Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

MUF. — MUN.

kroes; —, v. a. inmoffelen, inhullen, wegmoffelen (np); —«I <1 niin*, —onri, omfloerste trommen, omwoelde roeiriemen; —, v. n. prevelen, mompelen; to keep oue —d, iemand geblinddoekt houden; —r, s. sluier.

Mufti (mnfti), a. mufti of Mohamedaansche opperpriester en rechtsgeleerde-, a lleute iiant in —, een luitenant in politiek.

Mug (mny), s. drinkkroes; bakkes ; a chiua —, een porseleinen kopje (kroesje); —hoiiHe. bierhuis; -wort, b(jvoet; — gUh, —jjy, a. vochtig, betrokken; —, v. n. hard werken, ploeteren.

Mulatto {miü'trfó), s. mulat.

Mulberry (maa/bari), s. moerbezie; —tree, moerbezie boom.

Mulcli (mvü), 8. half verrot stroo.

Mulrt (mvlkf), s. (geldiboete; —, r. a. beboeten ; lie wn* —«»<l in dauiages by arbitrators, hy wer«l door scheidsrechters veroordeeld tot een geldboete als schadevergoeding; —nary, a. beboetend; — uary puuUhineiit, geldboete.

Mule (mjül), 8. muilezel, -dier, bastaard, aprinmachine; — driver, muilezeldrijver; — feru, miltkruid; —twi«t, ge-ponnen garen ; —teer (mjütati-), s. muilezeldrijver.

Muiier (mjftlia), s. wettige vrouw of kind.

Muli«h (mjftfis), a. muilezelachtig, koppig.

Muil {mol), s. (hoornen) snuifdoos mul, molm; he alwuya inake* a — of lt, hy treedt altyd onhandig op en verknoeit den boel; —, v. a. zoet maken en kruiden (wyn), verzachten; —ed wine, bisschop (warme wyn met suiker).

Mutlagatawny (mvligatóni), s. Indische kerriesoep.

Muil er (mt>/*), s. wryfsteen; —et, zeebarbeel, baardvisch.

Miilllgrub* [muHgrnbz), pl. darmpijn, snijdingen, kwade luim.

Muil iou (maaljan), s. vensterkruis, verticale scheiding in een raam ; — loued windowv ■» f>othic wlndnnt, Gothische ramen; — ock, s. vuilnis, puin.

MuUe [mrh), s. wynmede.

Muftangnlar (mnftirnoiub), a. veelhoekig ; —np»», s. veelhoekigheid.

Multi capmilar (molfiktrpgtilo), a. veelvakkig; -caron* (mnlti ketüaa), a. met vele holten; —colour, a. veelkleurig.

Multifarlnii» (mnltifê*riaa), a. —ly, ad. menigvuldig, verscheiden; —ness, s. menigvuldigheid, verscheidenheid.

Multl fid (multi/Ul), — fldoun (mnlfifldaa), a. in vele takken gesplitst; —floroui [mvlti/tóraa), a. veel bloemig.

Multiform (maaltifóam), a."veelvormig;—Ity (mnftifAamiti), 8. veelvormigheid.

Kultilateral (mvltilastaral), a. veelziïdig, veelkantig.

Multiloqu euce (molUlaktcann), «.praatzucht; —ou#, a. praatziek.

Multlnoniial (mnltinoumfl), a. veeltermig.

Multinoiuiual (mvltinominal), a. veelnamig.

Multipar ona (multtparan), a. veelbarend: —tite (mvlttpdtait), a. veeldeelig.

Multl peil (mn'tiped), s. duizendpoot.

Multipl e (mnftip'l), a. veelvoudig, g. veelvoud; (lea«t) coiiiniou —e, (kleinste) gemeene veelvoud; —lable. a. vermenigvuldigbaar; —Icand, s. vermenigvuldigtal; — Irate, a. menigvuldig; — icatlou (mnltiplikelé'n), s. vermenigvuldiging;—icationtahle, tafel van vermenigvuldiging; —Icatire (mnlttplikeitiv), a. vermenigvuldigend; —Irator, s. vermenigvuldiger; — iclty (mol' tipH*iti), 8. menigvuldigheid ; —Ier (mnltipfals), s. vermenigvuldiger; —y, v. a. & n. vermenigvuldigen; —yiug gla»9, glas (lens) met facetten.

Multi potent[mnlUpatant], a. veelvermogend; —preNenre, s. tegenwoordigheid op vele plaatsen te gplyk; — niliqiiou». a. veellobbig; —aonoiu (mnffisanaa), a. veeltonig; —«yllable s. veellettergrepig woord.

Multitud e (mtaltifjud), s. menigte; —inary (mnltitjft'linari), -inous (uioftitjudinjg), a. menigvuldig.

Multivalv e (moffiv<e7v), s. veelschalig dier; —ular \moltivnlvjula), a. veelschalig, veelkoppig

Muit ivious (mvfftviaa), a. met vele wegen; —nculor, a. veeloogig.

Multure (ma» ff ja), s. (het) malen, maalloon.

Muui (mom), s. tarwebier, mom; —, int. stil, sust —chance, dobbelspel, stommetje; to •it — chance, voor stommetje spelen (in gezelschap); — Is the order of the day! denk er aan, weet te zwygen.

Miintbl e (momt'l)% v. a. & n. mompelen, prevelen; -newN, nieuwskratner; —er, 8. mompelaar, prevelaar; — ingly, ad. mompelend.

Muiuin (mom), v. n. zich maskeren, stommetje spelen; —er, s. vermomde; —ery, 8. vermomming, maskerade; —Ify, v. a. inbalsemen, als mummie bewaren; —y, s. mummie, entwas; to beat to a —y, bont en blauw slaan.

Mump [mnmp), v. a. knabbelen, mompelen, bedelen, bedriegen; — er, s. klaplooper, bedelaar; —ersMiall, bedelaarsherberg; —ing, a. bedelaarslist; —i»li, a. gemelijk, morrend; —», pl. gemeiykheid, kwade luim, klier-, keelgezwel, bof (=- dik gezicht).

'lunch (mnns), v. a. & n. gulzig eten.

Mund ane (momlein), a. wereldsch (e. g. —• ane pleanuree); —atory, a. zuiverend; —ie, s. zwavelkies, ijzersteen (delfst.).

Muntlif Icatlon (mnndiflketé'n), s. reiniging; —icative (mandtflkeitiv), a. & s. reinigend (midd'1); —y (maamlifai), v. a. reinigen.

Munielpal (mjü»t*ip'ï), a. gemeentelijk, gemeente-; — lam, stadsrechten (—wetten), handvesten; — court, stedelijke rechtbank; — ofllcera, sted-iy ke ambtenaren; — guard, burgerwacht, schuttery-, —ity [mjünisipttHti), s. gemeente, gemeentebestuur.

Muniflcen ce (m juni/iaans), s. milddadigheid; —t, a. — tly, ad. milddadig.

Sluiten