Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

MEM. — MER.

(down) vervloeien, verbaan; (o — info lenrt, verteederen, tot tranen versmelten; we were — Ing, wij waren doornat van zweet; —er, 8. smelter; —ing, a. smeltend, zielroerend, weekhartig*, s. smelt in?, verzachting; —iogness, s. weekhartigheid.

Member, [metnb*), s. lid, deel; fellow —, medelid ; — «hip, s. lidmaatschap.

Membrauaceous (membrdneti'»), a. vliezig, vleesehachfig.

NrmbrAii e [membrein), *. vlies; —eous. (mam'reinjfft), —01», a. vliezig, vliesachtig.

Memento, {mimentö), s. herinnering, wenk, gedenkteeken ; — morl, gedenk te sterven.

Memoir (memiró), s. gedenkschrift, vertoog, verslag; —•« pl. gedenkwaardigheden.

Memor able [memgrab' l), a. —nhly, ad. gedenkwaardig; -nndnm, (memdrtrndim), s. vertoog; aanteekening ; to maken —nndnm of', aanteekening houden van; — nndnm book. aanteekenboekje; — ative, a. herinnerend, herinnering»-; —lal, (m»mó9ridl), a. herinnerend; a. gedenkstuk; -teeken, • schrift, verslag, verzoekschrift; — lolist. s. schrijver van een gedenkschrift (verzoekschrift of verslag); — lalize, [m9mó»ri9laiz), v. a. een verzoekschrift (verslag) aanbieden; —Ize, (memaraiz), v. a. opteekenen, in 't geheugen prenten; —y, s. geheugen, herinnering, aandenken ; to the best of n»y —y. voor zoover ik mtf herinner; toeoinniltto —y, in 't geheugen prenten, van buiten leeren ; witliin tl»e —y of man,b\j menschengeheugen is ; in — y of, ter gedachtenis aan.

Men [me»), pl. menschen, mannen.

Menace [meni*), s. bedreiging; —, v. ». dreigen, bedreigen; — r, s, dreiger.

Menage ry [mauttdzgri),—rie, s. diergaarde, menagerie.

Mend (meiid),v.a.verbeteren,verstellen, lappen; to — oi»e*«» pare, zijnen tred versnellen; it did not — the matter, het maakte de zaak niet heter; she is a little glddy, hut

that — s itself, maar dat betert wel,

—, v. n. beter worden ; —able, a. verbeterlijk, verstelbaar; —er, s. verbeteraar, versteller, lapper.

Mendaci om [mandeii**), a. leugenachtig; —ty, ImsnilfKfiti), s. leugenachtigheid.

Mendic ancy [mendikavsi), s. bedelarij;— ant, a bedelend, doodarm, s. bedelaar; — ant-friar, bedelmonnik; — ate, v. a. bedelen; —Ity (mandUiti), a. bedelarij; the —Ity society, de vereeniging tot wering vau bedelarij.

Menial (minj'l), a. gering, dienstbaar, knechtel\jk; —, s. dienstbode; — oflices, lage ambten of diensten.

Meninices (mint»d£iz), pl. hersenvliezen.

Menology (nutnoltdzi), s. maand wijzer.

Mens al (menz'l), a. de tafel betreffend; —es, pl. maandstouden.

Menstru al (merutruel); —ons, a. maande ïyksch, maand-; -oui, a. de stonden hebbeud; — urn, s. oplossend middel.

Mensara blo (metuiitreot), a. meeioaar; — bllity, s. meetbaarheid; —I, a. van (als) eene maat; —te, v. a. meten; — tlon [mentiureti'n), s. meting.

Mental tment'l), a.; —ly. verstandelijk, innerlijk, stilzwijgend ; — facnlties. verstandelijke vermogens ; — prayer. inwendig, stil gebed ; — restrlction, inwendig voorbehoud (bij het doen eener belofte, van een valsclien eed).

Mention [meni'n), s. melding; —, v.s. melden, vermelden, pewag maken van; «lon't — It» spreek er maar niet van; deserving of—» vern>eldenswaard; above (fore) —ed, bovengenoemd.

Mephit Ic [m*fit ik); — leal, a. stinkend, verpestend ; —ic gas. stikstofgas; —ic water, brak water, zwavelwüter;—is,—Ism [mefitizm), s. stinkende uitdamping.

Meracions (miretS98), a. helder, klaar, krachtig.

Mereantile [mökantail), a. handels-; — ©orrespoiideiice, handelscorrespondentie; — establiHhment, handelshuis; — advices, handelsberichten; — interest, handelsbelang.

Mercenar iness [müssnvrin»*), s. veilheid, baatzucht; —y. a. veil, gehuurd, inhalig; —y mind, veile, lage ziel; —y Judge, omkoopbare rechter; —y marrlage, geldhuwelijk ; —y sol tl Iers, huurbenden; s. huurling.

Mercer fmün9), s. kramer, handelaar in zijden en wollen stoffen; -y, s. kramerü, zijden en wollen stoffen.

Merchant! ise [móti'ndaiz), s. koopmanschap, koopwaar; —, v. n. handel drijven.

Merchant [mötiant), s. koopman; —*s account, koopmanshoekhouden ; —man, koopvaardijschip; —able. a. verkoopbaar, gewild ; —like. a. naar koopmansstijl.

Merci ful (mófiful), a.; —l'ullv, ad. barmhartig ; — fuIness, s. barmhartigheid; —less. a. — lessly. ad. onbarmhartig; — lessness. s. onbarmhartigheid.

Mercurlal [mvkjitriil), a. van (met) kwikzilver, levendig, vlug, aanwijzend; a mercurlal little man, een levendig manneke; —. s. levendig mensch, kwikmiddel; —ize, v. a. met kwik doortrekken.

Mereury [mAkjuri), s. Mercurlus, bode, kwik, kwikzilver, levendigheid; —'s wand, de staf van Mercurius.

Mercy (mösi), s. barmhartigheid, genade, willekeur; — seat, troon der genade; have — upon us, wees ons genadig ; to cry (lor) —, zich overwonnen verklaren; at the — of (at one's —). in de macht van

Mere [mU), s. meer, grens; —, a. —ly» adlouter, enkel, bloot, slechts; a — child.nog maar een kind; they were — tools In our hands, zij waren enkel werktuigen in onze hand; — stone. grenssteen.

Meretricious ('meritrU9»)\ — ly, ad. hoerachtig, bedrieglijk; —ness, s. hoerachtiglieid, bedrieglijkheid.

Merganser [mvgatns»), s. duikeend.

Merge (mAdz), v. a. indompelen, v. n. verzinken.

Sluiten