Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

FIL. - FIN.

Filament {fihmant), s. vezeltje; —ou*{fila-

ment**), a. draderig, vezelig.

Fllat ory (flldtari), s. draadspinm:icliine; —

are, s. spinnerij, (het) spinnen.

Fllhert (ft/bat),», hazelnoot; —hedge, hazel-

heg; —tree, hazelaar.

Flleh {filé), v. a. stelen, kapen; —er, 6. dief, wegkaper.

File (fnil), s. lias, ril, rist, rol, naamlijst, erelid, rot, vyi; tlie rank and —, de troep (zonder de aanvoerders); he kept liia bllla «n —, hij hield zyn nota's» aan de lias-.a — of bont», een ry booten; cloae —. dicht (aaneengesloten) gelid; left (right) —!, by rotten links! rechts!; Iiiilian —. eendenmarsch ; —cutter, vylsmid ; —duat, vulsel; — leader, vleugelman; —atroke, vylsteek; —, v. n. aan eene lias rijgen, bezoedelen, vylen; to — a bill (petition), een aanklacht (een verzoekschrift) indienen; —,v. 11. defileeren, zich wegmaken-, —r, s. vyler; filinga. vijlsel.

Filia I (.;Uljal). a. kinderlyk ; —te. v. a. als kind aannemen; —tion, s. zoonschap, af- | stamming. '

Filigr anc (f$/9grein)-, —ee, s. fijn goud- of

zi lverd raad werk.

FIII Ifil), s. bekomst, verzadiging; to ent (drink) one'a —. volop eten, drinken ; to tlie —, naar hartelust, volop; —, v. a. vullen, vervullen, verzadigen; to — water, water innemen ; (out) opvullen, schenken ; (op) aanvullen, beslaan, innemen; to — the chnir. den voorzittersstoel innemen; to — in nn artlcle, een artikel opnemen; please, — out ii»y glaaa, schenk my, asjeblieft, een glas in; —, v. n. vol worden (tlie saiU —ed); schenken; —er, s. vuiler, stopwoord, trekpaard.

Flllet (fllat), s. haarbandje, kroonlyst, gouden randje, schyf, lendestuk; —, v. a. opbinden 'met een lint), met eene kroonlyst versieren. Filiibeg {ftlibegi, s. rokje der Hooglanders, (zie Kilt).

Flllip (.filip), s. knip (met de vingers); ev hibitioua are auppoaed to give a —,

(een krachtigen stoot) to the proaperity of the country ; —, v. 11. knippen (op den neus).

Fillipeen (pena) (filipin[«#]), Filippine.

Fllly (fili), s. merrieveulen, levendig meisje. Filui {film), s. vlies; —, v. a. met een vlies

bedekken; —y, a. vliezig, kanten, fijn.

Filter (filt9), s. filtreer, door/.ycer, zeef; —, v. a. doorzygen, kleinzen; —ing-hag. doorzijgzak; —ing-machine, filtreermachine; —ing-paper, filtreerpapier; —iug-atone, poreuze steen.

Filth (Jflth), s. vuil; — ineaa, s. vuilheid; —

ily, ad. —y, a. vuü.

Filtra te (filtrdt), v.a. doorzygen, filtreeren;

—tion. s. doorzyging.

Fiiuble (ftmb'l), a.; — heaup, gelling. Flmbriate {ftmbriêt), a. gezoomd,met franjes;

—, v. a. zoomen.

Fin 1 fin), s. vin; pectoral—, borstvin; ven-

tral—, buikvin ; — footed, —toed, a.zwemvoetig; —«rnle, voren; —les*, a. zonder vinnen; —llke, a. vinvormig; — ned, — i»y, a. gevind.

Finable 'fnluab'l), a. beboetbaar.

Final (fatnal), a. laatst, beslissend ;— (to) doodelyk; — balance.slotbalans ; — cause, grondoorzaak; to bring to n —iaaue.voor goed tot een einde brengen; —ly, ad. ten slotte, eindelyk.

Fiuanc e (fintrnx), s. inkomen; —ea, s. geldmiddelen ; — ial.a. geldelyk, financieel: —ial «tahility, soliditeit; —ier (fincenxi»), «. financier.

Finary, (fairuri), s. tweede smidse (in yzermolens).

Finch (finS), s. vink; —creeper, koolmees. Find (faind), v. a. vinden, aantreffen, bevinden, verschaffen, verklaren, goedkeuren; a war will — it«elf, een oorlog voorziet In eigen behoeften; to — n true bill iigaliiftt a man, iemand in staat van beschuldiging stellen; lie —a lii» nepliew in all that he waiitw. hij voorziet zyn neef van alles, waaraan hy behoefte heeft; all found, alles vi*U; the .jury found a verdict for tlie phaintiir. d-» gezworenen spraken een voor den beschuldigde gunstig vonnis uit : — one'w aelf, zich bevinden, varen; — fault(with), bedillen, vitten op; — in one'a lieart(to), trek hebben, er toekomen; (out) ontdekken, ontraadselen, oplossen; —er, s. vinder, uitvinder, ontdekker; a —, een vondst; the — ing of a Jury, het vonnis eener jury. Fiudfault (fatnclfólt), s. vitter, bediller. Fine (fa in), s. geldboete; lu —, eindelyk, kortom; —, v. a. beboeten, v. n. boete betalen.

Fine (fain), a.; —ly. ad. fijn, scherp, zuiver, helder, schoon, fraai, keurig, net, prachtig, pronkerig, slim; the — arta, de schoone kunsten ; —drawn.erg gezocht;—II1» ge red, net (kunstig) bewerkt; —ahaped schoon gevormd; —apoken, welbespraakt, minzaam; —apun, slim overlegd; —neaa, «. fijnheid, fraaiheid, loosheid; —, v. a. verfijnen, zuiveren, louteren.

Fii;edraw (fatndró), v. a. stoppen, mazen;

—er, s. lakenstopper, mazer.

Finer {fatH9), s. smelter, louteraar.

Finery (fatnari), s. pronkery, opschik, smeltoven.

Fineaae {fine»), s. loosheid, list.

Fiitger {ftH09), s. vinger; to have a tliing at one'a — a' enda, iets op zyn duimpje weten; they are like — and tliumb, zy zyn zeer nauw met elkaar verbonden; he waa fond of putting (liaviiig) n — in every pie, hij wilde zich graag overal mee bemoeien; he had aoou arrlved at hia —a* enda, hy had heel gauw zyn geld op; — board, manuaal (van piano of orgel); —fern, stèenvaren; —glaaa (—bowl), vingerglas (voor het schoonmaken der vingers na het j eten); — poat, wegwijzer, geestelyke ; — ntall, I vingerling; — and — algn lauguage, de

Sluiten