Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

MET. — MIL.

(metrspoliten), a. de hoofdstad betreffend, aartsbisschoppeiyk, s. aartsbisschop.

Mcttle (mei*/), s. moed, vuur, levendigheid, stof; he «howrd —, hy toonde moed; to pat a man on hls —, iemand aanvuren; —d. —«ome, a. — somely, ad. moedig, vurig, \jverig.

Mew (mjü), s. kooi, omheining, meeuw ; —, v. a. op-, insluiten, v. n. ruien, mauwen;—• (mjüz), pi. paardenstallen, stoeterij.

Mewl (mjül), v. n. janken, grimmen; -er,*, grimmer, schreeuwer.

Mezzotinto (meUoutlntö), s. zwart geëtst in aquatint.

Niaini (maitrzm), s. schadelijke uitdamping; —«tic (mawc O"tik), a. verpestend.

Mica (matk;). s. glimmer, inica; —ceoui (inaikelsjs), a. glimmerachtig.

Mice (muis), pl. muizen.

Michaeluia» (mik'lm»»), s. St. Michiel (20 Sept.).

Mickle (m# c'l), a. veel; maiiy a little makes

a —, vele kleintjes maken één groote.

Micro co«iu (malkrjlcozm), s. wereld in het klein, mensch; —meter {mikromatg),*. werktuig tot het meten van kleine ruimten be, microbe; — u, 4/iuoo ni M•; —scope (matkreskoup), s. microscoop; —scopic, —scopical, a. — scopically, ad. (maikrdskopik), van (met) den microscoop.

Mid (mid), a. midden, middelst, middelbaar; —age, middelbare leeftyd, leden van middeU baren leeftyd; —courie, halfweg;—day, middag, a. van den middag; —hen ven, middelhemel; —land, a. binnen in het land, middellandsch; —leg. midden van het heen; —lent, halfvasten; — night.s. middernacht, a. middernachtelijk; —rib, middelrib (in een blad); —rilT, middelrif; — *ea. Middellandsche zee; —«hip. middelschip; —ghip-beam, zeilbalk; —«hip-frame, groot spant; — shipman, adelborst, vlaggejonker; —«hips, a. midscheeps; — streain, midden van den stroom; —nummer, zomerzonnestand (21 Juni); —summer day, St. Jansdag (24 Juni); —way, s. halfweg, a. in het midden gelegen, ad. halverwege; — wife, vroedvrouw ; —wlfery, s. vroedkunde; —winter, winterzonnestand (21 >ec.), 't hartje van den winter.

Middle (mtd'l), s. midden; —, a. midden, middelst, middelbaar; —aged, van middelbaven leeftyd; —ages, middeleeuwen; — class, burgerklasse; —deck, middendek; —man, tusschenpersoon; —sized, van middelbare grootte; —mout, a. middelst; to take a —way, een middenweg inslaan; he was up to hls — in snow, hy stond tot aan zyn heupen in de sneeuw.

Middling (mid lil\), a.; — ly, a. middelmatig, taineiyk.

Midge (midi), s. mug.

Mid most (mtdm98t), a. middelst; —st, a. middelst, 8. midden, prp. te midden van; — ward, a. midden, ad. in het midden.

Micn [min), s. voorkomen, uiteriyk, blik.

Mlff* (mif), s. kwade luim, misnoegdheid; —, v. a. kwetsen, krenken; —y, a. gemelyk.

Mlght (mait), 8. macht, gezag, kracht; as best he —, zoo goed als hy kon; wlth — and iiiain, met alle macht; —Iness [maltis. machtigheid, hoogheid; their High—Inesses, hunne Hoogmogenden (de leden der Staten-Generaal in vroeger dagen); —lly, ad. —y, a. machtig, vermogend, voortreffeiyk, gewichtig; —y, ad. zeer (b.v. to be — rich).

Mignonette (minjanet), s. reseda.

Mlgra te (mait/rgt), v. n. verhuizen ; — tlon (migreti'n), s. verhuizing; —tory (malgr»• tori), a. verhuizend, zwervend.

Milch (milé), a. melkgevend ; —cow, melkkoe.

Mild (mui/d), a.; —ly, ad. zacht, zachtzinnig, toegevend; draw it —. overdryf niet; a — spring, een zachte lente; — cigars, lichts sigaren; — ciimate, zacht klimaat; —ness, s. zachtheid, zachtaardigheid.

Mildew (mildjü), s. honigdauw, schimmel; —, v. a. met honigdauw bedekken, beschimmelen ; —y, beschimmeld.

Mlle [mail), s. myi; Kuglish —. 1160 yards, = 1600 M.; marine or geographical —, zee- of geographisclie myi = 1851 M.; —post, myipaal; —stone, mijlsteen; —age, s. myigeld, afstand in myien.

Milfoil (milfoil), 8. duizendblad.

Miliary (mtljrri), a. gierstaardig, gekorreld; — fever, gierst-, purperkoorts.

Millt ant (militant), a. strydend; The Charch —ant, de strydende kerk (R. K.); —ary, a. krygs-, militair; —ary chest, krygskas; — ary art, krygskunde; —ary code, krjjgs-

. wetboek; —ary stores, ammunitie, kr(jg8voorraad; —ary stock, stropdas; —ary, s. krijgswezen, soldatenstand ; —ate, v. n. oorlog voeren, stryden; —ia (milti9), s. militie, staande krygsmacht.

Milk (milk), s. melk; —fever, zogkoorta; — footl, melkspys; —hedge. meikstruik; — honoe, nielkliuis; —livered, lafiiartig; — mnid, melkster; —man,melkboer ;—pall, melkemmer; —pan, melkpan ; — porridge, melkpap; —pottage, melkbrjj; —rice, rystsbry; —score, melk rekening; —niokness, melkziekte, runderkramp; —sop, weekeling; in melk geweekt brood,broodpap; —tliistla, melkdistel; — tooth, melktand; — trefoll, inelkklaver; —vetch, knolkruid ; —weed, wolfsmelk; —white, melkwit; —woman, melkvrouw; don't cry over spilt—, maak je niet noodeloos bezorgd; a — and-water conversation. essay, een onbeduidend gesprek, betoog; the — of huiiimi kinduess, de edelmoedigheid in 's menschen natuur.

Milk (milk), v. a. melken ; —en, a. van melk; —er, s. melker, melkster; —Iness, 8. melkachtigheid ; — y, a. melkachtig, zacht, week; —y way, melkweg.

Mill (mil), 8. molen, molenwerk, fabriek, dryfwerk, duizendste deel van een' dollar; It brought grist to his —, het was kort* op zyn molen; —board, styfbordpapier; — brook, molenbeek; —clack, —dapper,

Sluiten