Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

MIZ. — MOL.

.UiiZMilop'inait, b. kruissteng-; — altrond».

pi. kruisstengewant; — stay-sail. g. krujg. stengestagzeil.

Mizzentnp-nnil, s. kruismarszeil; —saii-

yard, kruiszeil ra.

Miszeu.try-«ail.gafr, s. stormgaffel aan den

bezaansmast.

Mlszen-yard (mtz'njdd), s. bezaansroede, .'linie (tniz'li, s. mot-, stofregen; ——, y. n.

mot-, stofregen en,

Mizzy (mizi), s. poel, moeras.

Mnemnnic (nimonik), s. geheugen; — s. nl

geheugen leer.

Moan (moun), s. weeklacht, gekerm; —, v a bejammeren, v. n. kenneu; — ful.a. treurig' jammerend.

Mout (mom), s. gracht, slotgracht; —, v. a.

met eene gracht omgeven. ytob lmoh). s. gepeupel, grauw, volkshoop, nachtmuts ; —Cl»|>, nachtmuts; —, v. ;l n, js. handelen, overschreeuwen, inwikkelen- v a samenrotten, tieren, razen;— bi.h, a.gemeen' oproerig; — orracy (mobokrni), heerschappij van het gepeupel. J

Mobil * (mou',7). a. beweeglijk, s. 7,ieMob; —I»y (moul.t/i/i). s. beweeglgkiieid. onbestendigheid; — Iziitinn [mohilueti'u), s. mobi. llsatie (van de strijdmacht);—iie [mobilaiz). v. a. mobiliseeren.

Moccasin (.loksnin), s. pronkschoen (bij de

Indianen), sandaal.

Mock (mok), s. spot, bespotting, nattping; —, a. valsch, onecht, nagemaakt; —doctor, kwakzalver; fight, spiegelgevecht; —licroic, neroïkomisch, op belachelijke wijze het heldhaftige nabootsend; —«Icing, schynkonin? heer; —-momi, bijmaan; —nightinirale! bastaard-nachtegaal; — poem. spotdicht—-prophet, valsche profeet, —whade.a vondstond; --song, travestie; —trial, verhoor voor de leus; —turtle, nagemaakte schildpadsoep; —velvet, tr\jp, katoenfluweel.

jlock (mok), r. a. bespotten, voor den gek houden, naüpen ; v. n. (at) bespotten ;—er. s. spotter; — ery, s. spotternij, «pel, schijn, schünvertooning; —Ing, a. —iogty. ad. spottend ; — ing, s. bespotting, beleediging; — bird, spotvogel; —stock, voorwerp van bespotting.

Modal (moutte?), a.vormelijk,toevallig;—ity (modatliti), s. vormelijkheid, toevallig onderscheld, wijze van zijn.

Mode (mond), s. wijze, manier, trap, graad, mode; — s of dress,kleederdrachten ;—sof governmeut, regeeringsvormen.

Model (mod'f), b. model, vorm, maatstaf; to ffke — «ffer. een voorbeeld nemen aan; i» served Kim as a —, het diende hem tot model (voorbeeld); « —fanti.een modelboerdery; a —map, een relief-landkaart—, v. a. vormen, namaken; —Ier, s. modelmaker, vormer, ontwerper; — ling, s. het maken van modellen of vormen, boetseeren.

Madera tc> (mortwrt). a.-tely,ad.gematigd, jmddelmatig; —te In politics, gematigd in de politiek ; —te income, matig

inkomen; —te ablllties, talents, middelmatige talenten; —te, v. a. matigen, temperen, doen bedaren, v. n. bedaren; — teness s. gematigdheid, middelmatigheid; —tlon (modgreté'n), s. gematigdheid, bedaardheid; _ , r' "• matiger, vredemaker ; voorzitter, loflern (modsn), a. nieuw, nieuwerwetsch. hedendaagseh; —, s. nieuwe tyd, tijdgenoot; —isni, s. nieuwigheid; — Ize (mod»natz), v. a. nieuwerwetsch maken ; —ness, s. nieuwerwetsch heid.

Node.t Imodis/). a. -ly. ad. bescheiden, zedig, ingetogen, eerbaar; —y, s. zedigheid, ingetogenheid, eerbaarheid; — piece, kanten boezemstrookje.

Modicum (modiksm), s. weinigje, kleine hoeveelheid.

Modif iable (modijhb'l), a. vatbaar voor wijZigmg; — ication [modi fikets'n), s.wijziging—y. v. a. wijzigen, verzachten; to — the ferms of a contract, de bepalingen van een contract wijzigen (verzachten).

Modish (moudié), a. -ly, ad. modlsch, naar de mode; —ness, s. modezucht.

° j . ate ('"Odjnteit), v.a. (de stem) buigen, inoduleeren: — ation (modjuleti'n), s. stembuiging, modulatie; —«tor, s. steinbuiger* —e, s. model, schets, plan. '

Modwall (modról), s. bijenspecht.

(mou iol), s. Mogol ; f-reat —, Groole Mogol, keizer van Ilindostan. lohair (mouhêé), g. kemelshaar, haar van de gftit van Angora.

Moliawk (mouhók), s. straatroover; —s. Indianenstam.

Moiety (mot»ti), s. helft.

Moil (mot/), v. a. beslyken, kwellen, y. n

zwoegen, zich afslooven; —, s. vlek.

Moist (moist), a. vochtig; —en (>nots'n), v. a. bevochtigen ; —ener,s. bevochtiger; —ness, —ure, s. vochtigheid.

Moke (motik), s. maas, netwerk.

Moky, (mouki), a. donker, somber.

Holar (moula), a. lynmalend, maal-; — tootli maaltand, kies. '

Molasses (ma/a-siz), s. suikerstroop. Jloldwarp (mouldtróap), s. mol.

Mole (rnou?), s. mol, dam, havendam; moedervlek ; —bat. spiegelvisch; —cast, — liill, molshoop ; —catcher, mollenvanger; —cricket. veenmol; -eyed, met. zeer kleine oogen; -track, mollegang ; —.«kin, zacht bombazijn, inollevel; —trap, mollenvel; —warp, mol; —, v. n. molshoopen opruimen.

Tlolecale (mohkjul), s. stofdeeltje.

Molest (wo/e*/), v. a. overlast aandoen; kwenen ; —ation (molgxted'ii), s. overlast, letsel; -er, s. verontruster, kweller.

Jiolli ent (moli97it), a. verzachtend; — flable a. verzachtbaar; —fication (molifiketPn), s. verzachting; -fler (molifais), s. verzach.. ~1'y* v'.a' verzachten, lenigen.

Mollusc (mo?Dfck), s. weekdier; — a de klasse der weekdieren; — an(—ous), a. tot de weekdieren behoorende.

Molteu (moult'n), a. gesmolten ; a —Image,

Sluiten