, wetrroe-

ping.

F'voke^'uoii/f), v. a. oproepen, uittarten.

tiVoliitioii {\09lWn), s. ontvouwing, ontwikpen) ' beweging (van troe-

Evolve (ivolv), v.a. ontvouwen, ontwikkelen, v. n. zich ontvouwen (openen).

Evnlsloii (ivoli'n), s. uitrukking. ■ e "• 00'; —-cheese, schapekaas; — lamb, ooilam; —, v. n. lammeren.

Ewer 0*9), 8. lampetkan.

Exacerb ate (egz9*Abit), v. a. verbitteren; —ation, s. verbittering; —atlon, s. — es* cence s. hoogste pnnt (eener ziekte).

■<nart (egztrkt). a. — ly, ad. nauwkeurig, zorgvuldig, stipt; In —est sort, in de puntjes; i y •f» Prec'es» juist zoo; —ness, s. nauwkeurigheid stiptheid; -. v. a. vorderen, afpersen, v. n. (upon) te veel afnemen, drukken; —, er, —op, s. eiseher, knevelaar; —ion, s. afpersing.

Kxaggera te (egza-dzjreit), v. a. overdreven,

vergrooten; -tlon (egz*dz9VeU'n), ■. overdruving; —tory, s. overdrijvend, fexalt (egzölt), v.a. verbetten, prgzen; in vervoering brengen, zuiveren; — «*d niuslc ■lotions, verheven muziek, denkbeelden • —atlon (egzolteti'n), s. verheffing; vervoe'■ «rl.evenL.ld,

Examin able (egztrmbi9b'l), a. dat onder> zocht kan worden; -atlon, s. onderzoeking, examen, verhoor; —e, v. a. onderzoeken; navorschen; verhooren; —ee, b. geëxamineerde; -er, s. onderzoeker, ondervrager, verhoorder. B '

Example (egzamp'l), s. voorbeeld; to set an —to, een voorbeeld geven aan ; to take — or 'alter, front). een voorbeeld nemen

?Ün,;,to fwr,h fop a» -t ten voor.

beeld gesteld worden; for— (e.g.), b. v. | Exaiiini ate (eiizaniimeit), a. ontzield". Terenloos, droomerig; -«te, v. a. ontzielen; — atlon, s. ontzielinc; — ous, a. levenloos. Ex «ii the in (egztrnth'm), s. huiduitslag- —

atons, a. uitslaand, vol uitslag. '

Exart-h (ekfnk), s. onderkoning, landvoogd —ate, s onderkoningschap; landvoogdij. ' Kxartirulation (egzdtikjuleii'n). s. ontwrichting.

Exaspera te (egz<**p9reit), v. a. verbitteren, woede' verer,?eren; verbittering;

Excandescen ce (eJcskttndet'n»), s. gloeiing.

gloeihitte, toorn, —t, a.gloeiend,gloeiend heet. r^xcniitation (ekfikjnteii'?i) s. onttoovering Excarn «ite (ilcskaneit), v. a. ontvleezenj

—illcation, s. ontvleezing.

Kxcava te (ektkneit). v. a. uithollen ; —tlon Wkavett'n), s. uitholling, holte, —top . uitholler. *

Exceed (eJcsid), v. a. overtreffen, overschrijden; v. n. te ver gaan; —ing, a. —iugly, ^ad. ongemeen, buitengewoon.

Excel (9ksel), v. a. overtreffen, y. n. uitmuntten; —sior, a. hooger.

'• (el'MlMu). —cy. 0. vnortreffoJUkljell, uitmuntendheid ; —Cy, s. Eicellen. "* <l"el)i — t, a. —tly, ad. voortreffelijk, uitmuntend.

Except. (9ksept), v. a. uitzonderen, uitsluiten • v. n. tegenwerpingen maken (against, to)—prp. uitgezonderd, behalve ; —Ing, prp!

uitgenomen, met uitzondering van-, Ion m.

uitzondering, tegenwerping; with the fan') —Ion of, met uitzondering* van . .. to take —ion at (to), zich beleedigd gevoelen over- ■ aanmerking maken op, afkeuren; — ions prove the rule, uitzonderingen bevestigen den regel; —lonable a. betwistbaar; —ious a. gemelijk, lichtgeraakt; —ive, a. uitzonderend ; —less, a. zonder uitzondering- — ,or, s. tegenstrever, gisper. '

Excern (jkeón), v. a. uitpersen, klenzen, afzonderen.

Excerpt (9kfApt), s. uittreksel; —, v. a. uitzoeken, uitkippen; —Ion, s. uitkipping: — or, s. uitkipper.

Sluiten