Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

■taalwerk; —home, pakhuis, magazijn;— houae-maii, pakhuismeester; —hou»lng, het berden van goederen in pakhuizen; — hounebeok, pakhuisboek; —■liouiecharge», pakhuisonkosten, huur; —houwclerk, pakhuisbediende; —honae-keeper, —hotase-titnti, magazijn-, pakhuismeester, grossier; —home rent, pakhuishuur; — house, r. a. opslaan; —houaiiig, s. (het) opslaan, opslaer.

IVarfare (tcóafé»), s. krijgsdienst; (het) oorlog voeren, krijg; —, v. n. oorlog voeren.

War! ly (irèarili), ad. zie Wary» — ness, n. voorzichtigheid, behoedzaamheid.

Var IIke (tróa1aik)% a. oorlogzuchtig, krijgshaftig, militair; —lock, — laick, s. toovenaar, heksenmeester; — lockry, toovenarij.

H'arm (tcósm), — ly, ad. warm. Ijverig, vurig, welgesteld ; a — dlspaate, een heftige woordenwisseling; to be — (fig.), er warmpjes inzitten; a — tentper, een driftig gestel ; —blooded, warmbloedig, driltig, oploopend; —hearted, hartelijk; — heartedneaa, s. hartelijkheid; —, v. a. verwarmen, warm maken; v. n. warm worden; —laagpan, beddepan ; —ing-atone, warmsteen; —neaa, —th, s. warmte, ijver, geestdrift.

Wam (trÓ9n), v. s. waarscliuwen (agalaaat, of), vermanen, dagvaarden; (awayi opzeggen; (of) herinneren aan, een' wenk (kennis) geven van; (oflT) afhouden; to — oflT dnngera, gevaren afwenden; —er, a. waarschuwer, vermaner; — ing, s. waarschuwing, vermaning, kennisgeving, opzegging; to glve —Ing, den dienst opzeggen; totake — Ing, zich laten waarschuwen.

Warp (icÓ9p), s. schering, ketting, werptouw, tros; — and woof, schering en inslag; — of shroud», lengte van liet voorste hoofd* touw; —, v. a. samentrekken,doen krimpen, schoren, doen afwijken, af brengen, verhalen, werpen (np)t v. n. (krom) trekken, krimpen, de schering maken, afwijken, weifelen, wankelen, ronddraaien.

Warrant (icOarjnt), ». volmacht, machtiging, bevel tot gevangenneming, bevoegdheid, waarborg, verzekering, getuigenis; «lintre»» —, bevelschrift tot in beslagneming; — of Attomey, mandaat, volmacht; death—, bevel tot voltrekking der doodstraf; aearcl»—«bevel tot opsporing, huiszoeking; to l»»ue —a, bevelschriften uitvaardigen; pre»»-—, machtiging tot het pressen van zeevolk (in Engeland); — of (ar reet) caption, bevelschrift tot aanhouding; —, v. a. machtigen, waarborgen, instaan voor, vrijwaren, bevestigen, verzekeren; — able, a. te verdedigen, wettig, geoorloofd; —ablenea», s. verdedigbaarheid, rechtmatigheid; — nbly, ad. op eene wettige (verdedigbare) wijze; — ed. a. gewaarborgd, echt; — ee, s. gewaarborgde; —er, s. volmachtgever, borg; —or, s. waarborggever, borg; —y,s. waarborg, borgtocht, zekerheid, volmacht.

Warren (irdraw), s. konijnenberg, vischvtyver; —er, 8. opzichter van een —.

Warrlor (tcória), s. krijgsman.

Wart (ivóst), 8. wrat, knoest, uitwas; — wort, wolfsmelk (plant); — ed, a. vol wratten, knobbels; —y, a. wrattig.

Wary (tcê»ri), a. omzichtig, behoedzaam, sluw.

Wa»h (trof), ». (het) wasschen, wasch, vaat-, waschwater, watertje, spoeling; (het) aangespoelde, waterverf, moeras, poel, zweem, streek, blad van een' riem; —-hall, zeepbal ; —-board, zetboord (op boot of sloep), waschplank ; —-hand-ba»iii, waschkom; — •house, waschhuis; — leather, zeemleer; —stand, waschtafel; — tnb, waschtobbe; —, v. a. wasschen, spoelen (away, oflT, out); bevochtigen, bespoelen, (over), wasschen, schoonmaken, vernissen; I — any hand» of It, ik was mijne handen in onschuld; I say, that wlll not —, hoor eens (zeg),dat gaat niet aan; dat zal niets geven ; —er, s. wasscher; — rr-wonian, wasch vrouw; — Ing, s. het wasschen, spoelen, wasch ; —Ingday, waschdag; — iaiu-iaiat-hiate. wascnmachine ; —Ing-powder, wasch poeder; — liig tub. waschtobbe; —y, a. vochtig, slap.

Wasp Jtró*p), s. wesp; —l»h, a. —lahly,ad. gemelijk, knorrig, norsch, bits, lichtgeraakt; —Inhnea», s. gemelijkheid, knorrigheid.

WaNsall (tcoHl), s. appelbier, drinkgelag, drinklied; —, v. n. vroolylc zijn, slempen; —er, b. drinkebroer, zuiper.

Waste (iceist). s. verwoesting, verkwisting, afneming, schade, verlies, woestenij, wildernis, onbebouwd land ; — of tlnae, tijdverspilling ; tlae caaidle Is ruaaaalng to — (=■ Is gaatterlaag), de kaars loopt af; to l.y verwoesten ; — ,a. woest, onbebouwd, overtollig, nutteloos, ongebruikt; —-board, noodplank; —book, kladboek ; —gate, afvoersluis; — good, —thrlft, doorbrenger; —land, braakland ; —paper, scheurpapier; —paper basket, snipper- of prullenmand; —plpe, afvoerbuis; —well, zinkput; — wool, kamwol (afval).

Waste (weiêt), v. a. verwoesten, bederven, verkwisten, doorbrengen, verteren; v. n. afnemen, kwijnen, vervallen (away); —ful, a. —fully, ad. verwoestend, verkwistend; — faalaaeas, s. verkwisting; —aaess, s. woestheid, woestenij; —r, s. verwoester, verkwister, dief (aan de kaars); wastrel, (treistrgl), het verwaarloosde kind, zonder onderkomen; verwoesting.

Watch (wofi), s. (het) waken, waakzaamheid, wacht, -huis, -post, horloge; on (upon) the —, op wacht, op zijne hoede, op den loer; alaruaaa —, wekkerklokje ; repeatlaag-—, repetitie-horloge; to set n — over oaae, iemand laten bewaken; to relleve a —, een wacht aflossen ; to regulate a —, een horloge repasseeren ; atty — ia down, mijn horloge is afgeloopen; to set one's — to the chnrch-clock, zijn horloge regelen naar (gelijk zetten met) de kerkklok; —bell, scheepsklok; — blll, wachtrol; —• bont, wachtbootje; —-box, schilderhuis; —caudle, nachtkaars, -licht; ——case, hor*

WAR. — WAT.

Sluiten