Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

INL. - INS.

ren; — coMimuiilcatlon, binnenlandse!» verkeer; — navigatioii, binnenlandsche scheepvaart; — trade, binnenlandsclie handel; —town, landstad; —, s. binnenland; —er, s. inlander.

Inlay {inlet}, s. ingelegd werk, Inlegsel, mozaïek , v. a. inleggen; nu lulaid floor, een ingelegde (parket) vloer; lulaid work, mozaïekwerk.

Inlet (tnlit), s. ingang, inham, geul.

Inly (tnli), a. & ad. innerlijk, inwendig, geheim.

Imiinte (■tnmeit), a. inwonend; —> s. inwoner, huisgenoot, commensaal.

Iiunoat {tnmouft), a. binnenste.

Inii (in), s. herberg, logement; —e of court. colleges voor de studenten in de rechten; — keeper, herbergier, logementhouder; —, v. a. inbrengen, herbergen, v. n. logeeren.

Inuate {tneit), a ; — ly, ad. aangeboren; — neaa, s. aangeborenheid.

Innavigablv (in<rviff9b'l), a. onbevaarbaar.

Inner ;in9), a. inwendig, binnen; to fortify the — man, den inwendigen mensch versterken ; —most, a. binnenste ; —liarbour, binnenhaven.

Innerv ation {insveté'n), s. zenuwsterking; —e (inóV), v. a. kracht geven.

Inning (fwt'nl, s. (het) binnenhalen van den oogst; —a,pl. aaneeslykte -, ingedekte grond, voorhand (in het cricket-spel).

Innocen ce {tna»,im)\ -cv, s. onschuld, on schadelijkheid, —t, a. — tly, ad. onschuldig; (of) onschadelijk;—t,s. onnoozele; —te'day. Onnoozele-kinderendag, Allerkinderendag (28 December).

Innocuou» (inokjios), a. — ly, ad. onschadelijk; —neaa, s. onschadelijkheid.

Iiinoniina ble finomingb'l), a. onnoembaar; —te, a. ongenoemd.

Innovat e (twveit), v. a. (als) nieuwigheid invoeren, v. n. nieuwigheden invoeren («>»); —Ion {insveti'n), s. nieuwigheid, invoering van nieuwigheden; —or, s. invoerder van nieuwigheden.

Iitnoxioua (inokass), a. —ly, ad. onschade1 ijk ; —nes*, s. onschadelijkheid.

luiiueiido (injnendö , s. zydelingsche wenk, toespeling.

Iiinuuiera ble (injikmerab't), a. —hly, ad. talloos, ontelbaar; — bility, —bleness, s. ontelbaarheid.

Iiiobaervan cc (inobzAv'n*), s. veronachtzaming, achteloosheid; — t, achteloos (of).

luocula te (inokjtileit), v. a. & n. inenten; —tion, s. inenting; —tor, s. inenter.

Inodoroua [inoudares), a. reukeloos.

luofleiiwive {iuofensiv), a. — ly, ad. onschadelijk, argeloos; — neaa, s. onschadelijkheid, argeloosheid.

luof'Hci al {ivoftial), a. niet ambtelijk; — oua, a. ongedienstig.

luoperative {iuop9i'9tiv), a. onwerkzaam, zonder uitwerking.

Inopportune [inopatjitn), a. — ly, ad. ontijdig, ongelegen.

Inordina cy [inóadinati), — teiieaa, —tlon

(inöidineii'n), s. ongeregeldheid. buitensporigheid ; —te, a. — tely, ad. (inó»din9t), ongeregeld, buitensporig.

Inorganie {inÓ9t;<rnik), a. onbewerktuigd.

Inoacula te {inorkiiileit), v. a. in (aan) elkander voegen, v. n. inmonden; —tion (inotk• juleti'n), s. inmonding.

Inqiieat itr^ktcsxt), s. gerechtelijk onderzoek; the coroner inatituted (made)an — on the body, de ofTicieele lijkschouwer stelde een gerechtelijke lijkschouwing in.

Iiiquietiide {inkrratitjüd), s. ongerustheid.

Inquina te {tn,kwineit), v. a. bezoedelen, verontreinigen ; — wltli poison, vergiftigen; —tlon, s. bezoedeling.

luquir able [inktcatrab'l). a. vatbaar voor onderzoek; —e, v. a. vragen naar, v. n. inlichtingen inwinnen (of. bij), vragen (about, alter, for, naar), onderzoek doen (into, naar); we —ed after lila liealth, wij informeerden naar zyn gezondheidstoestand; they — ed into thi- matter, zij onderzochten de zaak; he — ed about the man, hij won inlichtingen in aangaande den man; au —ing mimi, een onderzoekende geest; —y withiii, hierbinnen inlichtingen te verkregen ; —er, s. onderzoeker, vrager; —y» s. onderzoek, vraag; to anake — (for). onderzoek doen naar.

liiquUition (inkwizti'n), s. gerechtelijk onderzoek, kettergericht, inquisitie; —al, a. navorschend, van de inquisitie.

Iiiquiait ive {inktrizitic), a. —ivrly, ad. onderzoekend, nieuwsgierig; —ivencn, s. nieuwsgierigheid; —or, s. rechterlijke onderzoeker, ketterrecliter, inquisiteur; —orlal (iiikwizitó»rial), a. streng ondervragend.

Inroud (tnroud), s. inval,strooptocht; — upon liberty. inbreuk op de vrijheid.

liiHalubri ons [inta/jikbriaa), a. ongezond; —ty, s. ongezondheid.

liman able {in*afH9b'l), a. ongeneeslijk; —c, —ely ad. {intetn), waanzinnig; —eueaa, —

_ Ity. s. krankzinnigheid, waanzin.

Inaiiti able (infeis9b'l), a. — ably, ad.—ate. a. — ately, ad. onvetzadelyk; —ablenese.

— ety, s. onverzadeiykheid.

Iiiwiiturahle (inffPtjureb'l), a. onverzadeiyic.

IiiNcribe (innkratb), v. a. in-, opschrijven

in. on. witlij: opdragen (to).

Iu<*cri|»t ion \imkripé'n), s. opschrift, titel, opdracht; —ion list. inteekenlyst;—ive, a. met een opschrift.

Iiiacroll (inxkroul), v. a. op eene rol zetten.

Inecruta ble (inakrAtab' l), a. —bly, ad. ondoorgrondelijk-, —bility, —bleneaa, s. ondoorgrondelijkheid.

Iiiaculp (inskolp), v. a. insnijden, graveeren;

— ture (inskulptja), s. ingesneden schrift, snijwerk.

Inaect (hisakt), s. insect; — ile (innektil), n. | insectachtig; —ion (intekfn), s. insnijding; I —ivoroui (in*9kttV9r9S), a. insectenetend. , litaecur e (imtikjüa), a. —ely, ad. onzeker, onveilig; -Ity, 8. onzekerheid, onveiligheid.

Sluiten