Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

SEL. — SEN.

Self (telf), pr. zelf, zelve, zeiven; one'a —. tnne, s. lialve toon; —vowel, s. halve

zich zeiven; —, s. eigen; the love of —, klinker, vloeiletter.

eigenliefde; hls other —, z^n ander ik; Seuiin nl (remintl), a. zaad*, oorspronkeiykj

to be by one'a —, alleen z^n; «ll«l you —allty (*emiu<rliti), s. teelkracht; natuur van

do It of your — T hebt ge 't nit eigen be- het zaad; —nriat, s. seminarist; —nry, a.

weging gedaan| —abnieinrnt, ■. zelfver- zaad-, s. seminarie, kweekschool; — ation,

laging; —abuae, s. misbruik van zichzel- s. zaaiing, verspreiding; — lüc [setnin(flk), a.

ven: —active, a. zelfwerkend; —•Miunip- zaad voortbrengend.

tlon, —concelt, s. eigenwaan, inbeelding; Sempervlve, s. maagden palm, huislook.

—conceited, a. laatdunkend, verwaand; Seiupitern al (tempitAngl), a. eeuwigdurend:

—confldence, s. zelfvertrouwen ; —-cona- — Ity, s. eeuwigheid,

eloua, a. zelfbewust; —-conaciouaneaa, s. Sempater Itematg), s. kleermaker.

zelfbewustzUn; —control, s. zelfbeheer- Sempatreaa [temslrss), s. naaister,

behing; -—decelt,s. zelf bedrog;—defence, Senary [sensri), a. zestal lig.

b. zelfverdediging; the noble art of—de- Senat e (getut), s. senaat, raad; —honae,

fenee, het boksen ; —-dental, s. zelfverloo- raadhuis; —op, s. raadsheer;—orlal, {sengt-

chening; —eiitled.a.zelfzuchtig;—eateem, órial), a. van een raadsheer, raadsheerlijk;

a. zelfachting; —-evident, klaarblijkelijk ; —orehip, s. raadsheerschap.

—extiiigulsher,s. zelfdomper;—intereat, Send (send), v. a. zenden, werpen, schieten;

8. eigenbelang; —Intereeted,a.belangzuch- to — word, berichten, laten weten; (forth,

—lowe» a. eigenliefde; —moving, n. out) voortbrengen, van zich geven, uitzenden

van zelf bewegend ; —murder, «.zelfmoord; (In, up); to — one'a name, zich laten aan-

—i»»urderer,s.zelfmoordenaar;—opliiion, dienen; to — one mad, iemand razend (dol)

8. eigenwaan; — poaaeaalon, s. zelfbeheer- maken; to — one packing, iemand weg-

sching, bedaardheid; —praiae, s. eigenlof; zenden, z\jn biezen laten pakken; God —

—-preaervatlon, 8. zelfbehoud ; —-rennn- him a long life. God schenke hem een

ciatlon, s. zelfverzaking; verloochening; lang leven; to — forth a law, een wet

—reproach, 8. zelfverwyt;—aame,a.juist uitvaardigen; a —ofl* party, een afscheidn-

deze'.tde; —aeeklng, a. zelfzuchtig; 8. zelf- partytje; —, v. n. zenden; (for) zenden om,

zucht;—-aufflcience,s.zelfgenoegzaamheid, laten komen; —er, s. zender,

eigenwaan; — aufficient, a. laatdunkend, Seneacence (ggnefnt), s. veroudering, verval

verwaand; —tauglit, a. door zich zeiven van krachten.

onderwezen; —will, n. eigenzinnigheid;— Seneachal (tengf'l), 8. hofmeester, drost,

willed, a. eigenzinnig; —wlae, a. eigen- baljuw.

_ wü«. Sengreen (tetiffrln), s. huislook.

Selfiah (teifli), a. —ly, ad. zelfzuchtig, baat- Senll e (sinail), a. hoogbejaard, den ouderdom

zuchtig; -neu, 8. zelfzucht, baatzucht. eigen; -Ity (gintliti), s. ouderdom, hoogbe-

Sell (tel), v, a. verkoopen ; (ofT, out) uitver- jaardheid.

koopen; v. n. verkocht worden; to— whole- Senior (tinig), a. ouder, oudste; n»y— part»

aale and retall, in 't groot en klein ver- ner, mUn oudere compagnon; — warden,

koepen; the poem aold rapidly, het ge- eerste opziener; —Ity luinjoriti), s. hoogere

dicht vond veel koopers; to — for a me re leeftyd, langere diensttijd, anciënniteit,

aong, voor een appel en een ei verkoopen; Senna (*eng), b. seneblad, seneplant.

V00j ee«n ,potp,^s van d® l,an(i doen ; py« Sennlght (senait), s. acht dagen, week; to

and wlieat — dear, rogge en tarwe staan -morrow —, morgen over acht dagen,

hoog; —er, 8. verkooper; — ing prlce, ver- Senantion (tgnseli'n), s. gewaarwording; to

koopprijs. make qulte a —, heel wat opschudding

Selvage (teividz), s. zelfkant; —d, a. ge- veroorzaken, opzien baren; —al novela,

zoomd, omboord met een zelfkant. sensatieromans.

Selvea (telvz), (pr. pl. van Self). Senae (teiu), s. zin, rede, oordeel, verstand,

Semapliore (<en»^M), s. seintoestel, kust- gevoel, besef, begrip, meening, beteekenis;

telegraaf. commoii —, gezond verstand; to come

Semblaii ce (rembVm), b. gelijkenis, schijn; to (= to recover) one'a —a, weer by-

~a* gsiykend. komen (uit een toestand van bezwijming); he

Seiui (remt), [in samenst .], half, gedeeltelijk ; waa out of hia —a, hy was buiten westen,

—aiiuual, a. halfjaariyksch ; —annually, van zyu zinnen beroofd ; to talk —, gezond

ad. haltjaarlyks; —-amiular, a. halfrond; redeneeren; to expreaa one'a — of, zyn

—barbaroua.a.halfbarbaarsch;—breve, s. gevoelen te kennen geven over; In a —, in

heele noot; —circle, s.halve cirkel;—clr- zekeren zin; In every —, in ieder opzicht;

•ular, a. halfrond; —-cnlon, s. komma- —leaa, a. —leaaly, ad. gevoelloos, onver-

punt; diameter, s. halve middeliyn ; —- staudig; to become—leaa, in zwijm vallen;

ditone, s. kleine terts; —lunar, a. halve- —leaaneaa, s. gevoelloosheid, onverstand,

maanvormig; —metal s.haifmetaal; — ped, zinneloosheid, bewusteloosheid,

e. halve voet; —pedal, a. halivoets;— Senai ble (tentib'l),*.-, —bly,ad. bespeurbaar,

proof, s. halfbewija; —qua ver, s. zestiende merkbaar, gevoelig, vatbaar, verstandig, over-

aoot; —apherical, a. half kogelvormig j — tuigd; —bllity (tïimbtliti), — bleneaa, s.

Sluiten