Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

FUU. - GAF.

F ui-long (f&lon), s. 1/3 Engelsche mgl (220 yards, ruim 200 nieter).

Furlough (fólo), s. verlof; on —, met verlot'; —, v. a. verlof geven aan; —ed, a. met verlof zynde.

Furnace (J&nix), r. fornuis, oven; blaat—, hoogoven ; oieltiog—, smeltoven.

Furnish (fónié), v. a. verschaffen, voorzien; (with) stotfeeren; to — matter for, stof leveren voor; —ed lodgings, gemeubeleerde kaniPi-s; —er. s. verschaffer, leverancier.

Furnituref tunitja), s. meubelen, gereedschap, Ini'-iiifc, sieraad; — broker, — dealer, tneubelbandelaar; — waggon, meubelwagen; o piece of —, een meuhel(stuk).

Furrier ( turi»), s. bontwerker; —y, r. pelswerk, pelterijhandel.

Furrow (f&rö), s. voor, groef; — drain, greppel voor waterafvoer; — faced, n.eteen rimpelig gelaat; —Meed, kweekgras, hondsgras; —, v. a. in voren beploegen, groeven.

Fnrry (fóri), a. van (met) bont.

Furtlier (/j>tlu>), a. & ad. verder'; till — order, tot nader bevel; to ninke — acqualiitance. nadere kennis maken; — more, ad. verder, buitendien; — moitt. a. verst; —, v. a. bevorderen; —ance, s. bevordering; —er. s. bevorderaar.

Fiirt li est ( fAthffst), a. & ad. verst; at tlie op 7.yn laatst, ten allerlaatste.

Furtive ( f&tiv), a.; — ly.ad.gestolen, steelsch, jfteelswij/e ; n — vlsit, een heimelijk bezoek.

Fiiruncle (..fj&r^k'l), s. bloedvin.

Fury (fiikri', g. woede, razemy, furie; In a —, in razernij, woedend.

Forse (jvz), s. brem, priemkruid ; —wren, soort van winterkoninkje.

Fiiec ation (fvtkeié'n), s. verdonkering- — oue (fo.<k»*), a. donker, dof. i

F nee (fjüzj, v. a. & n. smelten. I

Fusee (fjuzi), s. kettingspil van een uurwerk, sisser (van eene bom), vuurroer, windlucifer.

Fusl bility (fjuzibiliti), r. smeltbaarheid; —ble, a. Rineltbaar.

Fusll (fjAz9l), a. smeltbaar, vloeiend; —, a. snaphaan : —«»er, —Ier, s. fuselier.

Fuslon (fjikz'n), r. smelting, vereeniging.

Fuea Ifot), r. opschudding, rumoer; don't make a — about It, maak er niet zooveel drukte over.

Fust (fvtt), r. schacht (eener zuil); dufTe reuk; %—> v. n. duf rieken (smaken).

i ostlnii ( fnntyn), a. bombazijnen, hoogdravend-. —, s. bombazijn, bombast.

Fustlc f fnstik), s. gevelhout.

I'ustlga te (fnstigeit), v. a. afrossen,geeselen; tloii, s. afrossing, geeseling.

l-ust iness ( tostin»*).* duf iieid,beschimmeldbeid; —y, a. duf riekend, beschimmeld.

Futil e (Jjütil), a. beuzelachtig; —Ity, s. beuzelachtigheid.

Futtork (fntak), r. buikstuk, rib, zitter, oplanger; —liook. puttinglmak; —lloe. verticale doorsnede; —plate. marsputtinsr; — slirouds, puttingtouwen; — tioibers, oplangers.

Futor e (fjikfia), a. toekomend, s. toekomst; —• voortaan; In the —, in de toekomst; —itiou. s. toekomstige staat; —Ity, s. toekomstigheid.

Fuzz (foz), s. vezeltje, pluisjes; —# v. n. uitrafelen, vaueenstuiven; —hall, soort van paddestoel.

Fuxzle (fnz'J), v. a. dronken maken; —d, a. dionken, beschonken.

Fuzzy (fuzi), a. ruw, geplukt, sponsachtig.

Fy (fai), int. foei! —, for sliame! foei, schaam je! — upon hlin! schande voor hem!

Fyke (faile), fuik (soort van net).

G.

CW (f/iJj, als Rom. c\jfer = 400; G = 40,000; G*strlng. g-snaar (viool); €5. C. B..Giand Cross of the Diitli. Grootkruis van de Bath orde; G. B., «rent llritaln, Grootllrittmnië; gen., general. ireneraal; Gen.. Genesis; Gent, gentleman ; Gosp.. Gospel. Kvangelie; G. I*. O., Ceneral l'ost Ofllt-e, Hoofdpostkantoor; Gov. Gen.. Governor General, Gouverneur-Generaal; gr. wt.. gross weight, bruto gewicht; gs, guiiieas (£1. l<r. = ƒ 12.60).

Gab (gab), r. mond, gesnap; —,v.n. snappen; to have the gift of the—, kunnen praten als pater Hrugman.

Gabardine {gabailin), regenmantel, grof overkleed.

Gahble (patb'l), s. gesnap, gewauwel; —, v. n. kakelen, wauwelen; —r, s. babbelaar, wauwelaar.

Gabel (geib'l), g. accyns, impost (op zout).

Gabion {getbjan), s. schanskorf.

Gabbl (getb'l), s. (spitae) gevel; —front, voorgevel.

Gaby (f/el6i), g. dwaas, malle vent.

Gail (gad), g. staafje staal, metalen punt, graveerstift; —, v. n. straatslijpen, lanterfanten (about); ronddrentelen; a —about. een lanterfanter; zwierbol; upon (on) the —, rusteloos ; —bee, —fly, horzel; —der, s. straitsiyper; —ding, a. rondloopend; — dlog.gosslp, rondgaand praatje.

GalT (tieef), g. gaffel, harpoen; a penny —, (slang), goedkoop theater; to blow the— on a gang, een bende aanklagen ; —arm. onderste nok der bezaansroe; —fall, gaffelval; —halllard, piekeval; —topaall, gaffeltopzeil.

C>affle (gwfl), a. metalen liane spoor.

Sluiten