Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(forth, out) uitstrekken, v. n. reiken, toereiken, zich uitstrekken ; (after. at) streven, trachten naar; (to) bereiken; —me-dowu clothe*. confectie-kleeren.

React [ri-trkt), v.n. terugwerken (on, upon); —Ion (rümki'n), «.terugwerking;— lonary, a. reactionair, behoudend.

Read (rfci), v. a. & n. lezen, raden, erkennen, verstaan; he cannot yet — the doek. hU kan nog niet op de klok kyken; (about) om beurten lexen; (over) doorlezen; (over again) herlezen; (to) voorlezen; to — for the church, voor dominé (in de godgeleerdheid) studeeren*. tliat hiatorical book —■ llke a novel, dat historisch boek laat zich lezen als een roman ; to — up. bewerken, nalezen; to be — {red) out of the ranke, wegens wangedrag worden weggezonden (van soldaten); —, a. belezen (in); to be well

— In mythology, goed thuis zijn in de fabelleer; —«ble, a. leesbaar; — er,s.lezer, lezeres, voorlezer; a French —er, een Fransch leesboek (-=» n —Ing book); — er«hip, s. voorlezerscliap.

Readl ly (redili), ad. dadelijk, gereedeiyk, gaarne, gemakkeiyk; —nee», s. bereidwilligheid, gereedheid, vaardigheid.

Reading {ridirtf, s. het lezen, voorlezing, lezing, belezenheid; he Ie not a — man, hU houdt niet van lezen; — desk, lezenaar; —lamp, studeerlamp; —room, leeskamer, leeszaal.

Read Jonrn {rfadi&n), v. a. weder verdagen; —Jast, v. a. weder in orde brengen; —n»ls«ion. s. wedertoelating; —inlt, v. a. weder toelaten.

Readorn (rwcïdaw), v. a. weder versieren. Ready (redt), a. gereed, bereid, bereidwillig, vaardig, by de hand, gemakkeiyk, contant (— paymciit); — apprehenalon, vlug verstand, bevatteiykheid; —made clothe», •uit*. klaargemaakte kleederen, confectie;

— witted, by de hand, gevat; make —, Ure!. legt aan, vuur!

Reafllrm (rw/dm), v. a. opnieuw bevestigen;

—ance, s. hernieuwde betuiging.

Reagent (rieldz»nt), s. oplossend middel. Real (rw/), a.; —ly. ad. wezenlijk, werkeiyk, inderdaad; —, s, reaal (Spaansche munt van jt Cc.); —Ist, s. realist; —Ity, (ritrliti), s. wezenlijkheid; —Izatlon [rtolizeii'n),^ s. verwezenlyking, te-gelde-making; —l*e (ri»l' aiz), v. a. verwezeniyken, te-gelde-maken; —ty. s. getrouwheid, onroerend goed. Rrnlgnr [rxtrlg»), s. rood arsenicum.

Renlm (relm), s. vyk, koninkryk.

Kram (rim), s. riem (papier), 20 boek; Printer'» —, 515 vel.

Reanima te (rUrnimit), v. a. weder bezielen;

—tion (ricenimet&'n), s. wederbezieling. Reatnie* [runeka), v. a. weder aanhechten. Reap (rip), v. a. & n. inoogsten, oogsten; — er, s. maaier; — iug-liook, sikkel; — Ingmachine, mauimachine ;—ing-time, oogsttijd.

Reap pear [rU-pi»), v. n. weder verschynen;

—pearanee, i. wederverschynlng; — polnt, v. a. weder benoemen, herbenoemen; — polntment s. herbenoeming.

Rear (rk), s. achterhoede, achtergrond; to brlng up the —. de achterhoede aanvoeren; —adaulral, schout-by-nacht; — guard, achterhoede; —mouse, vleêrmuis; —rank, achterste gelid; — ward, —guard, s. achterhoede; I,ord M. fought a —guard action. Lord M. leverde een gevecht op de achterhoede; —, ad. achterwaarts; —, v. a. opheffen, oprichten, opkweeken, opvoeden, grootbrengen, opbeuren, verheffen, opjagen, verwerven ; v, n. steigeren (a —l«»g horse). lleancend (ritsend), v. a. weder beklimmen;

v. n. weder opstygen.

Reaaon (riz'n), s. rede, verstand, reden, grondoorzaak, rekenschap, biliykheid; by — of, wegens ; to do —, bescheid doen; recht laten wedervaren; In (all) —, rechtmatig, redeiykerwyze; out of all —, tegen alle recht en biliykheid; It Mand* to—, het spreekt van zelf; —, v. a. Sc n. onderzoeken, redeneeren ; we —ed hlm Into another oplnlon, door redeneering brachten wy hem tot een andere meening; ahe conld not be —ed out of her fears, men kon haar de vrees niet uit het hoofd praten; — «ble. a.; —ably, ad. redeiyk, biliyk, verstandig, middelmatig, draagiyk; —ablenesa, s. redelijkheid, biliykheid, matigheid; —er, s. redeneerde!*; —ing, s. redeneering;—less, a. radeloos, onverstandig; zonder reden. Reauemble (rUtemb'l), v. a. weder verzamelen ; v. n. weder byeenkomen.

Reawsert (rUfAt), v.a. weder beweren-, —ion,

s. herhaalde bewering.

Reasaign (rkmln), v. a. weder aanwyzen, •afstaan.

Reaunni e (rC?#A«), v. a. weder aanvaarden ; —ptlon (rbtnmpé'n), s. wederaanvaarding, hervatting.

Rrauur ance (rWdkr*»»), s.herverzekering;

—e. v. a. weder geruststellen, herverzekeren. Reattempt (rUtemt), v. a. weder beproeven. Rehnptiz ation (ribeeptizetê'n), s. herdooping ; —e (ribgptatz), v. a. herdoopen; —er, s. wederdooper.

Rebate (ribett), s. sponning, vermindering, korting (» —inent); —, v. a. stomp maken, groeven, verminderen, korten; the —dorade to the Transvaal, de verminderde nandel op Transvaal.

Rebeck (ribek), s. drlesnarige viool.

Rebel (reb'l), a. oproerig, muitend; —, s. oproerling, muiter.

Rebel (rifce/), v. n. opstaan, muiten; — lion, s. opstand, muitery ; —Hou», a. —liously, ad. oproerig, muitend; —Houaneaa s. oproerigheid.

Rebound (ribaund), s. terugsprong; —, v.

a. terugkaatsen; v. n. terugspringen. Rebuff {ribuf), s. terugstoot, wederstand, af-

wijzing; — v. a. terugstooten, afwyzen. Rebuild (riblld), v. a. herbouwen.

Rebuk able (rib/AVbl), a. berispeiyk; —e.

REA. - REU.

Sluiten