Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

OCX. — OPF.

Octagon 'oktagsn), a. achthoek: —*1 lolita-

P»n»l), achthoekig.

Octahedr al (oktghidnl), a. achtzijdig; — on.

s. achtzydige figuur. U *' '

Octangnlar (oktam,oiul9), a. achthoekig. 4»ct ant (okt9nt), s. octant, achtste deel van een cirkel; —ave, 8. achtste dag, octaaf- a acht aanduidend ; — avo (okteivö), s. octavoformaat, octavo, itcteniilal (oktenUl), a. achtjaarlijkscli. Occoher (oJr/oMfw), s. October. Wijnmaand «<toiWiii.nl <oklodesim»l),n. aclittienvlakkle

(van kristallen).

Octogenar iau (oktidiantirim), s. tachtir-

jarige j — y. a. tachtig-jarig.

Octonary {oktanari), a. achttallig- (the —

«y.teiii. het aclittallig stelsel). «c»o petalon. (olclanetalas), a. achtbladig:

—ayllabic. a. achtlettersrrepig.

Octii|»le 10ktjüp'l), a. achtvoudig.

Ocular (okiulg), a. — ly, ad. van (door) het

oog • —w itnesa, ooggetuige.

Ocnl ate (okjulect), a. oogen hebbend ; — i«, a. oogarts.

a* —ad* oneven, oneffen, overhlUvend zonderling, koddig; fouracore a,ï ~~ ?Jn. de tachti? ; flfty and - people, ruim .vijftig menschen; au — fellow, een zonderling; an — man. een oude vrijer, ook: reserveman (in een boot); the — trick de 7de slag (bU 't whistspel), - waya. zonderHnge manieren; — glove, enkele (oneflen) handschoen ; — uiouey, overschietend geld; — Ity, b. zonderlingheid; —neut, s. onevenheid, zonderlingheid; — a (oclz), pl.' ongelUkheid, meerderheid, oneenigheid; at —, oneens, overhoop; —a and euda, stukken en brokken; by long; —s. verreweg; lt*a no — •, het doet er niet toe; tlic —» are that ... M er bestaat kans, dat . . . .. to have the —• of a man, iemand de baas zyn: to flght againat —a, tegen een overmacht stryden; to lay the — *, wedden <b.v. 3 tegen 1); to take the — a, een ongeiyke weddenschap aangaan; to play without — a, gelijk op (zonder vóórgift] spelen. ° '

Ode [oucl), s. ode.

«dlou. (oHrljsK), a. —ly, ad. hatelijk, afschuwelijk; —iiett*, s. hatelijkheid.

Oillum (oudjim), s. hatelijkheid, blaam, udonietrr (arfomste), s. afstandsmeter.

Odoiit algy (odmttrhlzi), s. tandpijn ; —Ic, a. & s. tandpynstillend (middel).

Odo(n)r lo»((s),s.reuk.geur; —aut,—irerou.

\0ud9Ttj3T9t), —o li*, a. welriekend, geurig—ate, a. sterkriekend; —leaa, a. reukeloos.

Oeeiinienical (ekjumenik'l), a. zie Ecnine-

nieal.

©'er ad. zie Over.

Oeaophagua (iaofsga*), s. slokdarm, o\(ov), prp. van; out —, uit; ai% yeara — aire. 6 j. oud; to be — age. meerderjarig zyn: — right, rechtens, van rechtswege; — neceaalty, noodzakelykerwys; — itaelf' I

(hiiiiaelf, lierKelf), van zelf, uit eigen beweging; — late, in den laatsten tijd; — late yeara, in de laatste jaren ; In daya — vore in vroegere dagen; — all thlnga, bovenal•' — oiie a own account, uit eigen bewegine op zyn eigen houtje; — an evenlng, — a Suiiday. 's avonds, 's Zondags; beware — plckpocketa, hoed u voor zakkenrollers! be "iade Tree — a city (zie free). ««r (of), a. rechter-; —, ad. af, weg. ver vandaan; to be well (ill) —, er goed (slecht) aan toe zyn; — hand, voor de vuist, onvoorbereid, voetstoots, h prima vista; hauda —! handen weg, handjes thuis! hata —! de hoeden af! —print, afdruk; - one'a •eed, gebrek aan eetlust; — one'a head krankzinnig; to be —, weg zyn, bewusteloos zyn; the match la het engagement is af; to aee a lady —, eene dame zien vertrekken; to go —, weggaan; — and on, al en aan, ook; besluiteloos; —, prp. naby op de hoogte van: — Fluahing, op de hoogte van Vlissingen; to dine — a leg ot' niutton, zijn maal doen met een schapeuout; I have not been — my lega the whole day, ik heb den heelen dag geen stoel gevoeld; to come — duty, van de wacht komen; to be — duty, geen dienst hebben; —, int. weg! voort!

OfTal (ofal), s. afval.

°Jrf" e" (»ƒ««»). S. beleediging, ergernis, ml»dryf; to glve —, beleedigen, ergernis geven;

(•u®, kwaiyk nemen; —celeaa, a. onschuldig; —, v. a. beleedigen, ergeren, mishagen, overtreden, v. n. feilen, dwalen, zondigen; —der, s. beleediger, overtreder; — rJï ad- beleedigend, aanstoo-

telyk, hmderiyk. stuitend; (to) aanvallendto act ou (to take) the -aive. aanvallen! derwyze optreden; an — aive auiell, een walgelyke reuk; a league, —aive and defenaive, een aanvallend en verdedigend S^de^r'""- S' —'«°'elUkl,eid.

0fl*e.P 8* aanbod, aanbieding' bod, voorstel, poging; —, v. a. aanbieden, aandoen. . . ' v°orstellen, ten offer brengen, v. n zich aanbieden, trachten; (at) ondernemen! streven naar; —able, a. aan te bieden; —er, s. aanbieder, offeraar; —ing, s. offer, offerande; —tory, s. offergezang, -gebed.

Office (ofis), s. ambt, bediening, dienst, godsdienstoefening, werkplaats, kantoor, bediendenkamer, bygebouw ; in virtue of oue'a -• ex officio, ambtshalve; to be in —, in functie zyn; to couie in —, in fuuctietreden; to retire from —,uit het ministerie treden;

> zUn ambt neerleggen; good -—a, goede diensten; pioua —a, vrome werken; Jack'in—, de bureaucraat; The forelgn —, Het Ministerie van BuitenlandschejZaken; The War Het Ministerie van Oorlog; poat —, postkantoor; houae or —, bestekamer; holy inquisitie; —

bearer, bedienaar, voorlezer in de kerk

keeper, kantoorhouder; —, v. a. verrichten-

Sluiten