Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

REL. - REN.

afkeerig, weerstrevend; — tly,ad. met tegenxln, schoorvoetend.

Relume (riljüm), v. a. weder aansteken, • verlichten. 1

Rely (rilat), v. n. (on, upon) zich verlaten, vertrouwen op.

Reinaln (rimein), v. n. blijven, overblijven; it —■ to be neen, het staat te bezien; — der, s. overschot; —• (n'wielwc), pl. overblijfselen, stoffelijk overschot.

Remake (rimeik), v. a. opnieuw maken.

llcuiAiid (rimand), v. a. terugzenden, terugroepen ; to — « prisoner. een gevangene terugzenden naar de preventieve gevangenis.

Remark (rimalc), s. aanmerking; —, v. a. aanmerken, opmerken; —able, a. —nbly, ad. merkwaardig, opmerkelijk; —«bleue»», s. merkwaardigheid; —er, s. aanmerker, opmerker.

Remarry (rfmarrt), v. n. hertrouwen.

Remed iable (rimidjtb'l), a. herstelbaar; — lal, a. verhelpend, heilzaam; — lless (remsdilet), a. onherstelbaar; —y (remodi), 8. genees-, hulpmiddel, herstel, verhaal (in rechten), v. a. genezen, herstellen, verhelpen; there is a — y for everythlng, alles is te genezen, te verhelpen; to be past —y, ongeneeslijk zijn.

Remeiit ber (rimembs), v. a. (zich) herinneren, gedenken, in herinnering brengen; —ber ine to yoiir frlend. groet je vriend van mij; —ber the Sabbath-day to keep It holy, eedenk den Sabbath-dag, opdat gy dien heiligt; — brance, 8. herinnering, aandenken, gedacliteni9; in —brance of, ter herinnering aan, ter gedachtenis; withhi our —brance, zoover ons heugt; my kind —brance» to your pnreut», mijn vriendelijke groeten aan uw ouders; —brancer, s. wie of wat aan iets herinnert.

Remind (rimalnd), v. a. herinneren, indachtig maken (of, aan); to — one of a promise, iemand aan een belofte herinneren.

Reminder (rimalnd»), s. aanmaner, wie of wat aan iets doet denken.

Reiiiiniscen ce (reminiisnn), s. herinnering; —tial (reminiteni'l), a. herinnerend.

Remise (rimalz), v. a. opgeven, laten varen.

Remiss (rimts), a. —ly, ad. slap, traag, nalatig; a — correspondent, een trage briefschrijver; to be — in the payment of debts. nalatig zijn .... enz.; —ible, a. vergeeflijk; —ion, s. verslapping, verflauwing, kwijtschelding. vergiffenis; —ive, a. kwijtscheldend, vergevend; —-ness, s. flauwheid, nalatigheid.

Remit (rimit), v. a. kwijtschelden, vergeven, doen verslappen, opgeven, terug-, toezenden, overmaken, remitteeren, overgeven, v. n. verslappen, afnemen (van koorts); —tlng fever, afgaande koorts; he —s of liis industry, zijn ijver verflauwt; —ment, s. gijzeling opnieuw, kwijtschelding; —tal, — tance, s. overmaking, remise; scnd —tanee without delay, zend het geld zonder uitstel; —tance in balance, remise per saldo;

pray to forward —tance, verzoeke rémise; —tent, a. tusschenpoozend; —ter, 8. kwijtsclielder, overzender, -maker, remittent.

Aemnant (remn'nt), a. overig; —, s. overschot, restje, lap.

Reuiodel (1 imodgl), v. a. vervormen, omwerken.

Aemonstr anee (rimonstrgvi), s. vertoog, bezwaar, aanmaning; —ant, a. bezwaren (vertoogen) indienend, s. remonstrant; —ate, v. n. bezwaren opperen, vertoogen doen, vermanen ; —ntioi» (ri.m9V»treté'n), s. vertoog, aanmaning.

Remora (remsrs), s. beletsel, zuigviscli.

Kemorse irimóar), s. wroeging, berouw; — ful, a. berouwvol (for), vol medelijden (of)t —less, a. verstokt, hardvochtig; —lessness, s. onbarmhartigheid.

Remote (rimout), a. — ly, ad. afgelegen, verwydei'd, ver, vreemd, afgetrokken (from);

— kiiisman, verre bloedverwant; — antiquity, vroege oudheid ; — eonntries, verre landen; —ness, s. verte, afgelegenheid.

Remonut (rtmaunt), s. remonte, versch paard, (b.v. — s for the Britisli army);—, v. a. weder bestijgen, v. n. weder opstijgen, remonteeren.

Remov able (rimüvsb'l\, a. verplaatsbaar, t* verwijderen; —able at the pleasure of the govemment of II,, verplaatsbaar naar goedvinden van de regeering te B.; —al, s. verwijdering, afzetting, verplaatsing, verhuizing; —e, s. verwijdering, afzetting, verplaatsing, trap, graad, zet, kleine afstand, afgenomen schotel; Klection at two —es, getrapte verkiezing; even cousliis to the fortleth —e, zelfs neven van den 40sten graad; —e, v. a. verwijderen, wegruimen; to

— the cloth, de talel afnemen; —e, v. n. zich verwijderen, verhuizen; —ed (rimikvd), ft. verwijderd, afgelegen; a cousin to the deceased seven time» —ed, .... inden zevenden graad; —etlness, s. verwijdering, afgelegenheid; —er, s. die verwijdert; wegruimer, verplaatser.

Remunera ble (rimjik)i9r9b'l), a. beloonbaar; —te, v. a. beloonen ; —tion (rimjümreti'n), 8. belooning; —tive, —tory, a. beloonend; to sell at —tlve prices, tegen loonende prijzen verkoopen.

Remnrmtir (rimüma), v. a. & n. murmelend weerkaatsen, - weergalmen.

Renal (rin'J), a. van de nieren, nier-.

Rrnard (reiisd), s. reintje, vos (-= Reynard).

Remise enee (rimrsws), — ency, s. wedergeboorte, hernieuwde groei, herleving; —ent, a. wederopkomend, herlevend; —Ible, a. vernieuwbaar, gescliikt om te herleven.

Renavigate (riitODigeit), v. a. weder bevaren.

Reiicounter (rdiikauntff), s. ontmoeting, botsing, schermutseling, gevecht; —, v. a, aantasten; v. n. op elkander stooten; handgemeen worden.

Rentl, v.a. scheuren, verscheuren'; 91. rent the document Into Irngmentg, M. scheurde de acte (het stuk) in stukken.

Sluiten