Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ORT. — OUT.

Ortliology [óthote'lzi), n. juiste beschryving.

Ortliopetly (óthapgdi), s. kunst om lichaamsgebreken te genezen.

Ortive (ó»fiv), a. opgaand, oosteiyk.

Ortnlnn tdatalcen), s. ortolaan.

Oscilla te (osileit), v. n. slingeren; —tion (ovileis'n), s. slingering; —tory (osifotori), a. slingerend.

Oselt ancy (ofitgrui); — ation [otiteti'n), s. geeuwing, slaperigheid, loomheid; —ant, a. geeuwend, slaapdronken, loom.

Osier (ouz»), a. teenen; —, s. waterwilg.

Osmuaad (ozmaml), s. koningsvaren (— bogonion, king-fern).

Ospray (otprei), s. zee-, vischarend.

Om eom foris»), a. beenig, beenachtig.

Vaal ©Ie (osik'l), 8. beentje; —IIc [o$(fik), a. beenvormend, -wordend; — flcatlon (o*i/ïkelé'n), s. beenwording, verliarding; —fy (oBifai), v. a. in been veranderen; v. n. tot been worden; -voroua [onioaras), a. beenderen etend.

Osauary (otjuarï), s. knekelhuis.

Osteaas ible [oxtenaib'l), a.; — ihly. ad. vertoonbaar, schijnbaar, klaarblijkelyk; —Ible partaaers, bekende deelhebbers (in een vennootschap); —Ive, a. vertoonend, bl Uk baar.

O «tent (ostent), s. schyn, voorkomen, voorteeken; —ation (o«t*nteti'n), s. vertoonmaking, pronkerij, praalvertooning; to aaaake —atloaa of, pronken, pralen met; —atlous, a. —atlously, ad. pronkziek, pralend.

Osteo colla \ottjoukola), s. beenderlym; — logist iottioladzist), e. beendeikenner; — logy (ost.iolulzi), s. beenderleer, «beschrijving; —tomy, s. beenontleding; ostltis (oslaltis), s. beenontsteking.

Ostler (otl»), 8. stalknecht, hulsknecht; —y, s. herberg, pleisterplaats, stalling.

Ostra clana (ottmizvn), 8. schervengericht, verbanning (by de oude Atheners); —clte (ostrasait), s. versteende oesterschelp.

Ostreaeultaire (ostriaknltja), s. kunstmatige ocsterteelt.

Oatrich (ostritf), «.struisvogel; —egg,struisei; —-featlier, struisveder.

Otal gla (outasldzia), — gy (outaldzi), 8. oorptyn.

Other (othe), a. & pr. ander; earh—«elkander; the — day, onlangs; every — day,

om den anderen dag; soiaae body or-, de een of de andere; —gaaise, ad. van een' anderen aard ; —wliere, ad. elders; —whlle, ad. op een' anderen tyd; —wise, ad. anderszins; —neaa, s. verschil.

Otter (ot»), s. otter; —dog, otterhond; —

—huaatlaag, otterjacht; plke, pieterman

(visch).

Ottoiiian toteman), a. Turksch; the — Empire, het Turksche ryk; —, b. Ottoman, Turk, rustbank, sofa.

Ought lót), 8. iets; for — I Itnow, zoover ik weet; for — I see, zoover ik zie; —, v. n. moeten, behooreu ; do whatyon—and eouie wliat may, doe wel en zie niet om.

Ouaace (aun*), f. ons ± 24 gram); An —

of help la better tlian a pound of preachiaig, doen is beter dan veel zede-

lessen.

Oair (au»), pr. ons, onze, onzen; — a, pr. de (het) onze : n frieaid of —a,een onzer vrienden; —self, — aelvea (autelvz), pr. wy (ons) zeiven.

Oaasel [ikz'l), s. meerle.

Ouat (nust), v. a. uitstooten, verdry ven, berooven; —er, s. u'tstooting, verdry vin?.

Out (ant), ad. & pr. uit, buiter., afwezig, weg, op, verbruikt, ontbrekend, uitgeput, uitgebiuscht, ambteloos, van zyn stuk, luid; — nnd —, door en door; to be —, het mis hebben, ten einde raad zijn; to be—with, in onmin zyn met; aity hand ia —, ik ben niet op streek, ik heb het verleerd;

— with It, voor den dag er meel

— at elbowa, met gaten in de mouwen; —

— of. uit,buiten, uithoofde van, wegens; beroofd van, zonder; — of all, alles kwyt; — of «lesigaa, met opzet; — of doubt, buiten twijfel; — of favour. in ongenade; — of heart, moedeloos; — of the way, van den weg af; iaialde —, het binnenste buiten;

— houud, naar het buitenland bestemd; speak —! spreek vrijuit! to laaagh —, luidkeels, hartelijk lachen ; murder wlll

— (zie murder); aity time is —, ik heb myn tyd gehad; the wine Is —, de flesch is leeg; de wyn is op; to be — at iiaterest. op interest staan; I was — £ 20, ik had er £ 20 by verloren; let 's have it —, laat ons er geen doekjes om winden; to be — of plaee. work, baasinc*s, zonder betrekking, werk, zaken zijn; the —-of-works, de werkloozen; to be — of reacl», buiten bereik zyn ; — of sight, — of miud, uit het oog, uit het hart; — of hearing, buiten het bereik van het gehoor; — of fasli» ion, uit de mode; tiuie — of miud, onheugeiyke tyd; — of print, uitverkocht (van drukwerk); — of tune, ontstemd, valsch :qulte — of character, geheel misplaatst; niet in de rol; — of breath, buiten adem ; to keep — of liarui,a way, buiten schot blijven; — of the w »y, ongewoon; to be — of nne'a liead, krankzinnig zyn; — of hand. onniiddeliyk ; to be

— of partience with a man. iemand niet langer kunnen uitstaan; — of money (pocket), slecht by kas; in aeaaoia nnd —, te pas en te onpas; to—, v. a. uitstooten; aai —laag, een „uitje", een uitstapje; —,int. voort 1 wegl foei! (waar in de volgende sa menBtellingen de uitspraak niet is aangewezen, daar heeft oaat den klemtoon).

Oiataet {auto;kt), v. a. overtreffen, te buiten gaan.

Outbalanee (iautbatlm), v. a. zwaarder wegen dan. •

Outbar (tiuthü), v. a. uitsluiten.

Outbid (autl'td), v. a. hooger bieden dan; —der. s. meestbiedende.

Outblowii (autb/ouii). a. opgeblazen.

Outborai. a. uitheemsch, vreemd.

Sluiten