Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BUP. — 8UP.

doen dan noodig is; -tlon {iutvrêngeii'n), I

s. overdrijving, overdreven plichtsvervulling;

tory, a. overdreven, onverplicht. '

Superexcellen ce [iüpirektdltn»), ■. hooge voortreffelijkheid; —t, a. hoogst voortreffelijk, gaper excreecence (iüp9rekskre* tu), fc uitwas ; —fecuudlty, s. overmatige vruchtbaarheid; —fetatlon, ». overbevruchtlng. Super flcl al (iüjvftiêl), a.; -allv, ad. oppervlakkig; —alneaa, s. oppervlakkigheid; —•». s. oppervlakte.

Super fine (*ttp?/afn),a.uiterst fijn; -flulty,

■. overtolligheid. , ,

Baperfluoui \6upAflU9t), a.; —-■3r» over*

to 11 lg; -nen. s. overtolligheid.

Super hnuiaii {iüpïhiikm'ti), a. bovenmenaeheiyk; -iucumbent, a. bovenover-

Superlndne e {iüpgrindjüs), v. a. bovendien aanvoeren, toevoegen; (upon)toekennen,verwekken; —tlon. s. toevoeging, aanschaffing. Superlntend (éüparintend), v. a. het toencht hebben over; -ence, —ency, a. oppertoezicht; —ent. s. opziener, opzichter.

Superior (énpirti), a. beter, hooger. verheven (to); —, s. hoogere, meerdere; —Ity ioriti), s. meerderheid, betere hoedanigheid,

voorrane. _ .

Superlatlve [iupAUtiv), a.; —ly, ad. overtreffend, zeer groot, buitengewoon, in den hoogsten graad ; —, s. overtreffende trap; neaa. s. voortreffelijkheid, hoogste «raad. gaper Innar. — luuary, —mundaue, a. I

bovenaardsch. .

Supernal (SüpAn»1), a. hooger, hemelsch. Sopernatant (éupwett'nt), a. bovendrgvend. Supernatural (supgnaitjaVl), a. bovennatuurlijk. is in, 8. leer van het bovennatuurlijke,

openbaringsgeloof; — na», >. bovennatuur-

«ipemmenry {iüpaniünur)i),a. boven het bepaalde getal; —. ». surnumerair, figurant. Snperaatnrate (tupmntjureit), v. a. oververladigen.

Super aeribe [iüpMkraib), v. a. van een

opschrift voorzien, adresseeren; —acrlptloi», a. opschrift, adres.

Supersede (ëüpasid), v. a. opschorten, staken, krachteloos maken, opheffen, afsehaffen, afletten, vervangen; — aa, s. bevel tot opschorting; auperaeaaion (— auperaedure), opaohorting, afschaffing.

Snperstiti ou {iup9»tU'n),%. bUgeloof; -oui,

a. -ously, ad. bljgeloovlg.

Superstrnct (iHp99trnkt), v. a. bouwen boven (over); —Ion, —ure, s. (het) overheen bouwen, bovenbouw, gebouw; — Ive, a. bovenop gebouwd.

Aanerven e (iüpnin). v. n. bU komen, onverwaohts gebeuren; — lent, a. bukomena; tlon, s. (het) bijkomen, onverwachte tusschen-

Supervia • [iHp9vaie), v. a. opzicht houden over, nog eens nazien; —Ion [iti/pgvtz »), 8. opzloht; —or, a. opzichter, inspecteur. Suplnat Ion (iüpineté'n), ■. achteroverlig¬

ging, -buiging; —or, s. achterwaarts draaiende spier. , ,

Suplne {ëüpatn), a. achteroverliggend, traag, achteloos; —, s. supinum; — ness, s. achteroverlang, traagiieid, achteloosheid.

Snpped aneoua (svp»detnj9»), a. onder de voeten; —Itate {szpediteit), v. a. (wlth) verschaffen, voorzien van.

Supper (top»), s. avondeten; the i^oru ■ —, het heilig Avondmaal; —board, --table, soupertafel; —canterbury, ztftafel bü een souper; —time, tyd voor het avondeten; — leen. a. zonder avondeten.

Supplant (toplant). v. a. verdringen, den voet lichten; -atlon, s. verdringing, onderkruiping; —er, s. verdringer, onderkruiper.

Supple (»np'l), a. zacht, lenig, slap, buigzaam, gedwee, onderdanig, kruipend; —, v. a. & n. lenig (buigzaam, gedwee) maken (wordend ... .

I Supplement (BoplivMiit), s. bijvoegsel, aanhangsel; —, v. a. aanvullen, bijvoegen; —al, —ary (nplimentfri), a. aanvullend, als by-

I voetrsei.

Supple nes» {fnp'lnd»), a. buigzaamheid; —

tcry, a. aanvullend. . .

Suppliant (rnplignt), a. & s. —ly, ad. zie

Suppllcant.

Suppllca nt [tnplitont), «. —ntly, ad. smeekend. verzoekend: -nt, >. ameeker, vertoeker- —te, v. a. & n. nederig verzoeken; — tlon, s. smeeking, bede, smeekschrift; tory, a. smeekend, verzoekend.

Supply (f9plaiu s. verzorging, verschaffing, hulp, onderstand, toelage, versterking, voorraad, aauvoer; demand and —, vraag en aanbod; to vote auppliea, de (aangevraagde) geldmiddelen toestaan (In de 2de kamer of het Lagerhuis); —. v. a. verzorgen, verschaffen, voorzien (wlth), ondersteunen, aanvoeren, vervangen; to — one'i place, iemand

SnDPortei(MJ>«»»«), »• ateun, ondersteuning, levensonderhoud •. —, V. a. ondersteunen, onderhouden, uitstaan, verduren, verdragen; _ arms! schouder 't geweer! to — »ne•elf, zich onderhouden; to — heat, colü, hitte, koude verdragen, doorstaan—able, a. draaglijk; — ableneaa, s. draagWkheld; —er, s. ondersteuner, onderhouder, steun, verdediger, schilddrager; —leaa, a. tonder ondersteuning, hulpeloos,

Suppoi able [wiouzib'l), a. te onderstellen; —al, s. onderstelling; —e, v. a. onderstellen, meenen, wanen; —er, a. ondersteller, vermoeder; —Itloii (tvpozli'n). s. onderstelling, vermoeden; -Itloiial. a. ondersteld. Sunpoeltltlous («»1wzitUat). *■ —■*. "'-f;' wuand. Ingebeeld; ondergeschoven, onecht; —neaa. s. denkbeeldigheid. onechtheid. 8uppo.lt Ive Itipozatw). a. -Ively, ad-

ondersteld, vermoedelijk; -ory, a zetpil. Suppreas «oprei), v. a. onderdrukken, beddingen, stuiten, opheffen, achterhouden, weglaten, veriwijgen; —Ion, 8. onderdrukking, opheffing, achterhouding, weglating, opstop-

Sluiten