Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

POI. — POM.

maken, muizing; —ing-stoek.mikpaal, voorwerp van bespotting; —les», a. stomp; — •man, s. wisselwachter; —wi«e. a. puntig.

Polse (poiz), s. gewicht, evenwicht, balans; —, v. a. wegen, in evenwicht houden.

Poison (poiz'n), s. git', vergif; —«»»h, gifboom; —-bush.wolfsmelk; —-cup.gif beker; —fang, vergiftnnd; —nut,braak noot, kraanoog; —tree, gif boom; —, v. a. vergiftigen; —er, s. vergiftiger; —ous. a. — ously, ad. vergiftig, verderfelijk; -ouincu, s. vergiftigheid.

I'oitrel (pottral), s. borstharnas, -riem (van een paard).

Pok e (po«/r), s. zak, buidel, stoot, stomp; to buy a pig in a —e, een kat in den zak koopen; —e, v. a. & n. stooten, steken, oppoken, rondtasten, voelen; to —e fun nt, spotten met, schertsen over; —er, s. pook; —ing, a. zwoegend, slaafsch.

Polar (pouü), a. van de polen, pool-; —bear. ijsbeer; —circle.poolcirkel; —chy, s. regeering van velen; — ity (poletriti), h. polariteit, strekking naar de polen ; —ization (palcsrizeié'n), s. polarisatie; —ixe, v. a. polariseeren; —y, naar de polen neigend oi gericht.

Po Ie (poul), s. staak, paal, pols, boom, meet zoede. aspunt, pool, kleine mast; —axe atrydbyi, enterbijl; —cat, bunzing •. —fence —hedge, omheining van palen; — head, toj der bramsteng: —hook. disselhaak ; —mast mast uit één stuk; — plate, dwarsligger (oj spoorwegen); —sereen, stokscherm ;—star. poolster; —, v. a. van staken voorzien, voort boomen, op staken dragen.

Polemic (p9lemik), s. twistschryver, redetwister; —, —al. a. redetwistend; —s, s, redetwist, polemiek.

Poliee [palis), s. politie; — eourt, politierechtbank (voor eenvoudige rechtszaken); — utan, politie-dienaar, agent van politie; — ofücer, politie-beambte; —station, bureau van politie.

Polic led {polisul),&. welgeordend,beschaafd; —y, s. staatkunde, staatsbeiieer, beleid, sluw heid, polis; honesty is the best —y, eerlyk duurt het langst.

Poli«h(7)©//»),8.glan*, gladheid, bruineersel.po lijsting,welgemanierdheid; Freneli —, vernis; to Freneh —, politoeren; —, v. a. polsten beschaven; v. n. glad (beschaafd) worden; — able, a. voor poljjsting (beschaving) vatbaar —er, s. polystur, lik-, gladhout, beschaver —ing, s. het polijsten ; — Ing-iron.glansyzer bruineerstaal; —Ing-stick, gladliout.

Polite (paluit), a. — ly, ad. trepolijst, beleefd wellevend; — leariiiug; (literature), d( kennis der schoone kunsten (fraaie letteren) —ness, s. beleefdheid, wellevendheid.

Politic Ipolitik), a.; —al, a. — ally, ad. staat kundig, staatsburgerlijk, geslepen, sluw Bod y —«Staats I i ch aam, Hurge r 1 y ke Staat;—a eeoooiuy, Staathuishoudkunde; —astei (politikmsta), 8, politieke tinnegieter; —iai (politii'n), b. staatkundige, staatsman, politi

cus, slimme vogel; —s, pl. staatkunde, staatszaken.

Polity (politi), s. regeeringsvorm, staatsregeling, zie Policy.

Polka (poulka), s. polka; to polk (ponk), v. n. een polka dansen.

Poll [poul), s. achterhoofd, hoofd, naam-, kiezerslijst, getal stemmen, inschrijving der stemmen; stembus, stembureau; —eattle, ongehorend vee ; —degree, de gewone graad (aan de hoogeschool te Cambridge); deed—, onderhandsche akte; —money, —ta*.hoofdgeld, hoofdelijke omslag; —, v. a. toppen, snoeien, scheren, berooven, stemmen opnemen, stemmen, i Pollard (polad), s. gesnoeide boom ; —willow, knotwilg; —, gesnoeid muntstuk, grintmeel.

Poll en, s. stuifmeel, bloemstof; —enger, s. hak-, ryshout.

Polier (poul*), s. snoeier, plunderaar.stemmer.

Pollu te (poljikt), v. a. bezoedelen, bevlekken, verontreinigen, bederven ; —teilness, s. bevlektheid, bezoedeldheid, onreinheid; —tert 8. bevlekker, verontreiniger; —tion (pol' jiéé'n), bezoedeling, bevlekking, verontreiniging.

Polony (palouni), s. saucijsje.

Polt (poult), s. slag, stoot; —foot, horrelvoet; —footed, a. met kromme voeten.

Poltroon (paltrikn), s. lafaard, laaghartige; —ery, s. lafheid, laaghartigheid.

Polynn dry (polimndri), s, veelmannery; —tliiis, s. sleutelbloem.

Poly areliy (poliakt), —eraey (poltkrasi), s. veelhoofdige regeering; —ehrestie, a. van veelzijdig nut.

Polygain ist (paltgamist), s. voorstander der veelwijverij ; —y, s. veelwijverij.

Poly garchy (polig&ki), s. veelhoofdige regeering; —glot, a. in vele talen; s. werk in vele talen.

Polygon (polipon), 8. veelhoek; —al (paltgaval), a. veelhoekig.

Polygraph (poligraf), s. veelschrijver (ook een werktuig); —y {pcligrafl), s. geheimschrijfkunst (met cijfer-*), cijferschrift.

Polyhedr al (polihidral), —ous, a. veelzijdig; —ou, 8. veelzijdige figuur.

Polyuiatliy (palimathi), s. veelweterij. , Poly petalous (polipetilas), a. veel bladerig; —phonic a. veeltonig.

Polypody (pallpadi), s. boomvaren. ; Polyp ous (polipas), a. poliepachtig; —us, , s. poliep.

Poly spermous (politpómas), a. veelzadig; —syllaliic IpoliaiiOtlnk), a. veellettersrrepig; ! — syllabi*» (polisVab'l), s. veellettergrepig woord; — teclinie (politeknik), a. van vele kanten, polytechnisch.

Polytlie isui (polithUzm), s. veelgoderü; — : ist, s. aanhanger der veelgoderij. I Pomae e ipomis), s. appeldrab, ciderdroesem ; r —ious (pameiéas), a. van appelen, appelachtig, i Pomad e [pamdd), —tuin (pamett'm), s. pomade.

10

Sluiten