Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

molenklapper; —cog, tand van een molenrad; —dam, molenschut; —duat, stuifmeel; — hand. molenaarsknecht; —haudle, staartstuk van een' windmolen; -horw, molenpaard; —pond, molenvijver;—race.molenvliet; —atoue, molensteen; t» have a

■tone about one'i uerk, (flg.) een blok man 't been hebben; to aee into (througli • -atoue, (flg.) door een plank kunnen zien scherpzinnig zyn; — tooth, bak-, maaltand; —wheel, moleurad ; -wright, molenmaker;

v. a. malen, wrijven, stampen, vollen, ■tempelen, slaan; doubled —ed cloth, dubbel gekeperd laken.

Mlllenar ian (milinêarim), a. duizendjarig, s. die aan bet duizendjarige rijk gelooft; —y {milaneeri), a. uit duizend bestaand s. tijdvak van duizend .iaren.

Hillemil al (mi/enial), a. duizendjarig: — om, 8. duizendjarig rijk.

Milleped (mtliped), s. duizendpoot.

Hlller (mi/a), s. molenaar; —'s-tliuuib, post (visch); —*a wlfe, molenaarster; thla punch not worth driuking, you've drowned the —, deze punch is niet te drinken,je hebt er te veel water l»y gedaan; 1 don't ■ee the Joe Miller of It, ik zie er de aardigheid niet van.

Milleslmal (miletimal), a. duizendste.

Mlllet (mitst), s. gierst.

Military (mitiari), a. mijl-; —, s. mülpaal mijlsteen.

Mlllluer (milina), s. modemaakster; —y, s. modeartikelen, mode-vak.

Mllllou (milj'n), s. millioen; —aire [mi!jane>), s. millionair; —nry, a. uit millioenen bestaand; — th.a. millioenste.

Milt (milt), s. milt, hom ; -wort, miltkruid; —, v. a. bevruchten, kuitschieten; — er, s. hommer.

Miuie (maim), s. gebaar, mine, potsenmaker; —. v n. mimen-, grappige gebaren maken • —tic (maimetik), a. nabootsend.

Mimic (mimik), s. gebarenspel, nabootser;—, v. a. met gebaren nabootsen, nadoen; —, — •I. a. —ally, ad. nabootsend, mimisch; —art, gestures, gebarenspel, kluchtige gebaren ; —ry mimikri), s. koddige nabootsing.

Minaret (minaret), s. minaret.

Minatory fminatori), a. dreigend.

Mine e (mins), v. a. klein hakken, verzachten, verbloemen; v. n. trippelen, gemaakt spreken • —ed-meat, gehakt ; — e-pie, vleeschpasteil Inffly, a. bij kleine gedeelten, gemaakt; we don *t —e mattera, wy verbloemen d«zaken niet; «lon't apeak no — lugly, spreek niet zoo geaflekteerd; a young —ine icirl, een jonge preutsche.

Mind (maind'■), s. gemoed, geest, verstand, geheugen, neiging, lust, meening, gevoelen; timea ont of sedert onheugelijke tijden to call to —, herinneren; to chauge oue'a —, van gedachte veranderen; to hav<* • —• lust (zin) hebben; to make tip one'* —, besluiten; to put In —, indachtig maken; — stricken, a. bewogen, aangedaan;

J1IL. — JllN.

to be In one'a riglit —, goed zijn verstand hebben; to He of uimouml —.gekrenkt van hersenen zijn; to be out of one'a —, niet meer by z|jn zinnen zijn ; tlie —'a eye, het geestesoog ; in my —'a eye I aee you at my elhow, met mijn geestosoog 'in iniju verbeelding) zie ik u aan müne zijde; to occnr to oint'i —, by iemand opkomen; to alter one'a —, van zin (pl.-in) veranderen ; to be of one (a) —, eensgezind zijn; ■peak your —, zeg, wat ge op 't hart hebt ; aa niany men, na niHiiy —a. zooveel hooi'den, zooveel zinnen; to put one — of aomethiiiff, iemand aan iets herinneren ; out of aiglit, out of —, uit het oog, uit het hart.

Mind (maind), v. a. letten op, denken om, — aan; bedenken, in acht nemen, behartigen, zich storen aan; v. n. geneigd ziin; —your buaineaa, let op (bemoei u met) uw eigen zaken; he did not — expenae, hy bekreunde zieh niet om de kosten : never —! 't komt er niet op aan; — your book (maiter), kyk in uw boek (luister naar uw meester)! —ed, a. gezind; well—ed, goedgezind; evll (III)—ed, kwan'lgezind ; high—ed, verheven van karakter, ziel; — edneaa, s. gezindheid; —ful, a. —fully, ad. indachtig, oplettend ; —fulneaa, s.oplettendheid ; —leaa, a. onoplettend, gedachteloos.

Mine (maiti), pr. de (het) myne; a friend of —, een mijner vrienden.

Mine (main), s. myn ; —«ligger, —man, mynwerker; myngroef, -schacht; —, v. a.

ondermijnen; v. n. mijnwerk verrichten ;—r, s. mijnwerker, mineur.

Mineral (minaral), a. delfstolTeiyk ; —king«lom, delfbtoffenrijk; —watera, minerale wateren ; —, s. delfstof; —iat, s. kenner van delfstoffen; —Ization {minareelizeii'n), s. verandering in eene delfstof; —Ize, v. a. in eene delfstof veranderen; —ogical, a. delfstofkundig; —ogiat, (m'niartrhdsi*t), s. delfstof kundige ; — ogy, (minaretladzi), s. delfstofkunde.

Minever (mlnava), s. Siberisch eekhorentje.

Mlngle (ml)\{/'l), s. mengsel; —, v. a. & n. (zich) (ver)mengen; — mangle, s. mengelmoes; —r, s. menger, vermenger.

Minlat e (minieit), v. a. rood verven, meniën; —ure (minittürf), a. verkleind, op kleine schaal, s, miniatuur.

Miuikln (mini/Sn), a. klein, lief; —, s. speldje, dreumesje, lieveling.

Minim (mln'm). s. dwerg, minderbroeder, klein gedicht, kleine letter, halve noot. irrondeiing; — um (minimom), s. (het) minste, minste graad; — ize, verkleinen.

Mining [mainiq), s. bergbouw, mynarbeid.

.Hlnion (minjan), b. lieveling, gunsteling, diamant (drukletter); —like, —ly, ad. lief, aardig, gemaakt; — ah lp, s. iiefkoozing, staat van gunsteling.

Minioua (min'at), a. menie-rood.

Minlat er (minitta), s. minister, staatsdienaar, gezant, predikant, werktuig; —, v. a. geven,

Sluiten